Hoofdstuk 15


Vers 1

Ware wijnstok.

Deze Wijnstok maakt waar waarvoor Hij bedoeld was.

God had nog een andere wijnstok, Israël, maar Israël bracht slechte vruchten voort.

Ik ben de wijnstok.



Vers 2

Reinigt Hij.

De landman snoeit.

De snoeischaar is de Bijbel.

Het woord laat zien waar we afwijken van de wil van de landman.


Een rank knippen.

Dat moet je nooit in de zomer doen. De wond blijft bloeden.

Alleen verse kalvermest stopt dit bloeden.


Hoe snoeien?

De takken die je niet vastzet, snoei je weg. Knip daarna de zijtakjes op de hoofdranken tot 10 cm weg. De jaren daarna knip je alle uitlopers die druiven hebben gedragen tot op 3 cm terug. Deze teruggeknipte takjes lopen in het voorjaar weer uit en vormen nieuwe scheuten die vrucht zullen dragen.

Door druiven te snoeien en te krenten krijgt de wijnstok mooie grote trossen. Snoeit en krent u niet, dan is de kans groot dat de vruchten klein blijven.


Neemt Hij weg.

Het is NIET echt logisch dat God ons afsnijdt van Christus.

Het stukje "neemt Hij weg" kan ook vertaald worden met " bindt Hij vast", verheft Hij, verhoogt Hij. God besteedt er extra aandacht aan opdat er toch vrucht aankomt.



Vers 4

Blijf in Mij.

Dat is een opdracht voor ons.

Als je niet in Jezus blijft, dan.....

Zie ook aantekeningen bij



Vers 5

Zonder Mij kunt u niets doen.

Jezus bedoelt dat wij zonder Hem geen vruchten kunnen voortbrengen.

Zonder Jezus konden de discipelen wel vissen of eten.

Ze kunnen wel op iemand vertrouwen.

Zo vraagt ook Jezus van jou: Geloof in Mij, vertrouw je aan Mij toe.


Eén zijn met Hem.

Rank =gelovige.

De ranken maken de wijnstok compleet.

Eén met Hem dragen de gelovigen de vrucht van de Geest.

Dan zien we goede werken.

Jezus noemt geen rijtje vruchten, maar in vers 8, 9, 10 en 11 staan wel vruchten.

Een valse discipel draagt géén vrucht. Een ware discipel draagt vrucht, veel of weinig.

Let niet te veel op de vruchten, maar let meer op de wijnstok Jezus. Hoe beter de verbinding met Hem, hoe meer vruchten.



Vers 6

Blijf in het geloof, blijf in Hem.

Op veel plaatsen worden we opgeroepen om te volharden en niet af te vallen.



Vers 7

Hoe draag je vrucht?

  1. Blijf in Zijn woord.
  2. Bid veel om wat je begeert en je zult het krijgen.



Vers 8

Vrucht dragen.

Niet Jezus nadoen, maar zijn zoals Hij was.

We dragen vrucht door wat we zijn, niet door wat we doen.



Vers 9

Blijf in de liefde.

Blijf = verblijf er, woon erin.


Hoe blijf je in de liefde?

Zie vers 10 en 12.



Vers 10

Gebod en liefde.



Vers 12

Dit is Mijn gebod: liefhebben.



Vers 13

Grootste liefde

Jezus had de grootste liefde. Hij gaf Zijn leven voor vijanden.



Vers 14

Mijn vrienden

Deze woorden gelden speciaal voor de discipelen. Wij zijn " bruid" of " vriendin" van Jezus.

Omdat we "bruid" van Jezus zijn, zijn wij ook kind, "schoondochter", van de Vader.

We zijn dus geen kinderen van Jezus.


Een vriend is een liefhebber, een vertrouweling.



Vers 15

Vrienden genoemd.

Jezus maakte ons de wil van Zijn Vader bekend.

Het woord "vriend" wijst op een relatie.

Ook wij moeten in relatie met Jezus leven.

Goed luisteren is heel belangrijk in deze relatie. Herken de stem van de Heilige Geest.



Vers 16

Verkiezing.

We moeten ons niet bezig houden met verborgen dingen, met de verborgenheid van de verkiezing van eeuwigheid. Die verborgenheid is voor God.

De geopenbaarde dingen zijn voor óns.

Deuteronomium 29:29


Wij zijn uitverkoren met een doel: uitverkoren om..., uitverkoren tot...

uitverkoren opdat...

In 2 Petrus 1:5-11 staat dat we onze roeping en verkiezing moeten vast maken. Daar is ons geopenbaard, waartoe we geroepen en verkozen zijn.

Daar moeten we ons met alle inzet op toeleggen.



Vers 17

Elkaar liefhebben

De gelovigen vormen de bruid van Christus. Dat is een lichaam. Het ene lichaamsdeel moet goed zorgen voor het andere lichaamsdeel. Niet elkaar tegenwerken of elkaar pijn doen.



Vers 25

Zonder reden gehaat.



Vers 26

De Trooster die Ik u zendt.

In Johannes 14:26 zendt de Vader de Geest.

Hier zendt de Zoon.

De Heilige Geest gaat uit van Vader en Zoon.


Trooster = parakleet.

Para = zij aan zij.

Kletos = die erbij geroepen wordt.

Dus de Heilige Geest wordt erbij geroepen om ons terzijde te staan.


Díe zal over Mij getuigen.

Wij moeten zo openstaan voor de Heilige Geest dat Hij, door ons heen, van Christus kan getuigen.

Wij overtuigen geen mensen. Dat is het werk vd Geest.



Vers 27

De getuigen.



<