Uit de synagoge werpen.
En Mij ook niet.
Paulus kende Jezus ook niet echt. Handelingen 8:5
Ik heb het u gezegd.
Jezus zegt het van tevoren. Als het dan komt, dan weten ze dat dit niet vreemd is. Jezus weet ervan, wordt niet wanhopig.
Nuttig.
We zijn beter af met Jezus in de hemel en de Heilige Geest op aarde, dan andersom.
De Heilige Geest is ín elke gelovige, maar Jezus kon niet bij alle gelovigen tegelijk zijn.
Nuttige Hogepriester.
Als Jezus op aarde bleef, zou Hij geen Priester kunnen zijn.
Hij was niet uit de stam van Levi.
Als Jezus op aarde zou blijven, dan kon Hij Zijn bloed niet brengen op het verzoendeksel in de hemel.
Dan was er géén verzoening voor ons.
In de hemel is Hij Hogepriester van het echte heiligdom.
Daar doet Hij verzoening met Zijn bloed.
Daar pleit Hij voor ons.
Het is dus heel nuttig dat Hij wegging naar de hemel.
Trooster = parakleet.
Para = zij aan zij.
Kletos = die erbij geroepen wordt.
Dus de Heilige Geest wordt erbij geroepen om ons terzijde te staan.
Wat doet de Geest?
Overtuigen van zonde.
De Heilige Geest geeft de mens een diepe overtuiging van zijn zondigheid, vooral de zonde van ongeloof. ( vers 9)
Díe mens erkent schuld en belijdt die ook. Hij komt tot de erkenning een Verlosser nodig te hebben. Hij gaat Jezus als Heiland aanvaarden.
Niet wíj overtuigen mensen van hun zonden, maar dat is het werk vd Heilige Geest.
Maar de Heilige Geest gebruikt wel gelovige mensen om ongelovigen te overtuigen.
Elke bekering in het boek Handelingen getuigt daarvan.
Wij moeten zó leven dat de Heilige Geest het getuigenis over Jezus via ons kan doorgeven. We moeten Zijn beeld vertonen.
Overtuigen van zonde.
Hier wordt speciaal de zonde van ongeloof genoemd. Dat is de belangrijkste zonde.
Tijdperk vh geloof.
In de Galatenbrief gaat het over 2 tijdperken:
De Heilige Geest is uitgestort in het tijdperk vh geloof. De Geest overtuigt van zonde, maar verwijst niet naar de wet die overtreden wordt. In dat wetstijdperk leven we niet meer. Nee, de Geest wijst de zonde van ongeloof aan omdat we nu leven in het tijdperk van geloof.
Overtuigen van dé gerechtigheid.
De Heilige Geest overtuigt van de gerechtigheid die Jezus aanbracht.
Hij bracht Zijn eigen bloed op de ark in de hemel en bracht zo een volkomen verzoening teweeg.
De Geest overtuigt van oordeel.
Er komt een oordeel. Dat wordt bevestigt door het oordeel over satan.
Jezus zelf sprak vaak over het oordeel. Dat hoort bij de héle waarheid.
Nu satan veroordeeld is, is Jezus de enige rechthebbende op de troon.
Nu niet dragen.
Jezus sprak steeds over de grondbeginselen, over lijden, sterven, opstanding. Jezus sprak over al Zijn werk op aarde.
Jezus heeft nog veel meer te zeggen, maar dat kunnen ze nu nog niet aan. Als de Geest wordt uitgestort leren ze dat. De Geest zal hen in alle waarheid leiden.
Wat de Geest leert heeft te maken met het hemelse werk van Jezus.
Daarover gaat het "vaste voedsel".
Leiden in de waarheid.
Als we worden wedergeboren door de Heilige Geest, dan verlicht de Geest ons verstand. We gaan de Schriften begrijpen zoals de Heilige Geest het bedoelde. De Geest leert je de waarheid.
We leren de dingen die ons door God genadig gegeven zijn. Dit gaat over Christus en Zijn weldaden. (Kanttekeningen SV)
Een leugen is dus de leer waarin het volgende wordt gezegd: Je bent verlost, maar je gelooft dat je schuld nog open staat, God is in Christus jouw genadige Vader, maar je gelooft dat Hij een vertoornd rechter is. In deze leer leert de Geest je de waarheid niet, maar misleidt!
De Heilige Geest als persoon.
De Geest heeft eigenschappen van een persoon.
De Heilige Geest als kracht.
Als een lidwoord ontbreekt, is de Heilige Geest als kracht bedoeld.
Toekomstige dingen.
Voor de discipelen waren dat:
Voortgaande openbaring.
Het Mijne.
In vers 15 staat dat "Het Mijne" alles is wat de Vader heeft.
Alles is Mijne.
Jezus is erfgenaam van God.
Wat van God is, is van Jezus en de Heilige Geest beheert het en deelt ervan uit.
Een korte tijd.
Vader heeft u lief.
phileō =
Liefde met emoties.
Vader heeft de bruid van Zijn Zoon lief. De bruid is als kind van God aangenomen.
Vrede.
Verdrukking hebben.
Niet elke verdrukking is de gróte verdrukking.
Thlipsis =
Jezus spreekt hier tegen Zijn discipelen. Zij maakten zéker de grote verdrukking niet mee, want de grote verdrukking gaat vooraf aan de wederkomst. Jezus sprak over beproeving en vervolging.
Lijden en verdrukking brengen ons dichterbij God. Er komt verlangen om God beter te kennen. Dat geeft vreugde. God wil ons leren om op Hem te vertrouwen.
Overwonnen:
De wereld overwinnen.
Jezus overwon de wereld, dat is alles wat onze zaligheid tegenstaat. De zonde hoort bij de wereld. Jezus verbreekt de macht van de zonde. Wat van de wereld is dat is niet uit God.
Ook wij overwinnen de wereld door ons geloof. We overwinnen de wereld als we geloven dat Jezus de Zoon van God is.
Hoe is de wereld?
De wereld kent God niet.
De wereld haat de gelovigen, omdat ze niet van de wereld zijn. Ze leven wel in deze wereld, maar ze "wonen" er niet, ze voelen zich er niet thuis.
De wereld hoort bij satan. Hij is de vorst van deze wereld.
De wereld ligt in het boze.
De wereld leeft zónder de Heilige Geest.
Het koninkrijk van Jezus is zéker niet van deze wereld.
Gelovigen zijn overgegaan van het wereldse rijk van satan naar het koninkrijk van Jezus.