Hoofdstuk 11


Vers 1

Lazarus.

Dat is de Griekse naam voor Eleazar = God heeft geholpen.



Vers 2

Maria zalfde.

Dat staat in Johannes 12:3.


Afdrogen met haar haren.



Vers 4

Doel vd ziekte.

De eer van God.

Opdat de Joden zullen erkennen dat Jezus echt de Messias is.



Vers 5

Heel belangrijke mededeling.



Vers 8

Poging tot stenigen.

Dat was op het Chanoekafeest.

Johannes 10:31



Vers 11

Slaapt.

Hij is ontslapen.

Koimazoo= in de dood slapen.



Vers 16

Didymus.

=tweeling

Thomas had meer liefde dan geloof.



Vers 18

15 stadiën.

15 x185 m= 2,8 km.



Vers 22

Martha heeft groot geloof.



Vers 24

Op de laatste dag.

Dat is de laatste dag van deze aioon, van dit tijdperk.

De laatste dag is dus de dag van de opname vd gelovigen.

De dag vd 1e opstanding.



Vers 25

Ik ben.

Dat is de Naam van God.


Ik ben de Opstanding.

Als Jezus niet was opgestaan was ons geloof tevergeefs.

Als Jezus komt om de gelovigen uit hun graf te roepen, dan blijkt dat Hij De Opstanding ís.

Wie gelooft zal leven.

Wie in Jezus gelooft heeft eeuwig leven. Dat eeuwige leven begint direct.

Onze dood maakt geen einde aan dit eeuwige leven, maar bij de dood van ons lichaam laten we het zondige leven voorgoed achter.

Hier lees je, zoals ook Spurgeon zegt, dat geloof vooraf gaat aan de wedergeboorte, de levendmaking.

Het "medicijn" is Jezus. Als we het "medicijn" innemen, dus geloven, dan is dat ten leven.

Het geloof is beslissend voor onze zaligheid.



Vers 26

Gelooft u dat?

Jezus ís de Opstanding. Hij roept straks de gelovigen om op te staan uit het graf.

Hij ís Het Leven en daarom roept Hij doden tot het leven. Hij verdiende het leven en geeft het leven, eeuwig leven aan degene die in Hem gelooft, dus op Zijn verzoeningswerk vertrouwt.

Geloof je dat?

Geloven wordt ons zelfs door God gebóden.



Vers 27

Geloofsbelijdenis.

Martha zegt hetzelfde als eens Petrus deed.



Vers 35

Weende.



Vers 39

Vierde dag.

Volgens de Joden zweefde de geest 3 dagen rond het lijk. Wie langer dan 3 dagen gestorven was, kon niet meer tot het leven terugkeren.

Vgl. 3½ dag in Openbaring 11: 9-11.



Vers 41

Jezus kan niets uit zichzelf.

Ik dank U.

Temidden van de grootste ellende dankt Jezus. Jezus dankt voor ons.

Hij dankt met een doel: opdat we zullen geloven.



Vers 42

Het doel van Jezus.

De omstanders tot geloof te brengen dat Jezus echt de Messias was.

In dit boek staan 7 wonderen beschreven.

Johannes herhaalt dit in



Vers 43

Luide stem.



Vers 46

Ze gingen naar..



Vers 47

Overpriesters.

Dat zijn Sadduceeën.


De raad.

Dat is het sanhedrin, bestaande uit 70 personen.


Waar vergaderden ze?

In het huis van Kajafas.

Volgens de Byzantijnen stond dat huis op de "Berg vd boze raad".



Vers 48

Hem laten begaan.

Ze dachten dat Jezus zou verlossen van de Romeinen. Als we dat toelaten, wordt dat onze ondergang.

De Romeinen zullen ons vernietigen.



Vers 49

Hogepriester.



Vers 50



Vers 51

Hij profeteerde.

Het kan dus dat iemand door de Heilige Geest spreekt en toch de Heilige Geest mist.



Vers 52

Kinderen van God.

Het gaat over de verstrooide Joden. De heilsgeschiedenis wordt voltooid, inclusief het herstel van heel Israël.



Vers 53

Geen unaniem besluit.

Jozef van Arimathea (en Nicodemus) was het er niet mee eens.

Juist na zo'n groot wonder, zou je geloof in de Messias verwachten, maar juist nú besluiten ze tot de dood van Jezus.



Vers 54

Stad Efraïm.

Die stad Efraïm ligt tussen Bethlehem en Gibea, bij Bethel.



Vers 55

Om zich te reinigen.

Het gaat over ceremoniële reiniging in de mikwe. Dat moest vóór het feest.



<