Hoofdstuk 7


Vers 2

Mesopotamië = Syrië?

Psalm 60:2.


In Mesopotamië.

Abram was nog in Ur. (Oerfa) Dat ligt ten noorden van Haran.

Tegenwoordig op de grens van Turkije en Syrië.

Laban, familie van Abram, werd ook Syriër genoemd.


Waar woonde Abraham?

Jozua 24:2 zegt: "aan de overkant van de Eufraat".

Daar liggen:

Josephus en Mainonides plaatsen Ur in de omgeving van Turkije.

Ur in Sinear ligt aan deze kant, de westkant van de Eufraat. Dat kan dus NIET het Ur van Abraham zijn.



Vers 4

Vader gestorven.

Terah was een obstakel om naar Kanaän te trekken. Die moet eerst sterven. Dat lees je niet in Genesis 11 en Genesis 12.


Chaldeeën.

Chaldeeën verwijst naar een specifieke groep binnen Mesopotamië/Syrië.

Abraham kwam uit Ur der Chaldeeën, maar

Abraham was ook een Syriër.



Vers 5

God beloofde aan Abraham.

In Genesis 15:13 gaf God voor de derde keer Zijn belofte.

Het enige grondgebied dat eigendom van Abraham werd, was de spelonk van Machpela.



Vers 6

Vreemd land.

In Egypte.

400 jaar.

Die 400 jaren worden gerekend vanaf "het spenen van Izak". Vanaf Jakobs reis tot aan de uittocht is 215 jaar.

430 jaar tussen Abram en uittocht.

430 jaar is gerekend vanaf het moment dat Abraham naar Egypte trok vanwege honger.



Vers 7

Het volk.

Egyptenaren.


Zal Ik oordelen.

Dat deed God door de tien plagen en door de ondergang van farao en zijn leger in de zee, de Golf van Akaba.



Vers 8

Verbond van de besnijdenis:

Er waren ook 2 verbondsbeloften :



Vers 9

Jozef verkocht.

De broers verwierpen Jozef. Toch werd Jozef "de redder van het land = Zafnath-Paäneah."

Straks komt Stefanus hierop terug en zegt dat zijn rechters precies zo zijn als de broers van Jozef. Ook het sanhedrin verwierp de Redder van de wereld. Ze weerstaan de Heilige Geest.



Vers 11

Jozef, type van Jezus.

De hongersnood was al 2 jaar aan de gang voordat de broeders naar Jozef kwamen. Zij waren in grote benauwdheid. Maar de familie van Jozef, die in Egypte was, kwam niet in die benauwdheid.

Zo wordt de gemeente (bruid en vrouw van Jezus) opgenomen vóór de grote verdrukking terwijl Israëlieten, Zijn broeders, in de grote verdrukking komen.

Pas de tweede keer dat de broers in Egypte kwamen, werd Jozef bekend aan zijn broers. Zo wordt Jezus niet bekend aan Israël als de gelovigen worden opgenomen, maar pas de tweede keer, als Hij wederkomt op de Olijfberg. Dan herkennen de Joden Jezus en erkennen Hem als Messias.



Vers 14

75 personen.

In Genesis 46:27 staat 70 personen.

Dat komt, omdat er in Genesis 46:20 nog staan :

Dat is wel vreemd, want op het moment dat Jakob naar Egypte verhuisde, was Jozef pas 9 jaar getrouwd. Manasse was toen hooguit 8 jaar en kan nog geen zoon hebben.


Of...

Jakob komt mét 70 zielen.

Jakob zelf is dan nr 71.

Daarbij tellen we nog 4 familieleden in Egypte

Dus dat zijn er samen 75.



Vers 16

Zij werden overgebracht.

De lijken van de twaalf zonen van Jakob werden door Israël meegenomen bij de uittocht . Dan werden dus niet alleen de beenderen van Jozef meegenomen.

Hiëronymus, die zelf in Kanaän leefde, zegt dat de graven van de vaderen nog te zien zijn. Hij overleed op 30 september 420 in Bethlehem.


Abraham??

Dit is fout!

Abraham kocht de spelonk van Machpela. Die lag bij Hebron. Hij kocht die spelonk van Efron de Hethiet.

Jakob kocht het stuk land in Sichem.



Vers 18

Andere koning.

Er kwam een andere dynastie, een Egyptische. Een Egyptische opstandeling verdreef de Hyksosfarao. Bij de hyksos was Jozef de tweede machthebber geweest. De Hyksos waren vreemde overheersers over Egypte.

De nieuwe Egyptische dynastie zag Israël als "vrienden van de Hyksos".



Vers 20

Bijzonder mooi.

Letterlijk: mooi voor God.



Vers 22

Machtig in daden.

Volgens Flavius Josefus was Mozes generaal in de veldtocht tegen Ethiopië.


Machtig in woorden.

Toen Mozes bij de brandende braambos geroepen werd, was het anders.

"Machtig in woorden?" Wel wat de inhoud betreft, maar niet wat de voordracht betreft.

Volgens onze tekst was Mozes een man, machtig in woorden.

Toen hij 40 jaar was kon Mozes het. Hij begon de verlossing van Israël in eigen kracht.

God had 40 jaar nodig om van Mozes een man te maken die het niet meer kon in eigen kracht.

God maakte van een "boom" een "struikje", een struikje dat één en al vlam is, zoals de brandende doornstruik.



Vers 23



Vers 25

Mozes verworpen, Jezus ook.

Hier komt Stephanus straks op terug.

Israël verwierp hun verlosser Mozes.

Deze Mozes had nog wel veel tekenen en wonderen gedaan en was duidelijk een grote knecht van God en toch wilden ze Mozes doden. Ze wilden niet meer naar Kanaän, maar wel terug naar Egypte.

Zo hebben ze ook hun Verlosser Jezus verworpen. Ook Hij deed grote tekenen en wonderen. Ook Hij was duidelijk De grote Knecht van God. Ze hebben Hem toch gedood.

Zie ook



Vers 29

2 zonen.



Vers 30

Midian en Sinaï.

Mozes was in Midian bij Jethro. Midian ligt in Saoedi-Arabië langs de golf van Akaba.

Sinaï ligt in Midian, dus in Saoedi-Arabië. Dat zegt Paulus ook in Galaten 4:25

Dus Sinaï ligt NIET op het Sinaitisch schiereiland.



Vers 35

Deuteronomium 33:4-5



Vers 37

Mozes.

Hij was een profeet.

Hij wijst naar Jezus, dé Profeet.

Deze belofte kreeg Mozes toen het volk bij Sinaï stond en niet langer naar Gods stem durfde te luisteren.



Vers 39

Israël wilde hem niet gehoorzamen.

Israël wilde niet naar Mozes luisteren.

Stefanus zegt:" Dat is niet veranderd, jullie willen ook niet luisteren naar de beloofde Profeet.



Vers 42



Vers 48

Welke profeet?

Salomo.

Jesaja.



Vers 51

Onbesneden van hart.

De leden van het sanhedrin waren wel besneden, maar niet in het hart.


Tégen de Heilige Geest.

Deze en volgende teksten zijn de toepassing op de toespraak van Stefanus.



Vers 53

De wet ontvangen.

Engelen hebben dus de wetstafels aan Mozes overhandigd.



Vers 54

Resultaat vh woord.



Vers 55

Heerlijkheid van God.

Dat heeft betrekking op de Vader.


Jezus staande.

Overal zit Jezus aan de rechterhand van de Vader.

Hier stáát Hij.

Jezus heeft een lichaam. Stefanus herkent Hem.

Daniel 7:13 noemt de Messias de Zoon des mensen.


Wie ziet?

Alleen Stefanus ziet Jezus.

Daardoor stelt God Zich aan de kant van Stefanus.



Vers 56

Zoon des mensen.

Zo had Jezus zichzelf vaak genoemd. De leden van het sanhedrin wisten goed wie Stefanus in de hemel zag.



Vers 58

De stad uit.

Jeruzalem uit, door de Stefanuspoort. Dat was de Schaapspoort. Daar was ook Bethesda.

Er zijn veel parallellen met Jezus.



Vers 59

Ze stenigden hem.

Tussen veroordeling en executie moest 1 nacht zitten. Dan gebeurde niet en dat was onrechtvaardig.


Elke steen is een "nee" tégen Jezus.


2 gebeden.

Stefanus bidt dezelfde gebeden als Jezus, maar in omgekeerde volgorde.



Vers 60

Hij ontsliep.

Stefanus ont-slaapt.

Hij wordt wakker aan de andere kant van de dood.

Wie onder een geopende hemel sterft, ont-slaapt.

Alleen het lichaam kan gedood worden.



<