Wet of genade.
We kunnen niet beide dienen.
Eén vrouw kan niet met twee mannen getrouwd zijn.
Wie onder de genade leeft, is niet meer onder heerschappij van de wet.
2 problemen met de wet.
Eerst verlost, daarna ontving Israël de wet.
De wet was niet de weg naar de verlossing.
Israël was eerst verlost uit Egypte en ontving daarna de wet als leefregel van het verbond. Dat gaat over de positieve relatie met God.
Wet en afvalligen.
Wie goddeloos wil leven ervaart de confrontatie met de wet. De wet eist straf.
Over deze veroordelende taak van de wet heeft Paulus het in Romeinen 7.
Niet aan de wet gebonden.
Als één van de echtgenoten sterft, is het huwelijk ontbonden. De overblijvende is niet meer door de wet gebonden aan de overledene.
De wet.
De wet is een goede, heilige man. Hij is Pietje Precies.
Hij eist veel, maar geeft niets.
Hoe kom ik van die wet af?
Dan moet de dood scheiding maken, dan ben je vrij van die eisende man, de wet.
Huwelijk tussen wet en oude mens.
Eén van de echtgenoten is gestorven. Het huwelijk is ontbonden. Wij zijn met Christus gestorven (nu klopt het beeld niet goed meer. Maar... we zijn weer opgestaan!). Wie gestorven is, is vrij van de wet. We mogen een nieuwe relatie aangaan, nu met Christus.
De vrouw is de gelovige. Zij is aan de wet gestorven. Daarna is zij vrij van de wet. Ze is vrij van elke aanklacht van de wet.
Jezus heeft niet met de wet afgerekend, maar met mijn schuld.
Opdat u aan een Ander..
Dit is het doel van het sterven aan de zonde.
We sterven en zijn vrij van de eerste "echtgenoot".
We zijn nu vrij om opnieuw te trouwen. We gaan verder met
onze Liefste, Christus.
Met Hem worden we één, en daardoor gaan we voor Hem vruchten dragen.
Christus is mijn nieuwe Levensgezel. Vanuit een liefdesrelatie leven we.
Met wettische prediking krijgen we de mensen niet in beweging om Jezus lief te hebben. Paulus zelf vond ook Jezus niet door de wet die hij nauwgezet hield als farizeeër.
Toen Paulus in de spiegel van de wet keek, zag hij een onberispelijke man.
In het vlees zijn.
"In het vlees zijn" : zo was het leven vroeger. Een leven in de zonde. De werken van het vlees staan in
Nu leven we "in de Geest," met Christus.
Vroeger droegen we vruchten voor de dood. Nu dragen we de vrucht van de Geest.
Ontslagen van de wet.
Als gelovigen zijn wij, in Christus, gestorven ten opzichte van de wet. Een wet geldt alleen voor levenden. Wie gestorven is, is vrij van de wet, vrij van de oude "echtgenoot". Op grond van onze opstanding met Christus kan de "vorige echtgenoot" ons niet meer claimen.
Leven in nieuwheid van Geest.
Oudheid van de letter.
Dat zijn de leefregels van de wet.
De wet als spiegel.
We kunnen de wet (de spiegel) niet de schuld geven als we onszelf vies zien. De wet is van God, dus goed. De fout zit bij ons. Als wij vies zijn, laat de spiegel dat zien.
Véél ongelovigen beamen dat naar de wet leven goed is: niet stelen, niet vloeken, niet ontrouw zijn. Maar Paulus heeft het over ons innerlijk, het begeren. Jezus ook.
Daar heeft de ongelovige het niet over.
Hoe ontkom je aan de veroordelende wet?
De oude mens moet met Christus sterven.
Voor de wet ben ik dan dood.
De wet kan ons niet meer raken. Bv een dode hoeft geen boete meer te betalen.
Daarna wordt de mens herschapen.
Moet prediking van de wet vooraf gaan aan prediking van het evangelie?
Verwarring ontstaat door de verkeerde uitleg van : de wet is de tuchtmeester tot Christus in Galaten 3:24.
Geen wet, geen overtreding
God geeft de wet niet om ons tot meer zonden te verleiden. God haat de zonde. God gaf de wet wél om ons voor overtredingen voortaan schuldig te kunnen stellen.
De wet spoort ons niet aan tot zondigen, maar zodra de wet er is, worden de overtredingen tot zonden gerekend.
Begeren.
Dit voorbeeld laat zien dat de oude mens onder de zondemacht is. De wet overtreden kan ook met gedachten.
Wie is "ik"?
Hier kunnen we op een dwaalspoor komen. Paulus schrijft over "ik". Maar hij bedoelt niet zichzelf. Paulus leefde als farizeeër niet zonder de wet, maar de wet was alles voor hem.
Hij bedoelt ook niet de "normale christenen", want die zijn niet meer in het vlees schrijft hij in
Het normale christenleven staat beschreven in
Paulus heeft het hier in hoofdstuk 7 over "baby's in het geloof". Die noemt hij "ik". Ze zijn wel met Christus gestorven en dus nu zonder de wet. Ze hebben wel geestelijk leven, maar missen nog de kracht van het geloof. Ze zijn vrij van de wet, maar staan nog niet in de vrijheid van Christus. Ze hebben weinig zicht op Christus en leven niet door de Heilige Geest. Dit is niet het volwassen Christenleven. Daarover lezen we in Romeinen 8.
De Heilige Geest ontbreekt in dit stuk.
Van vers 7 tot 26 lezen we niet over de Heilige Geest. Het gaat over " ik", "mij" en "mijn". De mens staat hier centraal.
In Romeinen 8 lezen we over het normale Christelijke leven. Daar lees je steeds over de Heilige Geest.
Ik echter ben gestorven.
Dit betekent:
De wet is als een spiegel. Toen de wet kwam, toen zag ik mijn zonden.
Ik hoor nu de wet eisen. Ik weet nu dat ik schuldig ben. Maar...ik ben niet meer in zijn machtsgebied.
De wet had ten leven moeten leiden.
De wet werd gegeven ná de verlossing uit Egypte. De wet was een leefregel ten leven.
Doe dit en gij zult leven.
Maar... we overtreden de wet. Dan verdienen we straf, de dood.
Een aanleiding gevonden.
Er is een gebod.
Daarna komt een verleiding op ons pad.
Als we het gebod overtreden, is dat zonde.
De zonde verdient straf, de dood.
Wet is goed.
God gaf de wet.
De wet is als een spiegel. Die is goed en geeft ook goed weer wat er voor staat. Ben ik vies, zondig, dan zie ik dat in de spiegel. De spiegel is oké.
Om mijn overtredingen gaat deze goede wet mij veroordelen. De wet wilde dat ik naar de geboden zou leven.
Nu moet de wet me helaas ter dood veroordelen.
Het goede??
"Het goede" is de wet. Die is niet de oorzaak van mijn straf. Nee, dat is mijn overtreding, die door de wet als zonde aanmerkt wordt.
De wet is NIET de oorzaak van mijn doodstraf, maar mijn zonde is de oorzaak .
Klopt dit rijmpje?
Is dat waar?
Is hoofdstuk 7 echt hét leven?
Nee, Romeinen 7 is niet het echte christenleven.
Het gaat in hoofdstuk 7 om een christen die niet leeft uit de kracht van de Heilige Geest. Hij is wel vrij van de wet, maar leeft niet in de vrijheid van Christus.
Als we alle brieven van Paulus vergelijken, dan zien we dat Romeinen 7 NIET het levenskenmerk van Paulus is.
Hoe is het leven van Paulus?
Als je christenleven NIET meer is dan "ik ellendig mens" dan verhef je de ervaring boven Gods woord.
Maak van de ervaring nooit de bijbelse standaard.
"Ik" in dit gedeelte.
Hier staat vaak "ik" , maar het gaat nauwelijks over Jezus of over de Geest.
Er staat wel 27x "ik".
Deze "ik" leeft niet uit de kracht van de Geest.
Deze christen mist de liefdesrelatie.
Het is wel een wedergeborene. Zijn wil is vernieuwd, en hij wil het goede, hij vindt vreugde in de wet van God, maar de kracht om goed te leven ontbreekt.
Je hebt kracht nodig, om het willen om te zetten in daden.
Ik ben vleselijk.
In Romeinen 7:5 schreef Paulus, dat hij niet meer "in het vlees" was. Dus... de "ik" in dit vers is Paulus niet en ook niet een volwassen Christen, maar een "baby in het geloof".
Die "baby in het geloof" leeft wel, is wel wedergeboren, maar mist nog de krachtbron, de kracht van de Heilige Geest . Een volwassen christen heeft die kracht wel.
Die volwassen Christen ziet op Christus en is vol van de Heilige Geest.
In Ef 4:17-32 lees je de opdracht van Paulus aan volwassen Christenen.
De wet is geestelijk.
In de wet zien we de karaktereigenschappen van God.
Een geestelijke wet eist volmaaktheid en liefde. Zo is God zelf immers ook. Dat past niet bij een vleselijke gelovige.
Ik ben vleselijk.
Een vleselijke christen is wel wedergeboren, maar leeft gericht op het aardse.
Dit was zeker NIET het leven van Paulus. Hij was op Christus gericht. Hij was een navolger van Christus en zegt tegen de gelovigen dat ze hem (=Paulus) moeten navolgen.
Het geheim van het christenleven.
Het eerste wat de Heilige Geest doet, is Christus verheerlijken.
We hebben een liefdesrelatie tot Jezus.
De Heilige Geest is de krachtbron.
De "ik" in "ik ellendig mens" is wel wedergeboren, maar mist de krachtbron van de Heilige Geest.
Dan is dus Romeinen 7 NIET het normale christenleven. Over het normale christenleven lees je in Romeinen 8.
Wat wil Paulus?
Paulus, een volwassen geestelijke christen, wil juist het goede, want daartoe is hij (en zijn wij) geroepen.
Paulus wil niet dat we steeds klagen "ik ellendig mens". Hij wil niet dat we steeds heen en weer geslingerd worden.
Geest en vlees strijden.
De nieuwe mens leeft nog in het oude zondige lichaam. In dat zondige lichaam staan veel foute programma's. Die moeten gewist worden.
De nieuwe mens wil het goede. Dat oude lichaam doet het verkeerde.
We moeten vernieuwd worden in ons denken.
Door de Heilige Geest wordt het oude dagelijks vervangen door het nieuwe.
Het zondige lichaam, het vlees, strijdt met de nieuwe geest die uit God is.
Als ik zondig..
Als ik datgene doe dat ik niet wil, dan zondig ik.
Als ik zondig en ik kijk in de spiegel van de wet, dan geef ik toe dat de wet gelijk heeft en goed is. De wet veroordeelt mij.
De zonde die in mij woont.
Onze nieuwe geest moet leven in een zondig, onvolmaakt lichaam.
Daarin leeft de zonde.
"Ik" heeft een nieuw leven, dat uit God is. Dat nieuwe leven kan niet zondigen.
De nieuwe mens heeft de Heilige Geest, maar die zit nog in het zondige lichaam.
Dat levert strijd tussen vlees en Geest.
In mijn vlees.
Dat is het oude lichaam. In onze hersenen, onze computer, staan veel zondige programma's. Dat stamt nog uit ons vroegere zondige leven. Onze nieuwe geest wil het goede, zoals God wil. Daarom gaat de Heilige Geest ons van dag tot dag vernieuwen en verwijdert de zondige programma's en verlicht ons verstand.
"Ik" wil wel.
De wil van "ik" is vernieuwd. "Ik" wil het goede. Dat is een bewijs van wedergeboorte.
Deze "baby in het geloof" mist de krachtbron, de kracht van de Heilige Geest.
"Ik" kan zijn wil NIET omzetten in daden.
Dit is niet het normale christenleven, want dat kan wel de wil omzetten in daden.
Hoe is het normale christenleven?
Vlees.
Het onvolmaakte lichaam zit vol verkeerdheid. De zondige "programma's" staan nog in onze hersenen. We moeten het " herprogrammeren", dus we moeten vernieuwd worden in ons denken.
Onze vernieuwde geest staat in contact met de Heilige Geest en staat lijnrecht tegenover het zondige vlees.
Dat levert de strijd tussen vlees, ons zondige lichaam, en vernieuwde geest.
Het goede dat ik wil, doe ik niet.
Dit wordt niet gezegd door een geestelijk volwassen christen.
Een geestelijk volwassen christen doet het goede wél en groeit zo in de kennis van Christus.
Ook Petrus heeft het niet over het kwade doen, ondanks dat ik dat niet wil. Hij dringt er juist op aan om het kwade af te leggen.
Petrus zegt dat God ons de kracht heeft gegeven om godvruchtig te leven. God gaf veel beloften, juist om het verderf te ontvluchten. Dat is het normale christelijke leven.
We moeten voor de zonde dood zijn en voor de gerechtigheid leven.
Paulus spreekt óók zoals Petrus. Doe het kwade níet. Doe het goede wél.
We moeten niet aan het kwade toegeven, maar Paulus roept ons op om alles tot eer van God te doen.
Paulus raadt ons aan om door de Geest te wandelen, dan zullen we de begeerte van het vlees kunnen weerstáán. We kruisigen het vlees!
Zo is het normále christelijke leven!!!!
Hoe is je wil?
Ik breng dat niet meer teweeg.
Dat "ik" is dus de nieuwe geest. Die is uit God. Die zondigt niet volgens
Deze "baby in het geloof" mist de kracht van de Heilige Geest.
Het zondige lichaam, waar de nieuwe geest in woont, is de oorzaak van de zonde.
Deze wet.
De nieuwe geest, die uit God is, wil het goede. Maar het onvolmaakte lichaam, waarin die nieuwe geest woont, is zo dichtbij, en dat lichaam wil het verkeerde. Dat levert strijd op tussen vlees en geest.
Paulus roept op om de zonden juist niet te doen.
De wet.
De wet weerspiegelt Gods eigenschappen. Daarom kan "ik" zich daarin verblijden.
De innerlijke mens is hier de nieuwe mens, uit God geboren. Die verheugt zich in de dingen van God dus ook in Gods wet.
Hoe lief heb ik uw wet.
Gods geboden willen we graag doen en Zijn geboden zijn geen zware last.
Door Gods geboden te doen, laten we onze liefde voor Hem zien.
In mijn leden.
Daar, in dat oude zondige lichaam, zit de wetmatigheid van de zonde en die is sterk.
Die leden van ons lichaam moeten we in dienst stellen van de gerechtigheid, maar "ik" heeft daar de kracht niet voor.
"Ik" wil wel, maar kan niet. Daar wordt "ik" moedeloos van en klaagt: "ik ellendig mens."
Maar...dit is niet de norm van het volwassen geestelijke leven!
De wet van mijn (verlichte) verstand.
De Heilige Geest heeft mijn verduisterde verstand verlicht en mijn denken vernieuwd. Die nieuwe geest botst voortdurend met mijn zondige lichaam.
Goede vraag!
Wie zal...
"Ik" heeft het niet meer over: ik wil.
Hij is nu zo moedeloos dat "ik" Jezus nodig heeft en ook de kracht van de Heilige Geest. Een Persoon moet "ik" verlossen en hem kracht geven om zijn wil om te zetten in daden.
De Heilige Geest liet Jezus opstaan en dezelfde Geest laat ook ons opstaan in een nieuw leven.
Ik ellendig mens.
Deze klacht hoort niet bij het volwassen christenleven.
Blijf niet staan in deze klacht, maar groei in de kracht, de kracht van de Heilige Geest.
Dat staat in Romeinen 8.
Verlossing van het zondige lichaam.
Het Griekse woord voor lichaam betekent eigenlijk: bestaanswijze.
Wie zal ons verlossen van dit verdorven, sterfelijke bestaan, van het leven dat beheerst wordt door zonde en dood?
Bij de opstanding en opname van de gelovigen krijgen we een nieuw lichaam, een verheerlijkt lichaam. Dan zijn we zoals Jezus was.
Ik dank God.
Eenmaal ben ik verlost van het zondige lichaam. Bij de zalige opstanding ontvang ik een verheerlijkt lichaam, en dan ben ik daarin aan Jezus gelijk.
Ik dank God daarvoor.
Het verstand.
Bij de wedergeboorte wordt het verstand verlicht. We gaan anders over God denken.
Maar...de nieuwe geest leeft nog in het oude lichaam.