God heeft Israël niet verstoten
Het gaat hier over 12 stammen.
Jezus werd géén fundament voor de meeste Israëlieten, maar Jezus werd een struikelblok voor velen van de Joden. Toch verstoot God Zijn volk NIET.
Ook de profeten zeggen steeds dat God trouw blijft.
7000 waren er nog.
Zo is er ook nu nog een overblijfsel van Godvrezende Joden.
Door Gods verkiezende genade zijn ze er nog. Vers 5.
Overblijfsel.
Messiasbelijdende Joden.
Genadige verkiezing.
Het overblijfsel bestaat nog dankzij Gods verkiezing.
Wat Israël zoekt.
Israël zoekt gerechtigheid door de wet te houden. Eigengerechtigheid.
Daarom hebben ze niet ontvangen wat ze gezocht hebben.
De Messiasbelijdende Joden kregen die gerechtigheid wel, maar door geloof in Jezus, uit genade.
Verharding.
De menselijke verantwoordelijkheid en Gods soevereiniteit krijgen we nooit bij elkaar.
Deze verharding is
Geschreven.
God geeft hun...
Dit betreft het ongelovige Israël.
Geestelijke blindheid.
Ook veel christenen hebben geen oog voor wat God openbaart in de bijbel.
Davids profetie.
David spreekt in deze Psalm over zeer verharde mensen die vijandig zijn naar God.
Tafel.
Dat is de plaats van de zegen, van de overvloed.
Helaas heeft slechts een overblijfsel van de Joden deze zegen gekregen.
Gestruikeld.
Israël struikelde
Maar Gods doel was niet hun val, maar hun behoud.
Hen tot jaloersheid...
Hen = Joden.
In Handelingen lezen we over verkeerde jaloezie bij de Joden. Die verkeerde jaloersheid verandert in boosheid.
Er zijn Christenen die op Joodse wijze willen leven. Zij zijn jaloers op de Joden. Waarom willen ze terugkeren tot iets dat minder is?
De Joden moeten jaloers worden op Christenen.
Die jaloersheid konden de Christenen niet opwekken. Nee, de Christenen gingen zich "het ware Israël" noemen. Dat wekte juist haat. Christenen gingen Joden vervolgen en doden. De afkeer van de Joden voor het christelijke geloof groeide daardoor.
Israël is de bruid van God.
Nadat Israël Jezus heeft verworpen, komt er een andere bruid, de gemeente, de bruid van Jezus.
Daarop zou Israël positief jaloers moeten zijn en naar haar man, God, terug moeten keren. En God wil haar terug! Het komt weer goed.
Hun val, hun verlies.
Hun volheid.
Maak mijn bediening heerlijk.
Paulus doet zijn uiterste best om de heidenen tot geloof te brengen. Hij hoopt dat de Joden dan zullen volgen. De Joden moeten op de goede manier jaloers worden op de christenen .
De aanneming van Israël.
Israël verwierp de Messias. Daardoor ging het heil naar de heidenen.
De verwerping van Israël was tot grote zegen voor de wereld. Het evangelie ging naar de heidenen. Dan zal de aanneming van de Joden zeker tot grotere zegen zijn. Als de Joden gaan geloven in Jezus, hun Messias, dan is dat als opstaan uit de doden. Dat zal ook een grote opwekking onder de heidenen teweeg brengen.
Eersteling.
De wortel.
Jezus is de Wortel van Isaï.
Takken.
De gelovigen.
Olijfboom.
=Israël.
In hun plaats????
Dus de Kerk is NIET in de plaats van Israël!!!!! , maar de gelovigen uit de heidenen hebben een plaats tussen de Joodse gelovigen.
Wortel.
=Christus, Zijn verbroken lichaam en Zijn vergoten bloed. Jezus is de Wortel van David.
Het gaat over de nieuwe verbondsrelatie. Jezus stelt dat verbond in voor Israël.
Geënt op de olijfboom.
De geënte tak behoudt zijn genetische eigenschappen. Een geënte appeltak op een olijfboom gaat geen olijven dragen, maar wel appels. Wij als gelovige heidenen worden geen Joden. We moeten geënt worden om deel te krijgen aan de Wortel, de Wortel van David, de Joodse Messias Jezus.
Mede deel gekregen.
Sinds Cornelius is de "deur van het nieuwe verbond" ook open voor heidenen.
Door geloof krijgen gelovige Joden en gelovige heidenen deel aan de vettigheid van de Wortel, aan Jezus
Niet beroemen tegen de takken.
De takken zijn de bekeerde Joden. De bekeerde heidenen mogen zich niet plaatsen boven de bekeerde Joden.
U.
= heidenen.
De wortel.
De wortel is Christus, de wortel van Isaï.
Dus de oorsprong ligt bij de Joden. Jezus is een Jood.
Jafeth mag wonen in de tent van Sem.
Door het geloof krijgen de heidenen geen deel aan Israël, maar samen met de gelovige Joden hebben ze deel aan Christus, de Wortel.
Afgerukte takken.
Dat zijn de óngelovige Joden.
Maar... als ze gelovig worden, dan worden ze opnieuw geënt op de Wortel Jezus.
Zie vers 23.
U staat in het geloof.
Het gaat hier over geloofswaarheid en niet over persoonlijk geloof.
Schijnheiligen kunnen de geloofswaarheid onderschrijven, maar missen het persoonlijke geloof.
Geloofswaarheid en geloof.
In 1 Timotheus 1:19 staat 2 keer het woord geloof.
U niet spaart.
U = gelovige.
U staat op de Wortel Jezus door het geloof.
Deze mensen moeten vrezen. Ze moeten volharden.
De gemeente van Christus bestaat uit ware gelovigen. Die gelovigen worden in de bijbel opgeroepen om te volharden.
Het koninkrijk Gods is het christendom.
Je kunt dus wel bij het koninkrijk van God horen, en toch tijdgelovige zijn.
Een tijdgelovige wordt weggedaan.
Dat is géén afval van heiligen, maar afval van onheiligen, schijnheiligen.
Goedertierenheid.
=verbondstrouw.
Volgens Van Dale:
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid (Galaten 5:22).
In goedertierenheid blijven.
God is goedertieren.
Wij moeten goedertieren zijn en zo op God lijken.
Wie niet op God lijkt, is geen echt kind van God en wordt afgebroken van de Wortel.
Hen die gevallen zijn.
Dat zijn de ongelovige Joden.
Er is hoop.
Als de ongelovige Joden zich bekeren en tot geloof komen, dan worden ook zij geeënt op de Wortel Christus.
God gaat Israël in de toekomst weer tot bloei brengen.
De God met deze grootse plannen is mijn Vader, onze Vader. Is dat geen bemoediging?
U, afgehouden van de wilde olijfboom.
De heiden die in Jezus gaat geloven, wordt afgehakt van het oude leven.
Deze gelovige laat de oude mens achter, ja die oude mens wordt begraven in het doopwater. Dat begraven is een definitief afscheid.
De gelovige heiden wordt geënt op de Joodse Wortel, Jezus.
Dan begint het nieuwe leven, met Jezus.
Geheimenis = verborgenheid.
Paulus vertelt nu iets dat in het OT onbekend was, maar aan Paulus is geopenbaard.
Deze bedekking bij Israël blijft niet zo. Het duurt totdat...
Geheimenis is geen geheim.
Ingegaan.
Het grondwoord wijst op een verandering van plaats, dus zoals men door een deur van buiten naar binnen gaat.
Dus NIET de volheid van een getal. Die verandering van plaats zal de opname van de gelovigen zijn. Ze gaan van de aarde naar de hemel.
Als de gemeente van de aarde weg is, komt Israël tot geloof. Dat gebeurt in de grote verdrukking.
Deze tekst pleit voor de opname vóór de grote verdrukking.
Dat lezen we ook in:
Heel Israël wordt zalig.
Ook de Joden worden zalig door Jezus' offer. Er is ook voor hen géén andere weg.
Wel heeft God een bijzonder plan: God stort Zijn Geest op hen en er volgt een nationale bekering.
De Geest komt in de Joden. Ze worden een volk van rechtvaardigen.
Zo ???
Verschillende uitleg wordt gegeven.
Heel Israël bestaat dan uit rechtvaardigen.
Israël zal zich schamen voor God.
Als Israël zich bekeert, dan zal het zich schamen over het feit dat ze eeuwen zonder God hebben geleefd.
Uit Sion komen.
In Jesaja 59:20-21 staat: náár Sion.
Letterlijk:
De Verlosser zal ten behoeve van Sion komen en voor hen die zich afkeren van de zonden van Jakob...
Deze teksten van Jesaja 59 en Zacharia 12 staan in de context van het Messiaanse vrederijk. Daar heeft Paulus het nu ook over.
Mijn verbond met hen.
Het gaat over een eeuwig verbond met Israël.
Vijanden.
De Joden gedroegen zich als vijanden tegen de christenen.
Dat heeft Paulus vaak ervaren.
Roeping van God.
Dat is de roeping van Abraham. God sloot een verbond met hem. God blijft trouw aan Zijn verbond.
God heeft een heilsplan voor dit volk. God staat zelf in voor de uitvoering.
Ontferming gekregen.
Vroeger leefden we in het heidendom. Het heil was voor de Joden. De Joden verwierpen Jezus. Ze waren ongehoorzaam. Daarna kwam het evangelie naar de heidenen.
Ontferming.
Er is maar 1 weg tot de Vader. Die Weg is Jezus. Wie bij het gezin van God wil gaan behoren, moeten "trouwen" met Zijn Zoon. We moeten dus "ja" zeggen tegen Jezus, die onze Bruidegom wil zijn.
Dat "ja-woord" is het geloof. We steunen op Hem. We verwachten alles van Hem die alles opgaf om ons te kopen. Wij zijn duur gekocht door Hem.
Hij laat ons nooit meer los. Hem zij de lof en dank tot in eeuwigheid.
Zij zijn ongehoorzaam..
Dat zijn de ongelovige Joden.
Ons is ontferming gegeven.
Dat moet in ons leven zichtbaar worden. We moeten de vrucht van de Geest vertonen.
De ongelovige Joden moeten dat geestelijke leven zien in ons en er jaloers op worden. Door onze levenswandel moeten anderen voor Christus gewonnen worden.
Wie in Christus gedoopt is, heeft zich met Christus bekleed.
Allen opgesloten.
Dit zijn de ongelovige Joden.
Ze verwierpen de Messias. Jezus klaagde daarover.
Israël was ongelovig en God geeft hen over aan die ongelovigheid die ze zelf kozen. Er is nu een bedekking, zodat Israël niets in Jezus ziet.
Maar...dat zal niet zo blijven. De bedekking zal God wegnemen. God zal Zijn Geest over hen uitstorten.
Ze zullen de Jezus als hun Messias erkennen.
Heel Israël zal zalig worden.
Diepe rijkdom.
Verwondering over het beschreven mysterie van de weg van het heil.
Heidenen worden gered, maar Joden worden niet vergeten.
Echte aanbidding leidt tot toewijding.
Oordelen.
Beoordelingen van de probleemsituatie.
Lofprijzen.
Een vorm van aanbidding die uitspreekt hoe God is.
Heb jij God en onze Heiland al op juiste waarde geschat?
Heb je dat ook naar Hem uitgesproken?
Uit Hem.
Alles komt voort uit God de Schepper.
Door Hem.
God onderhoudt alles.
Tot Hem.
God werkt naar Zijn einddoel. Zijn koninkrijk komt. Hij gaat alle dingen nieuw maken.
Amen.
Dit is niet het eind van de brief. Paulus besluit zijn verwondering met een doorleefde instemming. Zo zal het zeker zijn!!!!