Hoofdstuk 3


Vers 1

Voordeel vh besneden zijn.

Beter: Voordeel van de besnedenen.



Vers 2

Voordeel van de Joden:

  1. Ze dragen het verbondsteken. Ze zijn besneden. Israël is de vrouw van God. Hosea 2:18-19.
  2. Ze hebben al eeuwen Gods woord, het OT.

Israël moest Gods licht verspreiden in de wereld.

De redding is uit de Joden. De Messias is een Jood.



Vers 3

Gods trouw.

Jeremia 33:20-21.

Jeremia 33:25-26.



Vers 4

God is waarachtig.

Jezus zegt: Ik ben de Waarheid.

Mensen zijn leugenaars.

Zoals geschreven staat.

Overwint.

In Psalm 51 staat: rein bent.



Vers 5

Onze ongerechtigheid bevestigt Gods gerechtigheid.

Het onrecht dat wij doen, bewijst Gods rechtvaardigheid. Hij straft rechtvaardig.



Vers 6

Wereld oordelen.

De rechtvaardige God zal de wereld oordelen. Dat zal een rechtvaardig oordeel zijn.



Vers 7

God vergeleken met zondaar.

Als je de waarheid van God vergelijkt met onze leugenachtigheid, dan wordt Gods waarheid al maar groter.



Vers 8

Wij worden belasterd.

Dat wat we verkondigen, wordt verdraaid. Wij zeggen niet: "Laten we maar meer zondigen, dan krijgen we meer genade".

Zo mag Gods woord niet uitgelegd worden.

We mogen zeker NIET meer gaan zondigen om de genade groter te maken.



Vers 10

Niemand rechtvaardig.

Wij, onrechtvaardigen, worden door God, uit genade, gerechtvaardigd, door het geloof in Jezus.



Vers 11

Niemand die God zoekt.

Uit onszélf zoeken we God niet, maar God roept ons op om Hem te zoeken

Hebreeen 11:6 noemt God een Beloner van degene die Hem zoekt.



Vers 13



Vers 14



Vers 15



Vers 18

Geen Godsvreze.

Dit is een samenvatting van het leven van de zondige mens.

Wel Godsvreze.

De tegenstelling staat in Psalm 16:8: Ik stel mij de HEERE voortdurend voor ogen. Dat zegt de Godvrezende David.



Vers 19

Alles wat de wet zegt.

Dat is alles wat er in het OT staat.

Paulus heeft geciteerd uit de psalmen, uit Spreuken, uit Jesaja.

De wet, het OT, veroordeelt elke zondaar. Wij allen staan schuldig voor God.


Die onder de wet zijn.

Ieder staat schuldig.

Elke mond wordt gestopt. Niemand heeft nog een weerwoord tegen God.

Allen zijn doemwaardig.

Gelovigen zijn NIET onder de wet.

Gelovigen zijn NIET onder de wet, maar onder de genade.

De wet klaagt hen, die in Christus zijn, niet meer aan, want Christus heeft de wet het zwijgen opgelegd door de wet te vervullen.

Wie in Hem is, is vrij.


Wat kan Paulus met "wet" bedoelen?



Vers 20

Vlees.

Dat is de zondaar.


Daarom..

De wet wordt door ieder overtreden.

Daarom moet de wet veroordelen, want de wet eist volmaaktheid, 100%.

Daarom kunnen we niet zalig worden door de wet te houden. We halen nooit 100%. Alleen Jezus hield de wet volkomen. Daarom kreeg Hij ook het leven. "Doe dit, 100%, en u zult leven".

Door de wet ken ik de zonde.

Zo zien we onze ellende. We moeten gaan verlangen naar verlossing van de zondenschuld.

De verkondiging van het evangelie hoort daar direct bij en is de eerste opdracht van de prediker.

Predikers zijn dienaren van Christus en niet van Mozes.

De wet wordt wel gepreekt, maar in dienst van het evangelie.


De wet en het evangelie.

Wet en evangelie verhouden zich als naald en draad.

De naald is nodig, maar het gaat om de draad.

De draad is het belangrijkst.

Wie alleen de wet predikt, werkt met een naald zónder draad. Alléén door de wet kan niets gerepareerd worden. Het geloof is uit het gehoor van het evangelie (de draad).



Vers 21

Gerechtigheid van God.

De gerechtigheid van God is zónder de wet.

Die gerechtigheid heeft Christus aangebracht. Deze gerechtigheid ontvangen we als we bij Christus horen. We verdienen die niet door de wet te houden.

We worden gerechtvaardigd door God, uit genade.


Wij dragen Zijn naam: rechtvaardige.

In 1 Johannes 2:1 heet Jezus De Rechtvaardige. Als wij door geloof bij Zijn bruid horen, dan mogen wij Zijn Naam dragen. Ik zondaar heet dan ook Rechtvaardige:

Rechtvaardige - Zondaar.


Wet en profeten.

Het OT sspreekt wel over het leven door het geloof.



Vers 22

Gerechtigheid van God.

Ons geloof grijpt het verlossingswerk van Jezus aan. Hij deed verzoening voor ons.



Vers 23

Gevolg vd zonde.

We missen de heerlijkheid van God.

Maar... er is redding mogelijk.

Dat kan door genade.


We missen de heerlijkheid van God.

Door de zonde missen we God, maar ook Zijn heerlijkheid.

Wie gelooft in Jezus komt weer in de heerlijkheid.

Voltaire.

De verpleegster van deze Fransman zei: " Voor al het geld van de wereld wil ik geen ongelovige meer zien sterven".


Napoleon.

Zijn lijfarts schreef: "De keizer stierf eenzaam en verlaten. Zijn doodsstrijd was vreselijk".


Nietzsche.

Hij stierf waanzinnig.


Lenin.

Hij bad tafels en stoelen om vergeving van zijn zonden.


Boeddha.

"Het is me niet gelukt".



Vers 24

We kunnen er niets aan doen!

Wij liggen verloren omdat Adam zondigde. Wij kunnen daar niets aan doen.

Op precies dezelfde voorwaarde worden we zalig. We worden gered door wat een Ander, Jezus, voor ons deed.

Om niet gerechtvaardigd.

Jezus betaalde voor onze verlossing.

Jesaja 53:5.

2 Corinthiërs 5:19.

1 Johannes 4:10.



Vers 25

Verzoening.

Letterlijk:

Hij, Jezus, is Gods verzoendeksel.

Dáár in de hemel waar de ark staat, waarop het verzoendeksel ligt

deed Jezus verzoening met Zijn eigen bloed.

Daar op het verzoendeksel kan God nú de zondaar ontmoeten.

Zo wordt het verzoendeksel een genadetroon.


Rechtvaardigheid bewijzen.

God is rechtvaardig en barmhartig. God bewijst Zijn rechtvaardigheid door de straf voor de zonden aan Zijn Zoon te voltrekken. Daarna kan God barmhartig zijn voor zondaren.


Deze uitdrukking staat er 2x.

Hier en in het volgende vers.

God blijkt rechtvaardig. Hij straft de zonde niet 2x. Hij heeft ze gestraft aan Christus en zal de zonden dan niet ook nog aan de gelovige te straffen.

Zo kan God aan de zonden voorbij gaan, barmhartig zijn, en toch rechtvaardig zijn.


2 mogelijkheden.

  1. De zondaar betaalt zelf.
  2. Een Ander betaalt voor ons. Die Ander is Jezus, de Rechtvaardige. Hem heeft God aangewezen tot verzoening.

Onder de verdraagzaamheid..

Onder het OT bracht men steeds offers. Ze namen de zonden NIET definitief weg, maar God verdroeg ze.



Vers 26

Geloof van Jezus (SV)

Jezus zelf geloofde. Hij was op aarde 100% mens. Hij stelde al Zijn vertrouwen op Zijn Vader.

Dit is de diepste grond van onze redding. Hij deed de wil van Zijn Vader.


Romeinen 1:17.



Vers 27

Roem?

Wij kunnen niet roemen op iets van ons.

Alleen kunnen we roemen op het werk van Jezus vóór ons.

Wij, gelovigen, zijn rechtvaardigen, omdat Jezus rechtvaardig was. Wij zijn heiligen, omdat Jezus heilig is.

Zoals een bruid de naam van haar man mag dragen, zo ook wij.


Jezus de Rechtvaardige.

Zo is de "achternaam" van Jezus in

Jezus, de Rechtvaardige, is onze Bruidegom.

Dan draagt ook de bruidsgemeente die achternaam: Rechtvaardige - Zondaar.

In Christus zijn we rechtvaardigen.


Uitgesloten door de wet vh geloof.



Vers 28

Zonder werken van de wet.

Jacobus 2:14 schrijft over goede werken die het geloof in het dagelijks leven laat zien. Dat hoort bij de vrucht van het geloof.

Ons geloof is geen dood geloof.

Maar wetswerken dragen niets bij om de zaligheid te verkrijgen.



Vers 30

Uit en door het geloof.

Geloof is de enige weg.

Geloof in Jezus is de voorwaarde tot de zaligheid.

Jezus zegt: "Niemand komt tot de Vader, dan door Mij".

Door ons huwelijk ( ons geloof) met Hem komen we in het gezin van God.

Niet als geadopteerde kinderen, maar als "schoondochter".



Vers 31

Doen we de wet teniet?

Door genade willen we juist de wet van God vervullen. We willen met liefde en vreugde het pad van Gods geboden lopen.

De wet hangt niet dreigend bóven ons, maar we lópen erop. We lopen op het pad van Zijn geboden.



<