Hoofdstuk 17


Vers 1

Wat is dat verheerlijken door de Vader?

Zie vers 5.

Jezus heeft het al over de hemelvaart.



Vers 3

God kennen.

God kennen betekent ook God gehoorzamen.

Zoals satan God kent, is dat niet zaligmakend.

Het eeuwige leven is dus een innige relatie in geloof met de Vader en de Zoon.

Door Jezus te kennen worden we gerechtvaardigd. Jezus maakt rechtvaardig.

Dit "kennen" geeft een innige relatie aan. We leven met Jezus, zoals een bruid met de bruidegom.



Vers 5

Verheerlijk Mij.

Jezus wordt verheerlijkt bij de hemelvaart. Hij krijgt dan weer de heerlijkheid die Hij al vóór de schepping had, maar nu krijgt Hij die ook als Mens.

Hij krijgt als Mens een naam boven elke andere naam. Als Mens is Hij hoger dan de aartsengelen. Hij mag in als mens in Vaders troon zitten, aan Zijn rechterhand.



Vers 9

Ik bid niet voor de wereld.

Jezus bidt voor ons, zodat wij zullen doen wat Hij ons heeft opgedragen.



Vers 11

Zij



Vers 12

Hen die U Mij gegeven hebt.

Ook Judas hoorde bij de discipelen die de Vader aan Jezus gaf. Toch Jezus verloochend. Hij volhardde niet.

Ook Petrus spreekt over dwaalleraars die op "de rechte weg" waren en toch afweken.

Zoon van het verderf.

Dat is de verrader, Judas Iskarioth.


Vervulde Schrift.

Waarom is Judas niet bewaard?

God had 12 apostelen aan Jezus gegeven. Jezus bewaarde er elf, maar Judas niet.

Judas was ook "een gegevene".

Hoe rijmen we dit met

Niemand kan de gelovigen uit Gods hand rukken! Kan iemand zichzélf uit de hand van God rukken? Willens en wetens met Jezus breken. Dan is er géén redding meer mogelijk.

Judas wordt géén afvallige of huichelaar of schijngelovige of vijand genoemd, maar Jezus noemt hem "een duivel".

Duivelen hadden ooit ook een relatie van liefde en trouw met God.

Net als de duivelen verbrak Judas willens en wetens de relatie met Jezus.

Er is géén afval van heiligen. Niemand rukt ze uit Zijn hand.

Maar...kan een gelovige zichzélf losrukken van Jezus, zoals Judas, die ook een gegevene was.

Het lijkt alsof het mogelijk is, dat een gelovige de ondertrouw met Jezus zélf kan verbreken.

Vaak worden we in de bijbel opgeroepen om te volharden.

Voor wie de relatie met Jezus verbreekt, voor wie niet volhardt, is geen terugkeer meer mogelijk.



Vers 15

U hen bewaart voor de boze.

In het Grieks staat daar: terreo ek.

Dat betekent hier NIET dat God hen wegneemt, maar dat God ons laat standhouden in de verzoekingen.


Die uitdrukking staat ook in Openbaring 3:10.



Vers 16

Zij zijn niet van de wereld.



Vers 19

Omgang met Vader en Zoon stimuleert onze praktische heiligmaking.

1 Johannes 1:1-4



Vers 21

Allen één.

Eén in God. Dat is de basis.

Zoals de Vader in de Zoon is en de Zoon in de Vader, zo moeten de gelovigen één zijn in God. Er moet godsvrucht zijn, goede werken, vrucht vd Geest. Dat moet Titus op Kreta aan de Kretenzers leren.

Onze gemeenten bestaan niet uit 100% gelovigen. Er kan dus nooit bij ieder godsvrucht zijn.

Pas als die godsvrucht er is, kan er een

broederlijke eenheid ontstaan, als kinderen Gods.

We moeten NIET letten op uiterlijke dingen zoals:

De wereld ziet in de kerk helaas géén eenheid, dus wordt het doel niet gehaald dat de wereld zal geloven.



Vers 22

Delen in Zijn heerlijkheid.



Vers 23

Zoals U Mij hebt liefgehad.

Zoals God Jezus lief heeft, zo heeft Jezus Zijn gelovigen lief.

Wat een grote liefde!

Paulus bidt dat de gelovigen meer van die liefde mogen kennen.



Vers 24

Waar Ik ben..

Duidelijk ligt de nadruk niet op waar we zijn, maar bij Wie we zijn.

Na het sterven zijn de geesten van de gelovigen "bij Christus", maar na de opstanding dan zijn we met ons verheerlijkte lichaam en geest bij Jezus. Dan pas is de volmaakte toestand begonnen.



<