Hoofdstuk 2


Vers 1

Veroordeel een ander niet.

Wie zich tot God bekeert, veroordeelt meer zichzelf dan een ander.

Zelfkennis groeit na de bekering.

Joodse christenen moeten NIET neerkijken op heiden-christenen.

Jezus en de wet.

Wie een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft reeds overspel met haar gedaan.

Veroordelen.

Dat is negatief.

Jezus noemt zulke mensen huichelaars.

Weg met jouw eigen balk. Daarna: Weg ook met die splinter uit het oog / de bron van de naaste.

Beoordelen.

Dat is positief.

Dat gaat uit van de waarheid en ziet de dingen zoals God ze ziet.



Vers 2

Het oordeel van God.

Wij zien aan wat voor ogen is, maar God ziet het hart.

Alleen het oordeel van God is waarheid.

Hij oordeelt rechtvaardig.



Vers 3

Zulke dingen.

Dat zijn de zonden die Paulus al opsomde in hoofdstuk 1.


Geen zondaren oordelen.

Liefde is de vervulling van de wet. De wet is geestelijk. Een man kan al overspel plegen met zijn ogen.

Ook wie onterecht boos is op iemand is schuldig.

Dus ook wij, gelovigen, staan schuldig aan de wet.

Als wij, gelovigen, ook op zondige wegen gaan, zal God ons ook oordelen.



Vers 4

Zijn goedertierenheid.

Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.

HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.

Geloof en bekering.

In Romeinen 1:17 sprak Paulus eerst over geloof. Nu gaat het over bekering en berouw. Paulus zelf leerde de ellende niet kennen door de wet, hoewel hij daar goed in onderwezen was door Gamaliël , maar de ellende leerde Paulus juist uit zijn ontmoeting met Jezus op de weg naar Damaskus.


Kennis van ellende?

  1. Kijk hoe Jezus is en hoe jij bent.
  2. Kijk naar Jezus' werk en ons eigen werk.
  3. Kijk in de spiegel van Gods wet. Die zegt wat zonde is.

3 eigenschappen van God.

  1. Goedertierenheid.
  2. Verdraagzaamheid.
  3. Geduld.

Wat leidt ons tot bekering?

Dus: niet de strengheid vd wet leidt ons tot bekering, maar de wil van God om goed te doen aan ons.

De goedertierenheid van God leidt ons tot bekering.

Dus we moeten NIET in de zonde leven, maar ons juist van de zonden bekeren, want anders " verachten wij de rijkdom van Zijn goedertierenheid ".



Vers 5

Onbekeerlijke hart.

God wil niet dat iemand verloren gaat, 2 Petrus 3:9, maar als een mens de zonde vasthoudt en zich niet bekeert, zal hij de toorn van God over zich halen. Die toorn is straf van God.



Vers 6

Onze werken zijn belangrijk!

Ons geloof moet zichtbaar worden uit onze werken. Naar deze werken worden we beoordeeld.

Wie geen vruchten heeft in zijn leven, moet zijn leven met Christus nakijken.


Tweeërlei vergelding.

  1. Zie vers 7 + 10.Dat is vergelding voor de gelovigen.
  2. Zie vers 8 +9. Dat is vergelding voor ongelovigen.



Vers 7

Ons zoeken.

Gelovigen doen het goede en zoeken met volharding:

  1. Heerlijkheid. In vers 10 wordt ons dat ook gegeven.
  2. Eer. In vers 10 krijgen we dat.
  3. Onvergankelijkheid.

Dat zit alles in Christus.

We hebben een hemels doel.


De vergelding voor gelovigen.

Als we zo leven, krijgen we van God, uit genade, het eeuwige leven.

We worden nooit zalig om de werken, maar door het geloof waar die werken vruchten van zijn.



Vers 8

Ongehoorzaam aan de waarheid.

In Johannes 3:36 lees je dat ongehoorzaamheid hetzelfde is als ongeloof.

Wat staat de goddeloze te wachten?

  1. Toorn van God. ( vers 8)
  2. Gramschap van God.(8)
  3. Verdrukking. ( vers 9)
  4. Benauwdheid. ( vers 9)



Vers 9

Verdrukking en benauwdheid.

Concreet lezen we dit in Openbaring 6:15-17.

Daar is de grote verdrukking begonnen met de opening van het 1e zegel. Daar lees je over de grote benauwdheid als de toorn van Het Lam is gekomen.


Jood en Griek.

Bij God is geen aanneming van de persoon. Iedere ongelovige wordt naar eigen werken veroordeeld.



Vers 10

Gezocht en gekregen.

Wat de gelovigen in vers 7 met volharding zochten, dat ontvangen ze van God in vers 10.


Goede werken.

Die kunnen voor iedere gelovige verschillen.

Romeinen 12:9-21.



Vers 11

Een rechtvaardige God.

God oordeelt naar onze werken en niet naar onze persoon.



Vers 12

Zonder wet zondigen.

Gods wet was veel mensen onbekend. Zij gaan verloren zonder dat de wet hen oordeelt.

Er is wel gradatie in straf.

Volgens vers 6 oordeelt God hen naar hun werken.

De heidenen zijn zichzelf tot wet, volgens vers 14. Ze hebben een geweten.



Vers 13

Hoorder.

= dwaze bouwer.

Hij hoort Jezus' woorden wel, maar doet ze niet.

Die doet misschien wel wat de wet eist, maar doet het niet uit liefde voor God.

Dader.

=wijze bouwer.

Hij hoort het woord van God en dóét het ook. Hij is gehoorzaam.

Daders van Jezus' woord zijn zij die Zijn woord uit liefde doen.

Jezus deed de wet uit liefde. Dat wordt gelovigen toegerekend. (Gerechtvaardigd worden)



Vers 14

Van nature de wet doen.

Ook volken die Gods wet niet hebben keuren diefstal, overspel, moord, leugens af.

Ze hebben een geweten dat zegt wat goed of kwaad is.



Vers 15

Geschreven in hun hart.

Dat is ingeschapen kennis van God. Ze weten wat goed of fout is.

Dit is totaal iets anders dan "de wet in het hart" bij het nieuwe verbond.

Geweten.

Een heiden maakt door het geweten onderscheid tussen goed en kwaad.

Dat kan zelfs zonder dat ze de Thora hebben.

De wet was er dus reeds lang voordat Mozes die ontving.


De boodschap.



Vers 16

Jezus als Rechter.

Op die dag.

  1. Jezus oordeelt de volken na Zijn wederkomst, dus aan het begin vh vrederijk. Jezus zit dan op de troon van Zijn heerlijkheid

Hij oordeelt naar hun werken. Als u dit aan één van Mijn minste broeders deed, dan deed u dat aan Mij.

2. Jezus oordeelt ook aan het eind van het vrederijk. Dat is het oordeel op de grote witte troon.

Evangelie.

Ellende en verlossing horen bij het evangelie. Ook Johannes de Doper verkondigde het evangelie. Hij wees op Jezus als Het Lam van God.



Vers 17

Jood genoemd.

Er waren waarschijnlijk ook in de gemeente van Rome veel Joden. Die worden hier aangesproken.

Ook in het vervolg blijkt het om echte Joden te gaan.


Als we "Jood " lezen als "Godlover" kan het volgende dus ook voor heidenchristenen gelden.

Mogelijk gingen christenjoden de christelijke vrijheid misbruiken.

Als je wel besneden bent, maar de wet niet houdt, ben je als een onbesnedene.



Vers 19



Vers 20

Bestudeer de wet.

De wet is

In de wet, de Thora, en in het OT staan de kennis en de waarheid die God geopenbaard heeft.

Dat de Joden dit wisten, was een voordeel voor de Joden.



Vers 21

Bestudeer en doe!

Niet alléén de bijbel bestuderen, maar vooral doen wat God daarin zegt.

Wees een wijze bouwer.



Vers 23

Waarachtig zijn.

Jezus was precies zoals Hij dat Zelf ook verkondigde. Zo moeten wij ook zijn, Zijn gelijkenis laten zien.

Wie ben je als er niemand kijkt?

God ziet in het verborgene. Ziet Hij dan iets van Zijn Zoon in jou?



Vers 24

Zoals geschreven is.



Vers 25

Wie besneden is, moet ook de wet houden.

Ons innerlijk moet in overeenstemming zijn met ons uiterlijk.

Wie de wet van God overtreedt, gedraagt zich immers als een onbesneden heiden.



Vers 26



Vers 27

De heiden die zich bekeert.

In Ninevé bekeerden de onbesneden mensen zich op de prediking van Jona. Zij zullen de besneden Joden oordelen die zich niet bekeerden.



Vers 28

Wie is een Jood?

Wat is het uiterlijke kenmerk?

Besnijdenis.

Dat is een eeuwigdurend teken van het verbond.

Ook Messiaanse Joden worden besneden. Dat gebeurt omdat zij Joden zijn.


Wat gaf God specifiek aan de Joden?

Het is onderwijs voor het leven. Dit is het beste voor je leven.

De rechtvaardige had vermaak in de Thora van God.

Bv. Besnijden moet gebeuren op de 8e dag. De wetenschap weet nu pas, dat op de 8e dag de bloedstolling 110% is.


Wat gaf God aan de heidenen?

God gaf het geweten, opdat de heiden onderscheid kan maken tussen goed en kwaad.



Vers 29

Vervangingsleer?

Dit lijkt een tekst voor de vervangingsleer. Net zoals:

Jood.

Jood = Godlover.

Dit is een echte Godlover, die besneden is van hart.


Besnijdenis vh hart.

In de Thora staat al dat de uitwendige besnijdenis niet redt.



<