Hoofdstuk 10


Vers 1

Schapen.

Gelovige Joden.


Dief.

Dieven doen iets stiekem.


Rover.

Een rover overvalt je.


Waarom spreekt Jezus direct over dief en rover?

Schaapskooi.

Het grondwoord slaat op de voorhof van de tempel. Dat is het domein van de farizeeërs.


Wie zijn de schapen?

Israël wordt vaak een kudde genoemd.

Heidenen heten nooit een kudde of schapen van God.



Vers 2

De herder.

Als Joden het woord " herder" horen dan denken ze aan God of mensen die leiding geven, zoals Mozes en Aäron.



Vers 3

Deurwachter.

Wie is dat?

Dat wordt hier nog niet uitgelegd.


Het is iemand die de echte herder in de stal binnenlaat.

  1. God: Mattheus 3:17.
  2. Johannes de Doper wees op Het Lam Gods.



Vers 4

Zijn stem kennen.

Het is belangrijk dat we Gods stem kennen, dus Zijn woord kennen. Als we daar naar leven, zijn we op de juiste weg. Dat is de weg ten leven.


Uitgedreven heeft.

Als je de schaapskooi opent, gaat er niet één naar buiten. De herder geeft er één een stoot. Die springt naar buiten en de rest volgt.

De schaapskooi is de voorhof. Buiten de "kerk" vinden schapen voedsel.

In de Bijbel brengen mensen iets mee naar de kerk.



Vers 6

Ze begrepen de gelijkenis niet.

Jezus ging door gelijkenissen spreken, nadat men Hem Beëlzebul genoemd had.

Vijanden mochten er niets van begrijpen.

De discipelen mochten de betekenis vd gelijkenis wel weten. Zij mochten de "verborgenheid van het koninkrijk " verstaan.



Vers 7

Ik ben de Deur.

We kunnen de schaapskooi alleen binnengaan door Hem. Zo zei Jezus ook: "Ik ben de Weg".

Dat is een schokkende boodschap voor de Joden en zeker voor de leiders.


Weide.

Het woord is verwant aan "nomos". Dat is de wet, Gods Thora, Gods onderwijzing.

In het woord van God vinden we voedsel. Daar moeten we "eten".



Vers 10

Overvloed hebben

Er is meer dan er nodig is.

Joden maken nooit precies genoeg klaar. Er moet altijd iets over zijn.

Jezus brak broden. Er was veel over.



Vers 11

Goede Herder.

Jezus past Ezechiel 34:22-23 op Zichzelf toe. David heet Hij daar.

David = geliefde.

God zegt: "Dit is Mijn Geliefde."

Daar worden de farizeeërs boos om in Johannes 10:20.


De Talmoed zegt dat de herder nooit zijn leven mag geven voor de schapen.



Vers 16

Andere schapen.

Schapen = (gelovigen uit) Israël. Jezus is gezonden tot de verloren schapen van Israël.

Dat is de uitleg.

De toepassing : andere schapen zijn dus andere Joden, de verloren Joodse stammen.

Jezus hééft nog andere schapen. Het gaat over wat er in de toekomst zal gebeuren.

In Ezechiel 37: 15-19 moet de profeet Ezechiël twee stukken hout samenvoegen, Juda en Efraïm. Ze worden één volk.

De "andere" schapen komen bij de schapen die Jezus al heeft en vormen samen het volk, het "huis van Jakob", waarover de Messias koning zal zijn.

Dat de heidenen erbij zouden komen, was nog een geheimenis.

Dat was nog niet bekend op het moment dat Jezus deze gelijkenis uitsprak.


Andere: allos of heteros?

Allos of heteros.

Hier staat allos!

De "andere schapen" zijn dus "allos", ook Joden.

De tien Joodse stammen, die voor een groot deel nooit terugkwamen in het land Israël, zijn "allos".

In tijd van Jezus woonden slechts 20% van de Joden in Israël en maar heel weinig uit de tien stammen.


Eén kudde, één Herder.

Efe 2:14 spreekt van één gemeente uit Joden en heidenen. Maar "de gemeente" was nog een onbekend begrip toen Jezus dit sprak.

Als we onder "schapen" gelovigen verstaan, dan zouden de "andere schapen" heidenen kunnen zijn.

Maar heidenen zijn "hetero" = anders, maar ook van een andere soort.

Dat klopt niet echt met het grondwoord "allos".



Vers 17

Leven vrijwillig geven.

Jezus is niet vermoord.

Hij gaf Zijn leven, vrijwillig.

Niemand neemt Zijn leven af.



Vers 18

Het leven opnieuw nemen.

Jezus wordt opgewekt door de Vader, maar Hijzelf neemt Zijn leven weer terug.

Dat leven kan Hij uitdelen aan gelovigen.



Vers 20

Jezus was ws in geestvervoering, in extase.



Vers 22

Feest.

Chanoeka, 8 dagen feest. Het is het lichtfeest.

Eén nog niet ontwijd kruikje met olie brandde, als door een wonder 8 dagen ipv 1 dag. Er waren 7 dagen nodig om opnieuw gewijde olie te maken.

Het feest is ingesteld in 165 v C op 25 chisleu door Judas de Makkabeeër.

Mogelijk is chanoeka de niet-heidense basis voor ons kerstfeest.

De Makkabeeën droegen ook met loof versierde stokken.


Chanoekia.

Dat is de 9-armige kandelaar.

Op de arm die naar voren staat, is de shamasj, een kaarsje dat brandt om de andere 8 kaarsen aan te steken.

De acht armen hebben namen:

Jesaja 9:5.



Vers 23

Zuilengang.

Overdekt, aan de oostkant.



Vers 28

Niemand rukt ze uit Mijn hand.

Eens behouden, altijd behouden.

Maar...

Er wordt van ons wel volharding gevraagd.

Hoe zit het dan als we in vervolging niet kunnen volharden?

Hoe zit dat met Judas?

Ook Judas was aan Jezus gegeven door Zijn Vader.



Vers 29

Niemand rukt ze uit Mijn hand.

Eens behouden, altijd behouden.

Maar...

Er wordt van ons wel volharding gevraagd.

Hoe zit het dan als we in vervolging niet kunnen volharden?

Hoe zit dat met Judas?

Ook Judas was aan Jezus gegeven door Zijn Vader.




Vers 30

Zijn één.

Jezus gebruikt voor "één " het Hebreeuwse woord "hen" en niet "heis". Ik en de Vader zijn NIET identiek, maar wel een eenheid.



Vers 33

Uzelf God maakt.

Jezus zei duidelijk wie Hij was. God was Zijn Vader. Hij was Gods Zoon.

Dat hadden de Joden ook gehoord toen Jezus werd gedoopt.

Later zegt Hij het ook voor het sanhedrin.



Vers 34

In uw wet.

Dat is hier: bijbel.

Jezus citeert Psalm 82.


Goden.

In Johannes 10:36 maakt Jezus duidelijk dat Hij uit de hemel afkomstig is. Zou Hij dan niet bij de "goden" horen?

Dit pleit ervoor dat "goden" in Psalm 82 geestelijke wezens zijn.



Vers 35

Goden genoemd.

Waarschijnlijk worden hier met "goden" engelen bedoeld. Volgens Psalm 82 "richten ze de volken". In Daniel 10 staat een voorbeeld: de vorst van Perzië.

Zondige mensen of demonen worden goden genoemd.

Dan toch zeker Jezus.



Vers 36

Geheiligd.

Apart gezet.



Vers 40

Waar Johannes doopte.

Dat is Bethabara. Dat lag bij Sichem.



Vers 41

Deed geen teken.

Johannes de Doper deed géén teken om te bewijzen dat God hem zond.

Maar... wat hij over Jezus zei was waar.



<