Hoofdstuk 8


Vers 1



Vers 3



Vers 4

Verkondigen.

Evangeliseren.



Vers 5

Predikte.

Proclameren als heraut.


Filippus.

Dit is de diaken.



Vers 6

Men luisterde naar Filippus.

Er was kracht van de Heilige Geest. Het koninkrijk der hemelen wordt zichtbaar in Samaria.

De kracht van de Heilige Geest staat tegenover de kracht van satan.



Vers 7

Geestesgaven.

Filippus had de gave van genezing.



Vers 8

Blijdschap.

Vrucht van de Geest.

Blijdschap hoort bij de christen. We moeten ons vooral verblijden in de Heere.

Wie zich in de Heere verblijdt, lijkt op God.



Vers 9

Simon de tovenaar.

Simon was een occultist.



Vers 12

Evangelie van het koninkrijk van God.

Ditzelfde evangelie verkondigde ook Jezus.

Jezus predikte dat de Koning er was, de Zoon des Mensen. Hij liet met tekenen en wonderen ook zien dat Hij de Messias was.

Hij predikte niet over zijn lijden, sterven, opstanding en hemelvaart.

Dat laatste zal Filippus wel gedaan hebben.


Wie worden gedoopt?

Mannen en vrouwen. Geen kinderen.

Overal in het NT volgt de doop op bekering en geloof.

Doop is een daad van gehoorzaamheid, dus kunnen alleen volwassenen daaraan voldoen.

Bovendien is de doop het begraven van de dode oude mens. Die is met Christus gekruisigd.

Die oude mens is gestorven aan de zonde. Begraven betekent een definitief afscheid.



Vers 15

Gebed om de Geest.

Normaal is het zo, dat iemand die tot geloof komt, direct de Geest ontvangt.

Maar... hier gebeurt dat niet.

Daar heeft God een bedoeling mee.

Volgens Johannes 4:9 gingen Joden niet om met Samaritanen. Er dreigde dus direct een scheuring in de jonge gemeente.

Daarom stuurt God eerst 2 apostelen. Die kunnen zich overtuigen van de echtheid van het geloof van de Samaritanen. Dit waren niet-Joden die bij de gemeente kwamen. (Nicolaüs, een diaken was een proseliet, dus van afkomst ook een heiden)

Daarna volgt de doop met de Geest. Deze Samaritanen horen er echt bij en worden als leden van Christus' gemeente geaccepteerd.

Deze situatie was uniek en eenmalig.



Vers 16

De Geest was niet op hen gevallen.

De doop in de Heilige Geest is vanuit de hemel.

Bij de doop in de Geest ontvangen ze ook een geestesgave, hier tongentaal.

In Efeze kregen ze ook de gave van profetie.

Gedoopt in de naam van Jezus.

Het gaat NIET om de doopformule, maar om het doel: vereniging met Christus en de gemeente.



Vers 17

Zij ontvingen de Geest.

Waarschijnlijk ontving Simon NIET de Heilige Geest, hoewel er staat dat hij geloofde en gedoopt was.

Hij had waarschijnlijk geen oprecht geloof.

Handen opleggen.



Vers 20

Geen geld.



Vers 24

Wat is nog bekend van Simon?

In de kerkgeschiedenis van Eusebius staat dat Simon nog veel tégen het evangelie heeft gedaan.

Sommige vroege christelijke schrijvers, zoals Ireneüs en Justinus de Martelaar, suggereren dat Simon afvallig werd en zelfs de basis legde voor bepaalde gnostische stromingen. Dit is echter niet met zekerheid uit de Schrift te concluderen.



Vers 27

Kandakè.

Dit is de koninklijke titel van de koningin van Soedan, Cusj, Nubië.


Aanbad hij in de tempel?



Vers 28

Hij las.

Deze Ethiopiër kon Hebreeuws of Grieks lezen. Misschien was hij wel een Jood uit de diaspora, of een proseliet.


Welk bijbelgedeelte?

Jesaja 53.



Vers 32



Vers 36

Schaduw en werkelijkheid.

  1. Eerst schuilt Israël in geloof achter het bloed van het paaslam.
  2. Dan verlaat Israël de slavernij. Die slavernij is beeld van de zonde.
  3. Dan de tocht door de zee, dat is een beeld van de doop. Het oude slavenbestaan wordt definitief achtergelaten. 1 Corinthiërs 10:2.
  4. Dan naar Sinaï waar ze in een verbond met God komen. Leven met Christus in een nieuw leven.

Bij deze Ethiopiër zie je de werkelijkheid.

  1. Hij leest en hoort over Jezus, Het Paaslam.
  2. Hij belijdt zijn geloof in Jezus.
  3. Hij wordt gedoopt, begraaft zijn gekruisigde oude mens en staat op in een nieuw leven. Romeinen 6:4-6.
  4. Hij gaat zijn weg met blijdschap. Hij weet zich verlost door Hem.

Bij de kinderdoop klopt de werkelijkheid NIET met de schaduw.


Ontbrekend stuk.

Vers 37, de geloofsbelijdenis, ontbreekt in NIV en Afrikaanse bijbel en Duits en NBV. In het Frans staat het tussen haakjes.



Vers 37

Geloof is voorwaarde.

Doop is geoorloofd als er geloof en bekering is.

Deze twee kenmerken sluiten baby's direct uit van doop.


Geoorloofd.

Letterlijk: wettig, volgens Christus' wet.


Belijdenis.

Dit is dezelfde belijdenis als die van Petrus.



Vers 39

Nam weg.

Zelfde woord als in

Ook Ezechiël werd eens door de Geest verplaatst.

Blijdschap.

Hij, de gecastreerde, las verder. Die tekst, Jesaja 54:1, gaf hem vreugde.

Hij verblijdde zich in de Heere.

Blijdschap is een vrucht van de Geest.



Vers 40

Asdod.

Filippus was op de weg van Jeruzalem naar Gaza.

Nu neemt de Geest hem weg en brengt hem naar Asdod, een andere Filistijnse stad.


Caesarea.

Later woont Filippus (nog) in Caesarea. Paulus ontmoet hem daar.



<