Gebed voor Israël.
Het ongeloof van de Joden woog Paulus zwaar.
Ze willen vasthouden aan hun eigengerechtigheid.
IJver voor God.
De Joden bestuderen ijverig de Thora.
Niet met het juiste inzicht.
In China waren de huisgemeenten lang een eenheid. Ze hadden de bijbel. Hun leiders hadden elkaar in gevangenissen leren kennen. Toen de grenzen van China iets opengingen kwamen er naast bijbels ook allerlei theologische boeken die veel verdeeldheid brachten in de Chinese huisgemeenten. Deze buitenlandse "hulp" was
niet met het juiste inzicht.
Niet het juiste inzicht hebben.
Hier komen 3 oorzaken.
Eigengerechtigheid telt niet. Alleen Christus' gerechtigheid telt bij God.
Doel van de wet.
Dat is Christus. Dus ook de gerechtigheid die Hij verwierf.
Jezus schafte de wet niet af, maar vervulde de wet. Het doel van de wet is zeker niet de eigengerechtigheid. Dat laatste zoeken de Joden.
De wet doen en leven.
Dat is waar geworden voor Jezus. Hij vervulde de wet voir 100% en kreeg het leven en stond op uit de dood. Hij sterft niet meer.
Voor zondige mensen is de wet voor 100% volbrengen onmogelijk. Dus kunnen wij het leven niet zelf verdienen.
Geen grote dingen nodig.
We hoeven geen grote dingen te doen om de gerechtigheid van Christus te ontvangen. We hoeven NIET naar de hemel of naar het dodenrijk om Christus te zoeken. God vraagt geen prestatie van ons. Jezus kwam bij ons en daalde af. God wil alléén geloof in Jezus. We mogen steunen op Zijn verzoeningswerk.
Paulus citeert
Mozes heeft dus helemaal geen gerechtigheid door het houden van de wet op het oog.
Afgrond.
Grondtekst: Abyssos.
Dat is een deel van het dodenrijk.
In Deuteronomium 30:12 heeft Mozes het over "zee".
Maar...afgrond en zee verschillen misschien niet zoveel.
Het beest uit de zee is ook het beest uit de afgrond.
Het woord wordt in het hart gezaaid.
Als het woord gesproken wordt en wij het horen, dan komt het in ons hart. Satan kan het daar weghalen.
Dat woord moeten we geloven. We moeten vertrouwen op Gods beloften.
Mond en hart.
De uitleg staat in het volgende vers.
Jezus belijden.
Dus Hem aannemen als "mijn Heere".
Dan heeft Jezus dus álles te zeggen in je leven. Dan vraag je steeds wat Hij wil dat jij zult doen.
Geloven in Zijn opstanding.
Hij is opgestaan met het oog op onze rechtvaardigmaking.
Na Zijn opstanding ging Hij met Zijn eigen bloed verzoening doen in de hemel.
Geloven met het hart.
Dat is je helemaal overgeven aan Jezus.
Je geeft je over aan Hem, zoals je je overgeeft aan een chirurg. Heilig Jezus als de Heere van je hart.
De vastheid ligt niet in mijn geloof, maar in de Persoon van Jezus.
Geloven tot gerechtigheid.
Ons geloof steunt op de gerechtigheid die Christus aanbracht.
Door dat geloof worden wij gerechtvaardigd.
Met het hart geloven.
Belijden.
Zo'n belijdenis kan grote gevolgen hebben. Jouw omgeving kent en erkent Hem niet.
Vijandschap kan het gevolg zijn.
Zal niet beschaamd worden.
Als je je aan Hem overgeeft, dan kom je echt niet teleurgesteld uit.
We moeten over God heel anders denken dan over mensen.
Geen onderscheid...
De Jood en de heiden moeten op dezelfde manier zalig worden nl. door geloof in Jezus.
Hij is rijk voor allen.
Daar hoort dus iedereen bij. Het kan voor allemaal, voor ieder die Hem aanroept.
Naam van de Heere.
In Joël 2:32 gaat het over de Vader (HEERE). Hier gaat het over Christus (Heere).
Ook in deze tekst wordt niemand uitgesloten. Ieder!
Woordverkondiging.
Het gaat hier over het belang van de prediking.
Het gaat om het werk van Jezus.
Dat kon Paulus ook uit het OT verkondigen. Die verkondiging is nooit vrijblijvend. Het geloof is uit het gehoor van het gepredikte woord.
Volgorde.
De voeten van hen...
In Jesaja 52:7 staat "van hem", dus enkelvoud. Hier staat meervoud.
Gehoorzamen.
Prediking is nooit vrijblijvend.
Ongeloof is zonde.
We moeten NIET alleen de wet gehoorzamen, maar ook het evangelie gehoorzamen.
Wie niet gehoorzaamt...
Jesaja 53:1.
Geloof.
God roept..
God heeft mij krachtig geroepen. Dat concludeer ik uit mijn geloof.
Hebben zij het dan echt niet gehoord?
Zou er iemand kunnen zijn die deze uitvlucht zou kunnen gebruiken?
Nee, zegt Paulus.
Psalm 19.
We kunnen God leren kennen uit de natuur en de bijbel.
In psalm 19 zijn 2 delen
Paulus combineert die twee aspecten uit Psalm 19.
Hun woorden.
De schepping spreekt, maar zonder woorden. Ook het heelal spreekt in beelden, in sterrenbeelden. Overal worden ze gezien en in dezelfde volgorde.
Dat de afbeeldingen overal op aarde dezelfde zijn, wijst op een goddelijk ontwerp.
De "plaatjes" waren er eerst en die werden vastgemaakt aan sterren. God bedacht de "plaatjes".
De namen van de individuele sterren kunnen ook weer meer verduidelijken.
Onverstandig volk.
Dat zijn de heidenen. Ze hadden de wet van God niet. Daardoor waren ze onverstandig. De Joden zullen er jaloers op worden op gelovige heidenen.
Die jaloersheid eindigt in boosheid. Het irriteert de Joden dat de heidenen hen uit hun Joodse bijbel willen overtuigen.
Citaat uit Septuaginta.
Paulus citeert hier Jesaja 65:1 niet uit de Hebreeuwse grondtekst, maar uit het Grieks. Hij past een ruimere interpretatie toe.
In de grondtekst staat:
Paulus schrijft:
Terecht schrijft de Studiebijbel: Paulus interpreteert dat Jesaja 65:1 tot de hele wereld gericht is.
Niet zoeken, toch vinden.
Heidenen die God niet zochten en niet naar Hem vroegen, vinden Hem.
Zoekers vinden.
Maar... de andere kant is nog meer waar volgens Mattheus 7:8.
God blijft trouw.
God blijft Zijn liefde aan Israël tonen.
Ondanks hun ongehoorzaamheid verstoot God hen toch niet.
Israëls zonden maken wel afstand tot God, maar géén definitieve scheiding van God.