Hoofdstuk 6


Vers 1

Waarheen?

Volgens Lukas 9:10 naar Bethsaïda.



Vers 2

Volgde Hem.

Volgens Markus 6:33 reisde de menigte over land.



Vers 4

Pascha

Het Pascha mocht alléén in Jeruzalem gevierd worden.

Het feest was dichtbij.

De gerstoogst was nog niet begonnen.



Vers 9

Vijf gerstebroden.

Gerstebrood at men vlak na Pascha.

Gerstebrood hoort bij de opstanding.


In Tabga, bij het meer van Galilea, staan in een mozaïek 4 broden en 2 vissen. Het 5e brood is Jezus. Hij is het Brood dat uit de hemel is neergedaald.



Vers 11

Danken maakt Gods grote kracht los.

Jezus bidt hier niet, maar dankt voor wat Hij in handen heeft, brood en vis.

Dat danken wordt opnieuw genoemd.

Ook voor de opstanding van Lazarus dankt Jezus.

Als we God niet voortdurend danken, lopen we veel van Zijn goddelijke kracht mis.

Als we meer dankzegging opnemen in onze gebeden, dan kunnen onze gebeden korter en effectiever zijn.



Vers 14

Werkelijk de Profeet.

Mozes profeteerde in Deuteronomium 18:15.



Vers 17

In het schip gegaan.

Dat was op bevel van Jezus.



Vers 19

30 stadiën.

30x185 m = 5,5 km


Over het op de zee wandelen van Petrus lezen we hier niets.



Vers 22

De volgende dag.

Een deel vd menigte is niet vertrokken. Ze bleven op de plek vd spijziging, dus aan de oostkust.

Ze hadden de discipelen zien wegvaren, maar Jezus was niet mee gevaren. Jezus moest dus nog ergens op de berg zijn, dacht men.



Vers 23

Tiberias.

Gesticht door Herodes Antipas in 17 n C.

Genoemd naar keizer Tiberius.

We lezen niet dat Jezus er geweest is.

Na 70 verhuisde het sanhedrin naar Tiberias.



Vers 24

Kwamen in Kapernaüm.

Ze hebben Jezus niet gevonden. Nu gaan ze ook met scheepjes naar Kapernaüm.



Vers 25

Gevonden.

Volgens vers 59 vonden ze Jezus ws in de synagoge.

Op de synagoge was een gevelsteen met een manna-kruikje.



Vers 26

Geen tekenen gezien.

Wel brood gegeten en het bewonderd, maar ze hebben niet de Messias herkend, Die God zond.

De tekenen vh koninkrijk NIET opgemerkt.

.



Vers 27

Verzegeld.

Door alle tekenen en wonderen heeft God de Vader vaak laten zien, dat Jezus Zijn gezant was. De beloofde Messias.

Verzegeling is:

  1. Bewijs van goedkeuring.
  2. Hij is verzegeld met de Heilige Geest.
  3. Aanwijzing dat Jezus Gods erfgenaam is.



Vers 29

Geloven is een opdracht.

De mensen willen het werk van God doen. Ze willen dus Zijn wil doen. Als we geloven doen we Gods wil.

Geloven in Jezus, Die door God is gezonden.

1 Johannes 3:23



Vers 30

Welk teken?

Ze willen een groter wonder zien dan de wonderbare spijziging.



Vers 31

Onze vaders aten manna.

Eigenlijk zeggen de Joden, dat het wonder van Jezus in het niet valt bij het manna-wonder dat wel 40 jaar duurde en veel meer mensen voedde.



Vers 32

Mijn Vader geeft u.

Jezus, Het Brood uit de hemel, wordt aangeboden door God aan ongelovigen.

God wil het behoud van deze zondaren.

Jezus, Het Brood uit de hemel

Manna bleef slechts 1 dag goed. Het werd dus altijd ongezuurd gegeten.

Zo is Jezus Het Manna.

Hij is ongezuurd, zonder zonden.

Bij Het Paaslam Jezus past geen zuurdeeg vd zonde.

Bij het avondmaal dus ook niet. Jezus gebruikte bij het avondmaal ook ongezuurd brood.



Vers 34

Geef ons dat brood.

Jezus is de vervulling van het manna in het OT.



Vers 37

De Vader geeft...

God heeft mij aan Christus gegeven. Dat concludeer ik uit mijn geloof.



Vers 38

De wil van Vader doen.

Dit bepaalde de heiligheid van Jezus vooral.

Johannes 8:29.

Dat zal ook onze heiligheid bepalen.

Heiligheid wordt bepaald door:

Wij moeten het voorbeeld van Christus volgen.

1 Petrus 2:21.

Als we onze "heiligheid" zien, dan zeggen we net als Jesaja: wee mij. Jesaja 6:5.

We moeten altijd schuilen bij wat Jezus voor ons was en deed.



Vers 39

Twee overeenkomstige teksten.

De verzen 39 en 40 lijken veel op elkaar.

Op de laatste dag.

Laatste dag van het oude tijdperk, de oude aioon.

Het is de laatste dag voor de grote verdrukking.

Opstaan op de laatste dag (dag kan ook periode zijn) kan dus zijn: opstaan aan het eind van deze periode, van dit tijdperk.

Het allerlaatste tijdperk is de tijd van het vrederijk.



Vers 40

Op de laatste dag.

Op de laatste dag van deze aioon, van dit tijdperk, staan de doden op.

Op de laatste dag is dus de opname vd gelovigen.


Die de Zoon ziet.

Ttv Mozes verachtte Israël het manna. Toen kwamen er slangen. Mozes maakte een koperen slang.

De menigte rond Jezus veracht ook Het Manna. Jezus zal, volgens Johannes 3:14, ook verhoogd worden zoals de koperen slang.

Ieder die op Hem ziet, dus in Hem gelooft, heeft het eeuwige leven.



Vers 44

Hoe trekt de Vader?

Hij gebruikt Zijn woord, de bijbel. Zo is God de eerste. Hij vraagt van ons gehoorzaamheid. Gehoorzamen = geloven.

Wie komen tot Jezus?

Visie van Luther.

Voor Luther is dit hét kernvers: “kan niet” (=onmacht), tenzij God handelt. Luther is daarom niet voor een vrije wil, maar voor een geknechte wil.



Vers 47

Heeft eeuwig leven.

Wie gelooft in Jezus, heeft op hetzelfde moment eeuwig leven. Een gelovige krijgt dus het eeuwige leven NIET in de toekomst.

Bij het sterven van een gelovige wordt dus ook niet het tijdelijke met het eeuwige leven verwisseld. Het eeuwige leven was er al.

Als je wel gelooft en toch heilszekerheid mist, denk dan eens goed na Wie dit tegen je zegt. Jezus!



Vers 48

Brood = artos

Eén worden met Hem.

We eten brood.

Dat brood verteert en met de voedingsstoffen bouwen wij ons lichaam op. Het Brood wordt één met ons. Zo blijven we leven.

Zo moeten we "Jezus eten", Het Hemelse Brood. Wij moeten één worden met Hem. Zo komen we tot eeuwig leven.



Vers 51

Mijn vlees eten

Zoals de larven van de scharlakenworm doen.

Psalm 22:7 aantekeningen.


We leven en bewegen in Jezus. Hij is onze eerste levensbehoefte.



Vers 54

Vlees eten en bloed drinken.

Psalm 22:7 aantekeningen



Vers 56

Bloed drinken

Psalm 22:7 aantekeningen




Vers 60

Discipelen.

Dat zijn hier de menigten die Hem steeds volgden.

Deze volgelingen haken af volgens Johannes 6:66.

Ze zijn dus géén échte discipelen.



Vers 62

Zien opvaren.

Als men Jezus ten hemel zou zien opvaren, dan kon men zich ook indenken dat Hij eerst was nedergedaald.



Vers 65

Tenzij het hem...

Wat is "het"?

"Het" is het bijbelwoord.

Wie Gods woord niet kent, weet niet wie Jezus is. Wie Jezus niet kent, heeft geen verlosser.


Visie van Luther.

"Het" is volgens Luther het geloof.

Maar...klopt dat wel?

De Heilige Geest

De Geest opent ons hart. We geven dan acht op het woord van God.



Vers 66

Echte discipelen.



Vers 68

Woorden van eeuwig leven.

Jezus spreekt de woorden die ons helpen om te begrijpen wat echt leven is. Jezus vertelt ons hoe we dat leven kunnen ontvangen en hoe Zijn woorden in ons leven vrucht kunnen dragen.

Wie in Zijn woorden blijft, is een échte discipel.



Vers 70

Judas.

Het duurde nog meer dan 1 jaar voordat Judas Jezus zou verraden.

Begon de breuk al bij Jezus' weigering om koning te worden?

Waarom duivel?

Opmerkelijk dat Jezus Judas géén schijngelovige of huichelaar noemt. Jezus noemt hem een duivel. Judas deed hetzelfde als de duivel.

De duivel had een relatie van liefde en trouw tot God. Hij verbrak die opzettelijk. Voor wie opzettelijk de relatie met Jezus of God verbreekt, is er géén terugkeer mogelijk.



<