Hoofdstuk 5


Vers 1

Toen Jezus de menigte zag.

VdW:

Jezus gaat de berg op.

In het vorige vers, Mattheus 4:25, komt een grote menigte om genezen te worden. Jezus predikt het koninkrijk, maar Hij laat ook door tekenen zien dat het koninkrijk nabij gekomen is. De mensenmassa dringt zo op, dat Jezus hoger op de berg gaat zitten.

Op de berg gaat Hij Zijn discipelen trainen. Er zijn veel meer arbeiders nodig.


Bergrede.

Jezus laat in de bergrede zien, hoe een christen moet zijn. Zo werkt de Geest in ons als we bij het koninkrijk van God horen.

Jezus preekte: Bekeer u, want het koninkrijk van de hemelen is nabij gekomen. In de bergrede staat de concrete invulling. Het gaat over de weg naar het Messiaanse rijk en over de verwezenlijking ervan.

Zo kan het ook door ons gepredikt worden en kunnen we het laten zien. Zo deed Jezus ook.

We moeten Zijn beeld laten zien.


Tegen wie spreekt Jezus?

Tegen de discipelen.

Dat blijkt ook uit de verzen 13 en 14 : gij zijt het zout der aarde en het licht van de wereld.

Over de hoofden van de discipelen heen, spreekt Hij ook tot de scharen en tot ons.


Discipel.

Discipelschap heeft te maken met:

Ook voor gelovigen is discipelschap nodig.

Hoe herken je een échte discipel?

1. Jezus staat op de eerste plaats in het leven van een discipel.

2. Een echte discipel blijft in het woord van Jezus.

3. Een echte discipel heeft liefde voor de naaste en vertoont zo Jezus' beeld.

4. Een echte discipel draagt vruchten in het leven en hij/zij blijft in de liefde van Jezus.

Herken je deze kenmerken in jouw leven? Ben jij een echte discipel?


Wat belooft Jezus aan Zijn discipelen?

1. Wie Jezus volgt, zal in de duisternis (zonde) niet komen, maar zal het licht van het leven hebben.

2. Wie Jezus volgt, zal verdrukking ervaren.

3. Wie Jezus volgt, zal zelf ook vervolgd worden.



Vers 2

Onderwees hén.

Eigenlijk spreekt Jezus in de eerste plaats tot Zijn discipelen.


Alle zaligsprekingen.

Alle zaligsprekingen komen uit het leven van David.

In zijn leven waren deze eigenschappen een voorbereiding op het koningschap.


Zalig zijn.

Uiterlijk kan het anders lijken:

God is toch de kern van hun geluk.

Het ware geluk.

Deze 9 zaligsprekingen vallen uiteen in 2 groepen.

  1. Relatie met God.
  2. Relatie met de naaste.



Vers 3

Zalig.

Makarioi =

De context is hier het koninkrijk en niet de zaligheid.

Er staat 9X een zaligspreking. Er staat 9X "want" en dan volgt de beloning, die deze mensen gelukkig maken zal.

De beloningen gaan de ontberingen ver te boven.

Gods werk.

Bij de tien geboden werd veel van de mensen verwacht. Ze moesten "hun hart besnijden". Ze volbrachten dat niet.

Bij de leefregels die Jezus geeft, past

God zelf zal het hart van de mensen besnijden. Het gaat hier om een keus met het hart.

Deze leefregels zijn gebaseerd op liefde tot God.


Armen.

Grieks Ptõchoi =

Anawin in het Hebreeuws.

In OT komt dit woord veel voor, maar het wordt verschillend vertaald.

De Studiebijbel verklaart:

Oorspronkelijk stond onze geest in contact met God. We hadden een rijke geest. Ná de zondeval was dat contact met God er niet meer. Wie dat beseft, weet dat hij "arm van geest" is. Armen van geest zijn helemaal afhankelijk van een rijke Heiland. Dan komt er weer contact met Gods Geest.

"Vul mij met Uw Geest steeds meer".

Ze worden weer geregeerd vanuit de hemel. Hunner is het koninkrijk der hemelen.

Denk aan een trolleybus of tram. Die hebben geen eigen brandstoftank, maar wel stevig contact met de bovenleiding.


Vul ons met de Heilige Geest, dan zijn we alles van onszelf kwijt en zo "arm".


VdW:

Ook Jezus was zachtmoedig en nederig van hart.

Armen van geest.

Bepaalde groepen, bijv. de gemeenschap in Qumran, wilden dichtbij God leven en noemden zich: armen van geest. Ze leden in materieel opzicht geen gebrek.


Voor hen is het koninkrijk der hemelen.

Het koninkrijk der hemelen is alléén voor wedergeborenen.

Dus...armen van geest zijn wedergeboren mensen.


En jij?



Vers 4

Treuren.

Verdriet hebben over de zonden.

Degenen die treuren, brengen de oorzaak van hun verdriet, de zonden, bij Jezus.


Vertroost worden.

De echte troost is vergeving. De Heilige Geest is de Trooster.

Die verandert treuren in blijdschap. Als we geloven dat we vergeving ontvingen, dan moeten we ons verblijden. Jezus nam onze zonden over en wij ontvingen Zijn gerechtigheid. Wat een geweldige ruil.


Geluk is dat we weten dat in de toekomst alle tranen zullen worden afgeveegd.

Jesaja schrijft ook wat die troost inhoudt.

Wie vertroost wordt, mag blij zijn.

God wil dat we ons voortdurend in Hém verblijden.

We mogen ons ook verblijden in het vooruitzicht dat we als gelovigen hebben.

En jij?

Herken je dit kenmerk in jouw eigen leven?



Vers 5

Zachtmoedig.

In het Grieks heeft het woord te maken met het temmen van een dier. Het dier heeft zijn kracht niet verloren, maar gaat de kracht voor een ander gebruiken.

Zachtmoedigheid leer je onder moeilijke omstandigheden.

Zachtmoedigen.

Mensen die géén ruzie maken.

Het zijn navolgers van Jezus: leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben.

VdW :

De aarde beërven.

Het Griekse woord voor aarde betekent:

Het is als een afgebakend kavel. Het evangelie van het koninkrijk mocht alléén aan de Joden geproclameerd worden.

Zij zullen in dat toegewezen land wonen.

De verdeling van het toegewezen land staat in

Beërven is toekomstig.

God maakt een nieuwe aarde.

Die is voor de zachtmoedigen, voor de gelovigen.

Psalm 37 zegt dit ook diverse keren. Op die nieuwe aarde hebben ze grote blijdschap over de vrede die ze ervaren.

De gelovigen zullen de aarde beërven, maar ook het eeuwige leven.

En jij?

Lijk jij ook op Jezus in jouw zachtmoedigheid?

Dan ben je een discipel.



Vers 6

Wat is gerechtigheid?

De HEERE, onze Gerechtigheid.

Jezus zelf heet: De HEERE, onze Gerechtigheid.

Jezus wilde op aarde ook alle gerechtigheid vervullen.

Door Zijn gerechtigheid worden gelovigen bevrijd. Hun ongerechtigheid wordt verzoend.

Wie naar Hem "hongert of dorst", zal zeker verzadigd worden. Het gaat om geestelijke honger.

Zoek eerst Zijn koninkrijk en Zijn gerechtigheid!

En jij?

Wie honger heeft verlangt naar voedsel.

Wie dorst heeft verlangt naar water.

Wie hongert naar gerechtigheid, verlangt naar de gerechtigheid van Jezus.

Heb jij de gerechtigheid van Jezus ook zo nodig?

De gerechtigheid van Jezus redt ons van de dood.



Vers 7

Barmhartigen.

Die barmhartige mensen hebben een warm hart, een brandend hart.

Barmhartigheid heeft veel te maken met begrip hebben voor een ander.

Barmhartigheid hoort bij het wezen van God. Het is één van Zijn eigenschappen.

Wie barmhartig is, lijkt op God.

In Mattheus 25 heeft Jezus het over barmhartigheid. Hij zegt: "Als u dit aan één van Mijn minste broeders gedaan hebt, dan hebt u dat aan Mij gedaan": water geven, kleding verstrekken, bezoek brengen.

Díe barmhartige mensen ontvangen zelf barmhartigheid van God.

En jij?

Ben jij barmhartig?

Lijk je zo op Jezus?

Dit hoort bij een echte discipel!



Vers 8

Reinen van hart.

Het zijn oprechte mensen.

Om God te zien moeten we rein zijn. We moeten daarom ook heilig leven.

Heiliging is nodig om de HEERE te zien.

Om God te zien moeten we ook een verheerlijkt lichaam ontvangen. Dat krijgen we bij de opstanding.

We worden door het bloed van Jezus gereinigd van alle zonde.

Reinheid en blijheid.

Reinheid en blijheid gaan samen.

Hoe blijf je rein?

Onreinheid moet je ook actief ontvluchten, zoals Jozef deed.

En jij?

Heb jij een rein hart?

Houd jij jouw hart ook rein?

Kruisig dan de wereld!

Een christen wórden kost niets, maar als christen leven kost alles.



Vers 9

Vredestichters.

Wie door genade verlost is, wordt, als gevolg daarvan, een vredestichter.

Het heeft iets weg van een brandstichter. Hij begint met klein vuur, maar het kan heel groot worden.

Vredestichten begint klein, maar het groeit.

Vredestichten begint bij Jezus.

Hij is onze Vrede.

God zelf is de Vredestichter bij uitstek. God maakt vrede door Jezus' bloed.

Wie vrede met God kent, zoekt ook vrede met de naaste.

Gods kinderen.

Letterlijk:

Als de context het aangeeft, zoals hier, dan kan er ook vertaald worden met: kinderen.


En jij?

Ben jij een vredestichter?

Volg jij zo Jezus, die onze Vrede is?

Dan ben je Gods kind.



Vers 10

Vervolging.

Het feit van de vervolging is géén reden tot blijdschap, maar wel datgene wat de Meester door de vervolging wil geven.

Omwille van de gerechtigheid.

Vervolgd, omdat we Gods wil doen en die belangrijker vinden dan de wil van een mens.

Als je dáárom vervolgd wordt, bén je zalig.

Vervolgd omdat we "dé Gerechtigheid" volgen, dus vervolgd worden om Jezus' wil.

Wie Jezus volgt, heeft eeuwig leven.

Getuigenis van vervolgden.



Vers 11

Zalig bent u...

Qua stijl wijkt de laatste zaligspreking af van de voorgaande acht, die meer algemeen geformuleerd zijn.

In deze negende zaligspreking worden de discipelen rechtstreeks aangesproken.

Gerechtigheid doen (vers 10) en vervolging gaan samen. (vers 11)

Liegen en kwaad spreken.

Als ieder goed over je spreekt, dan weten ze waarschijnlijk niet dat je christen bent. Dat deugt niet, zegt Jezus.



Vers 12

Verblijd en verheug u.

Verblijden en verheugen is hetzelfde. Dat is vreemd.

Chairõ betekent niet verblijden.

Het heeft de betekenis van

Dat is een gebod, de tiende leefregel die Jezus noemt.

Het loon dat we krijgen is zeker niet verdiend, maar wel genadeloon.

Blijdschap komt niet door de vervolging.

Blijdschap is een vrucht van de Geest.

Geestelijke blijdschap is dus niet afhankelijk van de omstandigheden.


Uw loon.

Wie gerechtigheid zaait, oogst betrouwbaar loon.

Wat is dat loon?

Dat is God zelf. Wie Hem kent heeft eeuwig leven.

Ook Paulus schrijft over loon dat gelovigen eenmaal zullen ontvangen of niet.

De profeten.

Ook de profeten hebben het ervaren dat ze vervolgd werden, hoewel ze recht en gerechtigheid deden.


David.

Elia.

Jeremia.

Micha.



Vers 13

Functies van zout in voedsel.
1. Smaakversterker
– Zout versterkt de natuurlijke smaken van voedsel.

2. Conserveermiddel
– Zout onttrekt water aan micro-organismen, waardoor bacteriën en schimmels minder goed groeien (bijv. bij pekelen of drogen van vlees en vis).

3. Structuurverbeteraar – In brood zorgt zout ervoor dat gluten sterker worden.

4. Kleurbehoud
– In vleeswaren helpt zout om de goede kleur te behouden.

5. Fermentatieregelaar – In zuurkool of kaas vertraagt zout ongewenste bacteriegroei, terwijl gewenste melkzuurbacteriën actief blijven.

Zout.

Zout moet de smaak van ander voedsel verbeteren. Zout zelf mag je niet proeven. Dan overheerst het zout en dan mist het zijn taak.

Wie zout water drinkt, krijgt vreselijk dorst.

Veel zout maakt alles dood.

U bent het zout.

Jezus spreekt, volgens vers 1, tegen discipelen.

De gelovige christenen zijn het zout.

Als zout in het zoutvaatje blijft, en samenklontert, dan heeft het geen functie.

Zout moet uitgestrooid worden en in aanraking komen met anderen.


Weggeworpen en vertrapt.

Als het zout de zoute smaak verloor, dan werd het ergens opgeslagen.

In de winter gebruikte men dat als strooizout tegen gladheid. Dan werd het weggeworpen en vertrapt.


Als het zout weg is...

Áls de gelovigen zijn opgestaan en door de Heere opgenomen zijn in de hemel, dan is het zout weg van de aarde.

Dan treedt een vreselijk bederf in, dan breekt de grote verdrukking aan. Dan grijpt satan zijn kans en geeft hij de antichrist veel macht.



Vers 14

Licht van de wereld.

Jezus zelf noemt zich: Licht van de wereld.

Wij moeten Zijn licht laten schijnen nu Hij niet op aarde is.

Een rabbi+discipelen noemde men ook "licht van de wereld". Dat gold helemaal voor Jezus en Zijn discipelen.


Het beeld van de kandelaar.

De kandelaar in de tabernakel is een beeld van Jezus.

Jezus noemt zich het Licht van de wereld.

Maar...ook wij zijn het licht van de wereld.

Er komen uit de staander van de kandelaar 6 armen. Ze dragen ook lampen. Ze zijn vast verbonden met de staander.

De zes armen zijn zo ook een beeld van de gemeente, vast verbonden aan Jezus. Zes is het getal van de wereld.


Een stad op een berg.

In de nacht is de stad ook zichtbaar door de vele lichtjes.

Zo moeten gelovigen duidelijk zichtbaar zijn in de wereld.



Vers 15

Korenmaat.

Ongeveer zo groot als een emmer.


Standaard.

Dat is een kaarsenstandaard voor 1 kaars.



Vers 16

Uw goede werken moeten zichtbaar zijn.

Jacobus zegt dat een geloof zonder vruchten een dood geloof is.

Paulus zegt dat een gelovige zich ná zijn doop met Christus heeft bekleed.

Paulus maakt dat bekleden met Christus heel concreet.

Petrus roept ons op om aan ons geloof veel dingen toe te voegen:

deugd, kennis, zelfbeheersing, volharding, godsvrucht, broederliefde, liefde voor iedereen.

Op deze manier laten we Christus zien aan de wereld om ons heen. We zijn verkoren en geroepen om goede werken te doen. Die roeping en verkiezing moeten we wáár maken.

Nuttig voor onszelf en anderen.



Vers 17

Wet.

Jezus vervulde niet de 613 geboden. Er zijn ook geboden voor vrouwen of melaatsen.

Wet heeft te maken met een plan, een doel.

Dat doel is samenleven met God.

Grieks (Septuaginta) heeft géén woord voor Thora. De vertalers gebruikten het woord nomos. Dat betekent eigenlijk alleen "wet". Thora is méér.

Soms is "wet" alleen

Paulus zegt: wet van de zonde. Hij bedoelt de wetmatigheid van de zonde.

Het Grieks kent ook geen woord voor wetticisme. Ook dat heet nomos. De context bepaalt wat het woord nomos inhoudt.

Ontbinden.

De wet was eigenlijk de huwelijksakte tussen God en Israël.

Jezus heft dat niet op.

Vervullen.

Jezus voldeed aan de eis van de wet. Hij deed wat God vroeg en vervulde zo alle gerechtigheid.

In de Thora ligt het vaderhart van God.

In Jezus wordt alles vervuld.

Jezus is niet negatief over de Thora.

Bij het nieuwe verbond, waarin ook wij door geloof mogen delen, staat de Thora in ons hart geschreven.

Ik kijk niet meer naar een schaduw, maar naar de vervulling. Christus woont in mij.


Vervulling door Jezus.

Wij overtraden de wet.

Daardoor komt de vloek van de wet op ons.

Jezus werd een vloek om ons van de vloek te verlossen.

Psalm 22:2 wordt door Jezus vervuld in


Psalm 22:17 wordt vervuld in

Jezus vervulde Gods voorjaarsfeesten heel precies.

Zo werd de schaduw werkelijkheid.


Doel van de wet.

  1. Ons onze zonden laten zien. De wet is als een spiegel. Romeinen 3:20. Romeinen 7:7.
  2. Als we de wet uitgebreider zien, dus de Thora of zelfs het OT, dan wijst de wet ook naar Christus. Romeinen 10:4. Jesaja 53. God gaf in de wet van Mozes ook voorschriften voor offers. Die wezen ook naar Christus. Johannes 1:29.



Vers 18

Jota.

= kleinste letter.

De jota is de Griekse tegenhanger van de Hebreeuwse jod.

Het is de tiende letter.

Denk aan jad = hand. (Jatten)


Tittel.

= punt.

Een leesteken, een accentteken.

De wet.

Dat betekent hier het hele OT. Niets van wat God sprak, blijft onvervuld.



Vers 19

Mensen zo onderwijst..

Wie verkeerd uitlegt en zegt dat het met Gods geboden niet zo precies komt, die misleidt de mensen.



Vers 20

De gerechtigheid van de farizeeërs.

Zij zeggen:

Jezus zegt: Niet door eigen werken, maar door genade worden we zalig, door geloof.

Dus: Jezus' gerechtigheid redt.

Overvloediger.

Jezus gaat niet méér geboden geven, maar gaat verdiepen. Precies zoals Gods bedoeling was.

Niet alléén de daad telt voor God, maar ook de innerlijke gezindheid. Het is een zaak van het hart.

De oorsprong van de daad komt uit het hart.

De wet werd "haalbaar" gemaakt.

De schriftgeleerden legden de wet zo uit, dat de naleving haalbaar was.

De wet is er juist om ons te laten zien dat de wet in eigen kracht onhaalbaar is.

We moeten gaan uitzien naar Jezus die voor ons de wet vervulde.


Koninkrijk der hemelen.

Jezus spreekt hier nog niet over de gemeente, want die was nog een verborgenheid.

Later is er wel de gemeente en die bestaat voor 100% uit wedergeborenen.



Vers 21

U hebt gehoord.

Dat is het onderwijs van de ouden (farizeeërs en schriftgeleerden) aan het voorgeslacht.

Het gaat dus om de traditie, de uitleg door de mensen.

Daarvan wijkt Jezus af.


Door de rechtbank.

Letterlijk:



Vers 22

Ten onrechte boos.

Letterlijk:

Er wordt zonder reden gesard. Dat wekt toorn op. De rechter veroordeeld dat gesar.


Raka.

Raka = leeghoofd, sukkel.

Het heeft een erg vernederende toon.


Het gesar gaat door. Dat wordt gemeld bij een hogere rechtbank, de Raad.


Helse vuur.

De dader bindt iets in. Hij zegt: Dwaas!

Maar... de intentie is niet veranderd. Hij heeft geen berouw. Hij volhardt in het kwaad. Wie in het kwaad blijft leven, gaat verloren.


Strafbaar.

Jezus laat zien dat het allemaal zonde is, maar dat de ene zonde erger is dan de andere.

(Rechtbank, de Raad, de hel)

Jezus geeft wel een veel nauwkeuriger uitleg van het 6e gebod. Met onze woorden en gedachten kunnen we ook de wet overtreden.



Vers 23

Vergevingsgezind.

Er werd geofferd voor verzoening en vergeving. Dit heeft te maken met vers 22. De dader is door de rechter veroordeeld. Hij gaat een voorgeschreven offer brengen, maar daarmee is hij nog niet in het reine met zijn broeder. Dat moet eerst gebeuren.

Als wij onze naaste willen vergeven, wil God ook ons vergeven.



Vers 24

Verzoen u.

Beide partijen zijn boos en moeten verzoend worden. Het gaat over verzoening tussen mensen.

Dit grondwoord wordt nooit gebruikt voor verzoening met God.



Vers 25

Welwillend.

Dat is een nederige houding die graag een goede afwikkeling van de zaak wil.

We moeten zo het beeld van Jezus laten zien.


Aan de rechter overlevert.

Het gaat nog steeds over de dader uit vers 22. De rechter heeft hem veroordeeld, de rechter wil verzoening, wil een offergave. De rechter ziet toe dat het ook gebeurt. Zo niet, dan kan de tegenpartij de rechter opnieuw inschakelen en dan kan de dader in de gevangenis terecht komen.



Vers 26

De quadrans.

Dit was in die tijd de kleinste munteenheid van het Romeinse Rijk.

Bij ons is dat een cent.


Dit is één van de teksten waarop de RKK het vagevuur baseert.

Ook



Vers 27

Geen overspel plegen.



Vers 28

Naar een vrouw kijkt.

"Kijken" heeft hier de betekenis van "met de ogen uitkleden".

Het komt voort uit lust die los gekoppeld is van ware liefde.

Daardoor is porno ook veroordeeld.


Begeren... in het hart.

Het 10e gebod is al een uitbreiding van het 7e gebod. Het gaat oorspronkelijk niet alleen over de daad.

Uit het hart komt de boze daad voort. Gedachten kunnen ook verkeerd zijn.


Een lucifer kan nog uit.

Een lucifer kun je nog uitblazen, maar een grote brand niet meer.

Jezus bedoelt dus: pak het kwaad aan bij het begin. Dan is er nog iets aan te doen.

Zo voorkom je ook echtbreuk.



Vers 29

Doet struikelen.

Skandalizei =

"Skandalon" is als een muizenval die op scherp staat. Pas op.

Jouw oog ziet dingen die je tot zonde verleiden.

Ruk het uit.

We moeten het kwaad snel blussen, voordat de brand erger wordt.

Het is hier een moeilijke beslissing, maar die zal wel groot voordeel opleveren.


In de hel.

Het Griekse "Gehenna" is afgeleid van het Hebreeuwse "Géhinnõm" = dal van Hinnom.

Daar werd al het afval gestort en verbrand. Daar brandde of smeulde altijd vuur. Daar werden ook kinderoffers gebracht. Ook gedode misdadigers werden daar verbrand.


Lichaam in de hel.

Goddelozen komen pas in de hel

  1. Na de opstanding. Dan hebben ze weer een lichaam. Openbaring 20:5.
  2. Na de veroordeling voor de grote witte troon. Openbaring 20:11-12.

Dus: Goddelozen komen niet direct na het sterven in de hel. Ze verblijven na hun dood in hades, het dodenrijk.

Daar was ook de rijke man uit het verhaal van Jezus.



Vers 30

Hak hem af.

Jezus maakt de ernst van de zonde duidelijk.

Ook wordt duidelijk de radicaliteit waarmee we de zonde moeten afwijzen.

Belangrijk:


Hel.

Gehenna, het helse vuur.



Vers 31

Er is gezegd.

Mozes wordt geciteerd.

Jezus noemt maar 1 reden voor echtscheiding en dat is overspel.

Als er géén overspel is, en de vrouw toch een afscheidsbrief krijgt, dan zou ze volgens de Joden opnieuw mogen trouwen.

Nee, zegt Jezus, als ze opnieuw gaat trouwen, doet ze juist overspel. Volgens Jezus is het huwelijk nog steeds in stand als er géén overspel heeft plaatsgevonden.


Sjammai en Hillel.

2 rabbijnen die heel verschillend dachten over echtscheiding. Wat is "iets schandelijks" in Deuteronomium 24:1?



Vers 32

Verstoot.

Wegsturen om een andere reden dan overspel.

Dat kon in die tijd al zijn als de vrouw het eten liet aanbranden.


De verstotene trouwen.

Wie deze verstoten vrouw trouwt, doet overspel, want deze vrouw is eigenlijk nog steeds gehuwd, volgens Jezus.



Vers 33

Er is gezegd.

Het gaat hier om tekstuitleg door schriftgeleerden. Het gaat hier niet om : er staat geschreven.

De eed.

Volgens de Schriftgeleerden mocht men vals zweren, als men het maar niet deed bij de Naam van God.

Een eed breken mocht bv wel als men zwoer bij de hemel of bij de aarde enz.

Zweer niet voor allerlei onbenulligheden.


Een ondoordachte eed.

Als iemand ondoordacht een eed heeft gedaan, kan hij die toch nog weer ongedaan maken.



Vers 34

Zweer in het geheel niet.

We moeten nooit zweren bij de hemel of de aarde of bij je hoofd of bij Jeruzalem.

De eed zweren we bij de naam van God.

Jezus zegt: "Zweer helemaal niet". Dit ivm het 3e gebod.

We kunnen tegenwoordig ook zeggen: "Dat beloof ik". Laat jouw "ja" ook ja zijn.



Vers 38

Een boete betalen.

Rechters bepalen de hoogte van de boete. Die hoogte van de boete had direct te maken met de ernst van het vergrijp.

Dus: tand(boete) voor tand, voet(boete) voor voet, oog(boete) voor oog.

Dit laatste zie je duidelijk in Exodus 21:26-27.

De uitzondering was bij moord. Dan volgde doodstraf.


Fout van de schriftgeleerden.

De schriftgeleerden haalden dit gebod weg bij de rechtspraak en legden het bij de bloedwreker.

Jezus legt het terug bij de rechtspraak en gebiedt ons om de naaste lief te hebben.



Vers 39

De boze.

De boze is hier een mens die kwade dingen doet.

We moeten tegen die persoon NIET het recht in eigen hand nemen.

Wreek jezelf niet.

Vertoon het beeld van Jezus.

Op de rechterwang.

In een gevecht slaat men met de rechterhand NIET op de rechterwang, maar op de linkerwang.

Wat Jezus hier zegt ziet op een Joods gebruik.

Men tikte met de bovenkant van de rechterhand, tegen de rechterwang van de ander.

Dat betekende: Ga weg, ik wil niets met je te maken hebben. Het was erg beledigend.

Jezus bedoelt: Ga niet in op zo'n belediging. Word er niet boos om.


Onrecht laten zegevieren?

Als Jezus, onterecht, geslagen wordt, roept Hij de dader wél ter verantwoording en stelt het onrecht aan de kaak. Johannes 18:22-23.

Hij neemt geen wraak.



Vers 40

Voor het gerecht.

Het gerechtshof mocht niet het kledingstuk van iemand eisen.



Vers 41

2 mijlen.

Mattheus 27:32.



Vers 43

Uw vijand moet u haten.

Dit stuk staat niet in Leviticus 19:18. Om dit moeilijke gebod meer haalbaar te maken, beperkte men die naaste tot volksgenoten. Zo probeerde men het haten van vijanden bijbels te funderen.

Maar God spreekt anders.



Vers 44

Vijanden lief hebben.

Jezus gaf zelf het voorbeeld.

Zegenen.

Zegenen staat tegenover vervloeken.

Zegenen =

Zo kan de mens ook God zegenen.



Vers 48

Volmaakt.

Dat is :

De context gaat over liefhebben van vriend én vijand. Dus onze liefde moet allesomvattend zijn. Zo is Gods liefde ook.

Zo is de Vader. Bij Hem is geen groei. Hij is volmaakt.

Wij moeten groeien en zo moeten wij steeds meer op God gaan lijken.

Jezus vraagt 100%.



<