Hoofdstuk 6


Vers 1

Niet in de zonde blijven.

In de zonde leven hoort niet bij het nieuwe leven. Jezus stierf juist om ons ervan te verlossen.



Vers 2



Vers 2

Volstrekt niet.

Ook in Romeinen 6:15 herhaalt Paulus dat.


Gestorven aan de zonde.

Jezus heeft de zondemacht verbroken.

De zonde boeit ons niet meer.

Door geloof zijn we één met Christus. Zoals Hij stierf aan de zonden, zo sterven wij.

Dus, als we gaan geloven, eindigt de geestelijke dood en in de eeuwige dood zullen we niet komen. Het eeuwige leven begint bij de wedergeboorte en ons geloof.

Het betekent duidelijk niet dat een Christen niet in staat is om zonden te doen.

De oude mens stierf, maar de nieuwe mens leeft nog in een zondig lichaam.

De wedergeborene is overgegaan van het machtsgebied van satan naar het machtsgebied van Jezus. In dit laatste machtsgebied héérst de zonde niet.

De voornaamste reden waarom Christenen niet zondigen: Ze wíllen niet zondigen. Ze willen op Jezus lijken.

De oude mens, die van de zonde hield, is dood en in het doopwater begraven. Van de persoon die we begraven, nemen we definitief afscheid.


Strijd tussen vlees en geest.

De oude mens liet helaas wel een zondig lichaam achter. Dat is als een computer waarop veel zondige data staat. De wedergeborenen moeten deze zondige data wissen en vervangen. Dat is de strijd van onze vernieuwde geest tegen ons oude vlees.


In zonde leven geeft satan meer grip op ons leven.

Zonden.

Dat heeft hier betrekking op zondige daden.


Zonde.

Hier gaat het over de macht van de zonde. Daarin zit een niet wedergeboren mens gevangen.



Vers 3

In Zijn dood gedoopt.

εἰς =

Dus: Tot Christus Jezus gedoopt en tot Zijn dood.

We worden dus gedoopt om iets te worden nl. om met de gestorven en opgestane Jezus op aarde vereenzelvigd te worden. De dopeling laat door de doop zien, dat hij Jezus zal volgen, zelfs al betekent dat, dat hij in Jezus' verwerping en vervolging moet delen.

Geloven in de Naam van..

Dit staat in Johannes 3:18

Wie in Christus is, is een nieuwe schepping.

Wie in Christus is, is een gelovige.


Zijn dood betekent veel, ook voor ons leven ná de doop.

4e naamval: verplaatsing.

In Grieks staat "in (tot) Christus " en "in (tot) Zijn dood" in de 4e naamval. Dat wijst op verplaatsing, op een beweging of richting. Eerst buiten Christus, maar nu door het geloof en doop in Christus. Verplaatsing van buiten naar binnen. Eerst in de "oude jas", de oude mens, maar nu in " de nieuwe jas", Ef 4:22-24 want wie gedoopt wordt, heeft Christus aangedaan volgens Galaten 3:27.

Jezus doopt met de Heilige Geest. Dan willen we niet meer zondigen, want dan bedroeven we de Geest. We zijn dood voor de zonden.


In Zijn dood gedoopt: Het graf van Jezus is de veiligste plek, want daar is het vuur van Gods toorn uitgewoed.




Vers 3

Op het moment dat wij de Heere Jezus Christus als persoonlijke Verlosser aannamen werd onze oude mens met Hem gekruisigd en begraven met Hem! Wij werden één met Hem.

Galaten 3:27.

Doordat wij één gemaakt zijn in Zijn dood en opstanding, hoeven wij nu niet meer de zonde te dienen, maar mogen in een nieuw leven wandelen.

Mattheus 3:11. Jezus doopt met de Heilige Geest.

1 Corinthiërs 12:13 zegt dat de Heilige Geest ons doopt tot één lichaam.


Lukas 12:50. Jezus zelf wordt gedoopt in de dood. Ondergaan in de dood om de zonde teniet te doen. Door deze doop van Jezus worden gelovigen tot één lichaam.

1 Corinthiërs 12:13.

Zo sterven ook wij aan de zonde. Daarvan is de doop een beeld. Onze doop laat zien dat we horen bij het koninkrijk Gods.



Vers 4

Met Hem begraven.

We begraven alléén gestorven mensen. Als in de doop ook begraven wordt, dan kan dat alléén iemand zijn die "gekruisigd en gestorven" is.

Onze oude mens is met Jezus gekruisigd en begraven volgens

We dopen dus gelovigen, mensen die stierven aan de zonden. Ze zijn met Christus gestorven aan de zonden en met Christus begraven.

Het oude leven is ten einde en daar wordt door de begrafenis in het doopwater definitief afscheid van genomen. Daarna staan we met Christus op in een nieuw leven. De doop staat dus aan het begin van een leven met God. Daar hoort geloof bij.

Beeld.

Israël werd gedoopt in de Schelfzee. Israël liet het oude leven, de slavernij, beeld van de zonde, achter zich en sloot na "de doop in de zee" bij Sinaï een verbond met God. Dat was beeld van het nieuwe leven.

Zo ook bij Noach. De oude wereld liet hij tijdens de zondvloed achter en na de zondvloed begon hij een nieuw leven.


Het kruis van Jezus is de veiligste plaats. Daar is het oordeel van God uitgewoed.

Als we met Christus gekruisigd zijn, is Gods toorn over ónze zonden ook uitgewoed.

De gekruisigde oude mens begraven we. Die is aan de zonden gestorven. Dat is dus een gelóvige. We begraven alléén gestorven mensen. Dat doen we in de doop ook. We dopen mensen die aan de zonde gestorven zijn.

Mensen begraven die niet gestorven zijn, is een misdaad. Zo moet men ook geen óngelovigen dopen.


Doop als beginpunt.

We staan op uit het "watergraf".

Na de doop wandelen we in een nieuw leven, en zijn met Christus bekleed. Dat is niet iets dat in de toekomst gebeurt, maar dat gebeurt direct vanaf de doop.

We trekken direct de "nieuwe jas" aan. We vertonen Zijn beeld en we wandelen met een goed geweten voor God

De doop is dus een beginpunt van onze geloofsweg op aarde.

Het opstaan uit het doopwater is een beeld van het opstaan van Jezus. Daarbij hoort geloof.

Ieder kan Jezus in ons herkennen als het goed is.

De doop is een uiterlijk getuigenis voor:

  1. De mensen in je omgeving.
  2. De satan en zijn demonen. Ik heb jullie machtsgebied definitief verlaten. Ik ben nu slaaf van Jezus en sta in een nieuw machtsgebied.

Identificatie met Jezus.

Door de doop identificeren we ons met Jezus.

Romeinen 8:11.


Geest strijdt met vlees.

Dat nieuwe leven blijkt uit ons vernieuwde denken, ons doen en laten dat anders wordt. We hebben een nieuwe geest. Die nieuwe geest zit nog wel in een onvernieuwd lichaam. Dat veroorzaakt strijd tussen geest en vlees.


Anders gaan denken en doen.

Onze "computer", de hersenen in het zondige lichaam, moet opnieuw geprogrammeerd worden, zodat het niet meer de programma's van de oude mens uitvoert. De oude "software" gaan we verwijderen en nieuwe "software" installeren. De programma's van de nieuwe mens moeten uitgevoerd worden.

We worden vernieuwd in ons denken, volgens

Visie van Calvijn.

Bij Johannes Calvijn zijn talloze uitspraken te vinden waar hij zegt dat bij de kinderdoop ook de betekende zaak wordt ontvangen, maar in andere publicaties zegt hij weer wat anders.”

Calvijns vriend Heinrich Bullinger verweet hem dat hij aan de doop toekende wat alleen aan God voorbehouden is. In de later door Calvijn geschreven Consensus van Zürich staat echter dat God Zijn kracht niet zonder onderscheid uitoefent in alle gedoopten, maar alleen in de uitverkorenen.



Vers 4



Vers 5

Eén plant met Jezus.

Eén plant: samengegroeid staat er eigenlijk.

Afgesneden van de oude wortel en geënt op Jezus en nu met Hem tot één plant samengegroeid.

Ik ben waar Hij is. Hij is niet in het oude zondige leven, dus wij ook niet.

Hij is de Wijnstok en wij, gelovigen, zijn de ranken.


Door geloof worden we één met Christus.

Romeinen 8:11.

Romeinen 8:17.

Galaten 2:20.

Galaten 5:24.



Vers 6

Oude mens.

Dat is de mens die leeft op het zondige terrein.

Dat is het terrein van de eerste Adam. Ook het terrein van satan.


Met Hem gekruisigd.

Wat houdt dat kruisigen in?

De oude zondige mens is dood, maar het zondige lichaam is er nog steeds.

Toch is de gekruisigde mens rechtens vrij van de zonde.

De nieuwe mens zit nog wel in een zondig lichaam. Er is dus steeds strijd tussen de nieuwe geest en het zondige lichaam. Maar... slaven van de zonde hoeven we niet meer te zijn. Christus kocht ons vrij. We zijn nu niet meer onder de macht van de zonde. Jezus is nú onze Heer.

Het wandelen in opstandingskracht in ons fysieke leven hangt af van het weten dat onze oude mens is gekruisigd. Anders zijn we wel vrije mensen, maar niet bevrijd, dus nog onder satans juk.


Slaaf.

De slaaf kan niet zelf beslissen. Hij moet luisteren naar de heer.

Wij waren in het machtsterrein van satan en van de zonde. Nu zijn we slaaf van Jezus. We zijn in een nieuw machtsgebied waar we de zonde niet hoeven te doen.


Hoe ontkomt een slaaf?

  1. Vrijkopen.
  2. Sterven. Dit bespreekt Paulus hier.



Vers 7

Wie gestorven is.

Dat is de oude mens, die is met Christus gekruisigd.

God verklaart ons nu rechtvaardig want onze oude mens is gestorven dus Hij ziet ons aan in Christus gerechtvaardigd van zonde als nieuwe mensen in Hem!


Dus wat betekent dit voor de praktijk van elke dag? Wij behoeven niet meer de zonde te dienen omdat de macht van de zonde niet meer over ons heerst. Christus heeft ons vrijgemaakt.


Rechtens vrij.

Een verongelukte persoon kan geen boete meer krijgen voor een verkeersovertreding. Hij is door zijn dood vrij van de wet. Hij wordt niet meer vervolgd.

Een slaaf ontkomt aan satan als hij sterft.

We ontsnappen aan het machtsgebied van satan.

Zo zijn ook wij, mét Christus gestorven, en daarom vrij van strafvervolging.



Vers 8

Met Christus sterven en leven.

Eén met Christus, in dood en leven. Dat leven is eeuwig leven, nu reeds begonnen.

"Met Christus gestorven" is géén theorie, maar werkelijkheid.

Als wedergeboren mens hoef je niet te zondigen.

We staan nu in een ander machtsgebied.


Mensen kunnen maar naar 1 kant kijken. Wie de ogen op Christus gericht houdt, kan niet tegelijk naar zondige dingen kijken. Dus wie "in Hem is, zondigt niet" staat in



Vers 9

Eén met Christus.

Christus sterft nooit meer. Als wij met Christus gestorven zijn, zullen ook wij nooit meer sterven. Het eeuwige leven is begonnen, toen we tot geloof kwamen en wedergeboren werden.


Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar een achterlaten van de zonden. Na de dood leven we zondeloos verder.



Vers 10

Eén met Christus.

Hij leeft voor God. Dus ook ons leven moet, hier op aarde reeds, een leven voor God zijn. We moeten het beeld van Jezus laten zien. Gelovigen bekleden zich met Christus. Dat gebeurt bij de doop.



Vers 11

Zó.

= op dezelfde manier.


U uzelf te rekenen.

Het grondwoord is een term uit de boekhouding. Daar rekent men met feiten. Zo zeker moet het voor ons vaststaan dat we dood zijn voor de zondemacht. Het is een féít.


Staat en stand.

We moeten geloven dat onze oude mens dood is. Dit is onze "staat". Dat geeft vreugde. Dan moeten we in ons zondige vlees de zondige data verwijderen en vervangen door iets wat op God gericht is. Dat is onze "(toe)stand" .

Ons denken moet vernieuwd worden. Dan leven we voor God.

Zondaar of zonde?

Wie is gestorven?

De zondaar is gestorven, de oude zondige mens is dood.

De zonde is er nog steeds, maar de nieuwe mens is geen slaaf vd zonde, maar kan tegen de zonde optreden, omdat ik in een nieuw machtsgebied ben. Dat is niet het terrein vd zonde.



Vers 12

Laat de zonde NIET regeren.

In deze tekst wordt onze verantwoordelijkheid benadrukt. Wij moeten ons inspannen om heilig te leven.

Wees geen slaaf meer van de zonde. Je bent vrijgekocht met een hoge prijs, nl. door het bloed van Christus. Nú ben je een slaaf van Christus.

Sta dan in die vrijheid!

In NT zijn zonden in het leven van de gelovige geen regel, maar uitzondering.

Wie in Jezus blijft, zondigt niet.



Vers 13

Niet ter beschikking van de zonde.

God wijst een andere weg: wandel door de Geest.

En stel uw leden.

Onze leden zijn als wapens. Stel die wapens niet beschikbaar aan de zonde.

Dat is een opdracht aan ons. Daar kunnen wij alles aan doen.

Als wapens.

We hoeven geen strijders te zijn. We hoeven slechts wapens te zijn. De kracht komt van God.


Uit de doden levend geworden.

Dus: van tussen de geestelijke doden uit zijn wij levend geworden.



Vers 14

Onder de wet.

De context is zonde. Er is een wetmatigheid van zonde en dood. U bent niet langer onder die wet(matigheid).

De zondemacht heeft géén heerschappij meer. Jezus is nu onze Heere! Hij kocht ons vrij.

Het gaat hier niet over de Thora van Mozes.


De wet ónder ons.

Wij zijn niet onder de wet, maar de wet is nu ónder ons. Wij lopen het pad van Gods geboden en doen Gods geboden uit dankbaarheid.

Zo zijn de geboden niet zwaar.

In tijd van Paulus was er géén Grieks woord voor wetticisme. Dat wordt hier wel bedoeld met het woord "wet".


Voorbeeld.

Een vrouw werkt 40 uren bij een weduwnaar. Salaris volgens CAO.

Op een dag moet ze 168 uren beschikbaar zijn en krijgt ze géén salaris meer. Toch gaat ze akkoord.

Waarom?

.... ze is met deze weduwnaar gehuwd. Nu is er een nieuw contract, een nieuw verbond. Nu doet ze alles uit liefde. Nu móet het niet meer, nu doet ze het graag.


Niet onder de wet, maar onder de genade.

We zijn van machtsgebied veranderd. Daar moeten we uit leven. Dit moeten gelovigen als een feit accepteren.



Vers 15

Meer zondigen?

O, nee!!!!

1 Johannes 3:6 zegt dat wie in Hem is, niet zondigt.

Zo moet ons leven zijn.

Niet onder de wet.

Kijk bij vers 14. Onder de wet zijn betekent daar: in zonde leven.

De wet betekent dus de wetmatigheid om te zondigen.

We zijn bevrijd van die wetmatigheid, bevrijd van die slavernij.

Zondigen moet voor een gelovige meer uitzondering zijn dan regel. Als we gezondigd hebben, dan...



Vers 16

Slaaf, ...maar van wie?

De zonde wás ons de baas.

Wij zijn met een hoge prijs vrijgekocht door Jezus.

Gelovigen zijn nu geen slaaf meer van de zonde, maar zijn nu slaaf van Jezus.

We gehoorzamen de zonde niet meer, maar we gehoorzamen onze nieuwe Heer, Jezus.

Vers 18 noemt dat: dienstbaar aan de gerechtigheid.

Sta dan in die vrijheid!



Vers 17

God zij dank.

Het is dus geen verdienste van ons dat we genade ontvingen. Dat is een gave van God. Hem brengen we de dank.


U was slaaf van de zonde.

Verleden tijd. Na geloof en doop zijn we "slaven van Christus".

Voorbeeld van de leer.

Dat is de standaard van de christelijke normen.

Daarnaar wil een gelovige leven.

Dat wil hij / zij van hárte!


Gehoorzamen aan God = geloven.

Dat blijkt ook uit



Vers 18

Vrijgemaakt.



Vers 19

Heiligmaking.

Levenstoewijding aan God.

Doe dat nú.

Uw leden beschikbaar gesteld.

Als we in zonden leven, kunnen zondige gewoonten ontstaan.

Dat moeten we veranderen. We worden vernieuwd in ons denken.

Als we voor God willen leven, kan dat nieuwe denken ook een gewoonte worden.



Vers 20

Vroeger en nu.

100% zonde, 0% God. Zo was het leven vroeger.

Van dit zondige leven had je geen goede vrucht. Zo'n leven leidt tot de dood.

In vers 22 staat het net andersom. Dan wordt er wel vrucht genoemd.

Zo is het nieuwe leven.



Vers 21

Vrucht van het oude leven.

Het oude leven is het zondige leven.

De vrucht daarvan is de dood.



Vers 22

De vrucht.

Het christelijke leven wordt zichtbaar. Satan ziet dat ik uit zijn machtsgebied ben ontsnapt doordat ik aan de zonde gestorven ben. Ik ben met Christus gekruisigd.

Ook mensen in onze omgeving moeten Christus in ons herkennen. Bij de doop heeft een gelovige zich met Christus bekleed.

De vrucht van de Geest is er.

Wie in Christus is, zondigt niet.



Vers 23

De samenvatting.



<