Hoofdstuk 12


Vers 1

6 dagen.

In Markus 14:1-3 staat 2 dagen.



Vers 2

Martha bediende.

In Mattheus 26:6 staat dat dit plaats vond in het huis van Simon de Melaatse. Dat was ws de (overleden?) echtgenoot van Martha.



Vers 3

Zalving.

Ze zalfde Jezus ws al vóór de 2e keer. De eerste keer in Lukas 7:37-38. Zie Johannes 11:2.

Bij Johannes staat de zalving vóór de intocht, dus op 9 Abib.



Vers 4

Judas.

Volgens Markus 14:5 waren de andere discipelen het roerend eens met Judas, die de woordvoerder was.

Dit is het eerste woord dat we van Judas kennen.



Vers 7

Met het oog op Mijn begrafenis.

Maria geloofde wat Jezus al verschillende keren had gezegd over Zijn lijden, sterven en opstanding.



Vers 10

Lazarus doden.

Ze besloten om De Waarheid te doden. Nu besluiten ze ook om het bewijs van de waarheid te vernietigen.



Vers 11

Omwille van hem.

Dus om Lazarus. Ze hadden hem weer in levende lijve gezien. Ze geloofden in Jezus als Messias.



Vers 12

Grote menigte.

Flavius Josefus schrijft dat er wel 260.000 lammeren waren.

Men at met 10 personen 1 lam. Er waren dus veel feestgangers.



Vers 13

Koning van Israël.



Vers 15

Schaduw en werkelijkheid .

Het volk ziet niet hoe de geprofeteerde schaduw hier werkelijkheid wordt.

Andere schaduw.

Op tien Abib zonderde men het paaslam af. Ook nam men 1 lam voor het hele volk. Dit lam ging in optocht door de poort van Jeruzalem. De Joden zongen dan het Hallel.

Op hetzelfde moment gaat Het Paaslam Jezus in optocht naar Jeruzalem. Ook bij Hem zingen ze uit het Hallel.



Vers 23

Het uur is gekomen.

Steeds was het nog: Mijn uur is nog niet gekomen.

Het gaat om het uur van de verheerlijking van Jezus.


Verheerlijken.

Door wie wordt Jezus verheerlijkt?

Dat doet God.

Jezus zoekt nooit Zijn eigen eer.

Het gesprek over de verheerlijking is een opmaat. Jezus gaat spreken over Zijn sterven als tarwekorrel. Zo alleen zal Hij veel vruchten zien op Zijn werk.

Hij doet dat uit liefde voor Zijn Vader.

Hij doet dat om de vreugde die Hij voor ogen had. Hij zocht een bruid.



Vers 24

Jesaja 53:10



Vers 25

Haten.

Dat betekent: op de tweede plaats stellen.

Dus Jezus meer liefhebben dan je eigen leven.

Je blijft dan gericht op de verheerlijking van de Vader, zoals Jezus dat was.

Jezus' onderwijs over het koninkrijk heeft zeker ook betrekking op de tijd van de gemeente. Wanneer het Messiaanse vrederijk komt, weet Hij niet.

Maar... u krijgt wel de Heilige Geest. Het koninkrijk komt nog niet in macht en majesteit, maar de kracht van het koninkrijk is er al wel.




Vers 26

De Vader zal hem eren.

Als wij Gods Zoon dienen, geeft de Vader ons eer.

Deze eer mogen we zoeken. Dit is positieve eerzucht.

Ook Jezus zoekt steeds de eer van Zijn Vader en de Vader eert Hem.



Vers 27

Verlos Mij..

Jezus ziet de dood in de ogen. Toch wijdt Jezus zich toe aan Zijn Vader.

Ook ons leven moet een verheerlijking van de Vader zijn.



Vers 28

Stem uit de hemel.

Niemand verstaat het.

Jezus legt deze hemelse taal uit voor Johannes.



Vers 31

De vorst vd wereld.

Archon = vorst, overste.

Het is een politiek leider.

Het is satan. Hij heeft invloed op politieke systemen.



Vers 32

Van de aarde verhoogd.

Kruisiging.

Allen tot Mij trekken.

In Zijn dood worden wij gedoopt. Zo krijgen we deel aan Zijn offer.

Onze oude mens is met Hem gekruisigd.

Romeinen 6:6



Vers 34

Christus blijft in eeuwigheid.



Vers 35

Het licht is bij u.

Jezus is dat Licht.



Vers 38

Heere, wie heeft..

In Jesaja 53:1 ontbreekt het woord "Heere".



Vers 40

Jesaja profeteert.



Vers 41

Jesaja profeteert.

In Jesaja 6:1 ziet Jesaja de heerlijkheid van de Heere.

Dit is Adonai, en dat is ws Jezus.

Als Jesaja God bedoelt, dan schrijft hij altijd JHWH.



Vers 48

Laatste dag.

Het gaat hier over ongelovigen. Zij zullen geoordeeld worden voor de witte troon.



<