Hoofdstuk 13


Vers 1

Wanneer?

Op 14 Abib, begin vd dinsdagavond.


Zijn uur.

Het uur van Zijn dood is er binnen 24 uur.

Het Lam van God wordt dan geslacht.



Vers 2

In het hart.

Judas dacht er over na.



Vers 5

Voeten wassen.

Jezus wil ons iets belangrijks leren. Leer om de minste te zijn.


Voeten raken de aarde.

De voeten van gewassen mensen worden weer onrein.

Zo worden gelovigen, die gewassen zijn in het bloed van Jezus, toch weer onrein als ze met de wereld in contact komen. Dat zijn dagelijkse zonden. Ook die moeten dagelijks vergeven worden.



Vers 8

Geen deel met Mij.

Via het kruis/offer hebben we deel AAN Hem.

Via reiniging hebben we deel MET Hem, dus is er gemeenschap.

Die gemeenschap kan Petrus niet missen.



Vers 15

Zoals Ik gedaan heb.

Jezus vraagt om navolging en niet om naäpen.

Voeten raken de wereld. Zo worden wij besmet met zonden, hoewel we rein gemaakt zijn. Jezus reinigt van de dagelijkse zonden. Ook wij moeten de ander vergeven.



Vers 16

Een gezant.

In het Grieks staat: apostolos.

Jezus noemt hier elke christen een apostel, een gezondene.



Vers 18

Tegen Mij gekeerd.



Vers 19

Profetie vervuld.

Jezus maakt de discipelen opmerkzaam op deze profetie van David, opdat ze de vervulling zullen zien. Dat zal hen nog meer helpen om Jezus als Messias te zien.



Vers 23

Eén vd discipelen.

Dat is Johannes.


Die Jezus lief had.

Jezus hield veel van Johannes.

1 Johannes 4:19.



Vers 26

Stuk brood.

In SV staat "bete".

Een bete is een stuk groente, peterselie of selderij. Dat doopte men in de bittere saus. Men was verplicht 2x in de bittere saus te dopen.

De laatste verplichte indoping was te middernacht. Toen vertrok Judas.


Judas neemt het brood aan.

Judas wordt voor de keus gesteld: aannemen of weigeren.

Had Judas toen maar geweigerd om het brood aan te nemen. Hij had vergeving kunnen vragen.

Hij neemt het brood aan en bekrachtigt zijn voornemen.

Dan vaart de satan in Judas.



Vers 27

In dit gedeelte lezen we dat Judas wel deelnam aan het Pascha, maar niet aan het avondmaal.



Vers 31

De Zoon verheerlijkt.

Nú is de tijd heel dichtbij dat Ik door Mijn lijden en sterven de duivel en de dood zal teniet doen. Daarna zal Ik in Mijn heerlijkheid ingaan.



Vers 33

Waar Ik heen ga.

Jezus keert terug naar Zijn Vader, naar de troon van God.


Kunt u niet komen.

Johannes 7:34

Johannes 8:21



Vers 34

Een nieuw gebod.

Nieuw? Dit gebod staat al in het OT.

Het nieuwe is dat we de naaste moeten liefhebben zoals Jézus liefhad. Dat is veel hoger dan de naaste liefhebben als onszélf.



Vers 35

Het hoofdkenmerk van een discipel.

Liefde.

Liefde tot Jezus wordt zichtbaar in de liefde tot broeders en zusters.

Het hoofdkenmerk is niet onze kleding of gewaad, gepraat, gelaat.

Het gaat om de "daad", de liefde.



<