Hoofdstuk 5


Vers 1

Een feest.

"Een" staat niet in de grondtekst.

In het Hebreeuws betekent "feest der Joden" Loofhuttenfeest.

In Johannes 6:4 is Pascha " het feest van de Joden."


De vier voorjaarsfeesten en de drie najaarsfeesten zijn Góds feesten.



Vers 2

Er is in Jeruzalem.

Dit staat in de tegenwoordige tijd. Dat kan een aanwijzing zijn dat dit evangelie geschreven is voordat Jeruzalem verwoest werd in 70.

Bethesda is er nog op het moment dat Johannes dit evangelie schrijft.

Dan is het Johannes-evangelie mogelijk niet het jongste evangelie.


Bethesda.

=huis van barmhartigheid.


Schaapspoort.

Door deze poort kwamen de paaslammeren en offerdieren richting de tempel.

De poort was aan de oostkant, de kant van de Olijfberg.



Vers 4

Vers 4 ontbreekt vaak.

In veel handschriften ontbreekt dit vers 4.

Gods woord leert ons wel, dat achter bepaalde verschijnselen engelen kunnen zitten.

We ontmoeten ook "natuurengelen" in:



Vers 5

38 jaar.

Hij was 38 jaar ziek, maar waarschijnlijk lag hij daar niet 38 jaar.



Vers 6

Jezus zag en wist.

Dit zijn troostrijke woorden. Jezus ziet ook ons en weet van ons.


Wachten of verwachten.

De zieke wachtte wel, maar verwachtte niet.



Vers 8

Neem uw ligmat op.

Dus de gereserveerde plek opgeven.



Vers 9

Sabbat.

Sabbatsregels overtreedt Jezus niet.

Hij is bezig om Gods wil te volbrengen.

Hij doet werken van liefde en barmhartigheid.

Werken tot eer van God mag op de sabbat.


Blijft hij ongelovig?



Vers 10

Niets dragen.



Vers 14

Ziekte en leefwijze.

Dat kan alles met elkaar te maken hebben.

Als zonde een noodzakelijk kwaad is, is het geen zonde. Als zonde geen noodzakelijk kwaad is, dan is het niet noodzakelijk.

We moeten zonde niet afbouwen, maar stoppen. Zonde is abnormaal voor een volgeling van Jezus. Lieg niet meer. Steel niet meer. Dat is een ernstige oproep tot heilig leven.



Vers 15

Hij berichtte de Joden.

De Joden hadden gevraagd wie hem gezond had gemaakt.



Vers 17

Mijn Vader werkt tot nu.



Vers 18

Daarom..

Omdat Jezus God Zijn Vader noemde werden ze nog bozer.



Vers 19

Jezus kan niets uit Zichzelf.

Jezus werd mens, zoals wij. Hij was niet mens+. Al Zijn macht en heerlijkheid legde Hij af toen Hij mens werd. Hij moest leren praten, lopen enz. Hij was Mens, zonder zonde. Daardoor groeide Hij op als een lijdend Kind.

Hij leerde ook gehoorzaamheid uit al het lijden dat Hij meemaakte en om Zich heen zag.

Gestalte of glorie had Hij niet.



Vers 21

Hier vertelt Jezus dat Hij meer is dan een profeet, zelfs dan Elia of Elisa.



Vers 22

Oordeel aan de Zoon...

  1. Oordeel bij de wederkomst. Dat wordt beschreven in Mattheus 25.
  2. Oordeel na het vrederijk bij de grote witte troon. Openbaring 20.

Romeinen 2:16 noemt Jezus als Rechter.



Vers 23

Gelijke eer.

Jezus claimt dezelfde eer als die God ontvangt.


Allen eren de Zoon.

Zacharia 14:16 beschrijft hoe afgevaardigden uit alle heidenvolken de Koning, de Messias, zullen aanbidden in het vrederijk.



Vers 24

2 dingen.

  1. Jezus woord horen.
  2. Geloven in de Vader Die Jezus zond.

Wie gelooft, vertrouwt God op Zijn woord en doet wat Hij vraagt.

Die gelovige hééft eeuwig leven.

De hoogste Rechter zegt dit. Geloof het.


Niet in de verdoemenis.

De NBG heeft: niet in het oordeel.

Uit de dood overgegaan in het leven.

Gelovigen zijn dus niet meer in de dood. Ze zijn aan het eeuwige leven begonnen toen ze wedergeboren werden.

Hoe kan het avondmaalsformulier dan zeggen dat gelovigen midden in de dood liggen?

Zo was het vroeger met ons.


Doorgang tot het eeuwige leven.

In antwoord 42 van de HC wordt de dood van een gelovige genoemd een doorgang tot het eeuwige leven.

Dat klopt niet.

Wie wordt wedergeboren hééft al het eeuwige leven, hier op aarde al!



Vers 26

Het leven.

Het leven is het bezit van Jezus.

Hij legt het af en neemt het aan. Na de dood staat Hij op door eigen kracht.

Bij ons is het leven géén bezit.



Vers 27

Zoon des Mensen.

Als Jezus Zich zo noemt, weten de Joden wie Hij bedoelt. Dat is Gods Zoon.



Vers 28

Verwonder u niet.

Niet verwonderen over het feit dat Jezus, als Mensenzoon, rechter zal zijn.


In de graven.

De doden zullen Zijn stem, Jezus' stem, horen en opstaan. Er zijn twee opstandingen.

  1. Eerst de opstanding van de rechtvaardigen.
  2. Duizend jaar daarna de opstanding van de ongelovigen.



Vers 29

2 opstandingen.

Hier lijken er twee opstandingen tegelijk plaats te vinden, maar als we Schrift met Schrift vergelijken, blijkt er 1000 jaar tussen te zitten.

De volgorde is hier zeker opvallend.

De rechtvaardigen worden eerst genoemd.

In Openbaring 20 is de eerste opstanding, de opstanding van de gelovigen.

1000 Jaar later, na het vrederijk, is de opstanding van de goddelozen.



Vers 30

Ik kan van Mezelf niets.

De HEERE Jezus was mens zoals wij. In alles, behalve in de zonde, was Hij ons gelijk. Hij deed zijn wonderen en tekenen door de kracht van de Heilige Geest. Zo deden de apostelen het ook.



Vers 32

Een Ander.

In SV staat "een ander".

Dus 2 mogelijkheden.

  1. God getuigde: "Deze is Mijn Zoon." Mattheus 3:17.
  2. Johannes de Doper : "zie Het Lam Gods." Johannes 1:29.



Vers 34

Niet het getuigenis van een mens.

Het getuigenis van God zelf is belangrijk.

Hij sprak bij de doop van Jezus.



Vers 36

De werken die Ik doe.

Aan de tekenen en wonderen kan men zien wie Ik ben: de Messias, Gods Zoon.



Vers 37

Vader getuigde.

Mattheus 3:17.



Vers 39

Onderzoek de schriften.

De profeten hebben zoveel over Jezus voorzegd.

Ze hebben beschreven welke tekenen bij het komende koninkrijk horen.



Vers 40

U wilt niet.

De schriften zijn duidelijk. Ze wijzen Jezus als Messias aan.

En toch...men wil Hem niet erkennen.



Vers 42

Geen liefde tot God.

Als ze liefde tot God hadden, zouden ze ook Hem liefhebben die God zond.



Vers 43

Een ander, in eigen naam.

Dat is de antichrist.

Die zullen ze wel aannemen.

Hij maakt een verbond met het volk, maar verbreekt dat later weer.



Vers 46

Als u Mozes geloofde.



<