Hoofdstuk 4


Vers 1

Door de Geest.

Letterlijk:

Die Geest, de Heilige Geest. Die had Jezus ontvangen.

Verzocht worden.

Jezus moest goed maken wat Adam fout deed.

Jezus heet "laatste Adam".

Adam werd verzocht en viel in zonde.

Jezus gaat dezelfde weg. Hij wordt verzocht, maar zondigt niet.


Verzoeken of beproeven.

Verzoeken = iemand proberen tot zonde te verleiden. Dat is satans werk.

Beproeven is iemands geloof testen. Dat is Gods werk.

Hoe is de duivel?

Satan verzoekt.

Satan rukt het gezaaide weg.

Satan zaait onkruid tussen de tarwe.

Satan is een mensenmoorder en een vader van de leugen.

Satan is de vorst van deze wereld.

Satan is een aanklager.

Satan verhindert de evangelieverkondiging.

Satan is de god van deze eeuw en hij verblindt de mensen, opdat ze niet zullen geloven.

Satan doet zich voor als een engel van het licht.

Satan is de aanvoerder van de macht van de lucht.

Satan gaat rond als een leeuw om mensen tot prooi te maken.

Verzoeking van Adam en de laatste Adam.

De tegenstelling is scherp:

In Genesis 3:6 zien we drie elementen:

  1. Goed om te eten.
  2. Aantrekkelijk om te zien.
  3. Begeerlijk om wijsheid te verkrijgen.

Dit sluit nauw aan bij 1 Johannes 2:16:

  1. Begeerte van het vlees.
  2. Begeerte van de ogen.
  3. Hoogmoed van het leven.

Kijk nu naar Jezus’ verzoekingen.

  1. Brood maken van stenen. Satan speelt in op de begeerte van het vlees.
  2. Spring van de tempel. Dat is God dwingen tot bescherming. Satan speelt in op hoogmoed / zelfverheffing.
  3. Alle koninkrijken ontvangen en macht en zichtbare heerlijkheid. Satan speelt in op de begeerte van de ogen.

Wat Adam niet weerstond, weerstaat Jezus wél.

Ook in de omgang met Gods woord is verschil.

  1. Adam voegt iets toe aan Gods gebod : “niet aanraken” – Genesis 3:3
  2. Hij gaat in gesprek met de slang.
  3. Hij vertrouwt niet op Gods woord.

Jezus.

  1. Hij citeert telkens de Schrift: “Er staat geschreven”.
  2. Hij gebruikt teksten uit Deuteronomium.
  3. Hij blijft volledig onder het Woord.


Waar Adam Gods Woord relativeert, onderwerpt Jezus Zich eraan.


De kernvragen.

In Eden was de kernvraag:



Vers 2

40-dagentijd.

40-dagenvastentijd herinnert aan het vasten van Jezus.


Veertig dagen vasten.

Door 40 dagen te vasten bereidt Jezus Zich voor op Zijn openbare optreden.

Hij at helemaal niets.

Veertig dagen vasten komt vaker in de bijbel voor.


Mozes.

Mozes was 40 dagen en 40 nachten op de berg bij God.
Er staat expliciet:

“Hij at geen brood en dronk geen water.”

Dit is dus een bovennatuurlijk vasten. Hij ontving in die periode de Wet (de stenen tafelen).

Jozua.

Hij ging met Mozes mee, de eerste keer.

Elia.

In Lukas 4:2 staat dat Jezus ook tíjdens deze 40 dagen verzocht werd.

Satan komt op een heel zwak moment. Jezus heeft heel veel honger. Hij is uitgeput. Toch blijft Hij vasthouden aan de trouwe zorg van Zijn Vader. Hij doet niets zonder Zijn Vader. Hij kan niets doen zonder Zijn Vader. Jezus was waarachtig mens.

De verheerlijking op de Olijfberg.

Daar waren Jezus, Mozes en Elia. Alle drie hebben 40 dagen gevast.


Broeder Yun.

Liu Zhenying, broeder Yun genoemd, is een Chinese christen. Hij werd geboren in 1958. In een Chinese gevangenis vastte hij vierenzeventig dagen. Hij at en dronk niets. Hij was erg verzwakt en ieder verbaasde zich erover dat hij leefde. God was zijn voedsel. Zijn lichaam werd zwakker, zijn geest sterker. Hij woog minder dan 30 kg.

Zijn vrouw kwam op bezoek, maar geloofde niet dat deze gevangene haar man was.



Vers 3

Als U Gods Zoon bent...

Dat was gezegd in

Verzoeking.

Satan wil Jezus iets laten doen, onafhankelijk van Zijn Vader.

Jezus was gekomen om de wil van de Vader te doen.


Satan weet als geen ander hoe groot de aantrekkingskracht van macht is. Dat werd hemzelf ook tot zonde.

Satan probeert om Jezus te verleiden Zijn macht voor Zichzelf te gebruiken.



Vers 4

Er staat geschreven.

We moeten satan altijd met Gods woord bestrijden.

We moeten niet vertrouwen op het middel, maar op God die de zegen geeft. Hij kan ook op een andere manier onderhouden bv.

Mozes zegt in Deuteronomium 8 dat God Israël honger liet lijden om hen te leren dat ze afhankelijk zijn van Hem (manna!).

Citaten van Jezus.

Jezus citeert uit Deuteronomium 6 tot 8.

In die Schriftgedeelten wordt teruggezien op de veertig jaren in de woestijn.

Opmerkelijk!



Vers 5

Op het hoogste gedeelte.

Volgens de Joodse traditie zal de komende Messias zich juist op die plaats openbaren.

Het hoogste gedeelte is de dakrand, of zijn de kantelen.



Vers 6

Werp u naar beneden.

Jezus zoekt niet de gunst van het volk dat Hem enthousiast zal begroeten, maar Hij wil de gunst van Zijn Vader.


Er staat geschreven.

Satan haalt Psalm 91:11 aan.

Jezus wil op Gods beloften vertrouwen en daarom maakte Hij geen brood.

Jezus wil Gods belofte ook niet bewijzen. Dat zou God verzoeken zijn.


Satan kan ons wel de zonde aanbevelen, maar kan ons de zonde niet laten doen.


Satan laat een stuk tekst weg.

Satan laat het laatste stuk weg van

Dat moeten wel wegen zijn die Gods goedkeuring wegdragen. Als wij roekeloos leven en moedwillig ons leven in gevaar brengen, dan kunnen we niet rekenen op Gods bewaring.



Vers 7

God niet verzoeken.

Je mag God niet uitdagen om Zijn macht te laten zien. Dat deed Israël wél bij Massa en Meriba.

Massa = verzoeking.

Meriba = onenigheid.

Israël deed dit 2x.

De eerste keer in Rafidim.

De tweede keer in Kades.

Dat verwijst naar Massa (Exodus 17), waar Israël zei:
“Is de HEERE in ons midden of niet?”
Israël eiste een wonder als bewijs.



Vers 9

Zal ik U geven.

Satan is de god van deze wereld volgens

Jezus noemt hem zelfs "vorst van deze wereld".

Ooit was Adam dat. Hij moest, samen met Eva over de wereld regeren.

Jezus, de laatste Adam, wordt de Overste van de wereld, maar niet door satan te aanbidden.

Jezus gaat, samen met Zijn gemeente, Zijn Eva, de wereld regeren vanuit Jeruzalem.



Vers 10

Citaat van Jezus.

Opnieuw uit de bijbel.

Ware aanbidding.

Het Griekse woord is

Het betekent:

  1. zich neerwerpen voor iemand.
  2. Iemand te voet vallen.
  3. Een knieval maken.
  4. Iemands voeten kussen.

Het veronderstelt dus een zeer nederige houding.


Aanbidding:

Hoe kunnen we aanbidden?

We richten ons vooral op wie en hoe God is. In de aantekeningen staan veel voorbeelden bij

Aanbevolen. Aanbid God!


Lichaamshoudingen.

  1. Neerbuigen. Exodus 4:31.
  2. Knielen.
  3. Languit met het gezicht naar de grond.

Bunyan:

Hij die ligt, hoeft niet bang te zijn om te vallen.

Hij die laag is, hoeft niet bang te zijn voor trots.

Hij die nederig is, zal voor altijd God als zijn Gids hebben.


3 verzoekingen.

De verzoekingen gaan eigenlijk over drie fundamentele dingen:

  1. Brood : lichamelijke behoefte.
  2. Bescherming : zekerheid.
  3. Macht : heerschappij.

Dat zijn precies de gebieden waarop de mens sinds Genesis 3 struikelt.
Jezus houdt stand waar Adam viel.



Vers 11

De engelen kwamen.

De engelen kwamen pas toen de duivel wegging.

Ze kwamen niet tijdens de verzoeking. God koos ervoor om Jezus gehoorzaamheid te laten leren en Hem zelf weerstand te laten bieden in de kracht van de Heilige Geest.

Dit leert ons iets over onze eigen verantwoordelijkheid.



Vers 12

Overgeleverd.

Herodes Antipas had Johannes de Doper gevangen genomen.

Jezus hoorde dat op het pinksterfeest.

Johannes doopte aan de oostkant van de Jordaan. Dat is Perea. Daar regeerde Herodes Antipas.

Mogelijk was Herodes ook bang voor opstand. Er was onder het volk veel opwinding over "Elia" die verschenen was in Johannes de Doper. Opwinding over de doop van Jezus en Gods stem daarbij.

Herodes pakte Johannes op als "leider" van deze beweging.



Vers 13

Weg uit Nazareth.

Lukas 4 De inwoners hadden door ongeloof Jezus verstoten.


Kapernaüm.

= dorp van Nahum.

"Aan de zee" betekent : aan het meer van Galilea.

De weg van Damascus naar Egypte liep via Kapernaüm.

Dat was dus een "strategische" plaats om de bediening van Jezus te beginnen. Van hieruit gingen Zijn woorden en de geruchten over Zijn wonderen de bekende wereld in.

In Kapernaüm waren door die handelsroute ook veel tollenaars.


Zebulon en Nafthali.

Opnieuw een aanhaling uit de profeten om te bewijzen dat Jezus de Messias is.



Vers 15

Vervulde profetie.

Galilea van de volken.

Dat was een scheldnaam.

Men vond de Galileeërs niet raszuiver en onbeschaafd en ongeletterd.



Vers 16

Groot licht.

Land van de schaduw van de dood.

Er waren in Galilea veel heidense invloeden (duisternis) en veel vijandige aanvallen.(schaduw van de dood)



Vers 17

Van toen af.

Jezus was ½ jaar jonger dan Johannes de Doper. Hij begon ook ½ jaar later met Zijn prediking.

Toen zat Johannes al gevangen. Johannes heeft dus maar kort gepredikt.


Identieke prediking.

Jezus predikt hetzelfde als Johannes de Doper.

Daarmee verklaart Jezus Johannes als Zijn heraut.

De prediking van het koninkrijk was de missie van Jezus.

Prediken.

=proclameren, zoals een heraut doet.


Bekeer u.

Israël had niet de juiste geesteshouding om de Koning en het koninkrijk te ontvangen.

Daarom moet het volk zich bekeren.

Jezus zegt tegen Nicodemus dat wedergeboorte nodig is.

In de Bergrede (Mattheus 5-7) zegt Jezus wat de echte geestelijke aard van het koninkrijk is.


Belang van bekering.

Hoe belangrijk God bekering vindt, lees je in Jeremia 18. Bekering of geen bekering kan Gods plan totaal veranderen.

Bekering, wat vraagt God van ons.

Alles wat God van ons verwacht, staat in

  1. Rechtvaardigheid.
  2. Goedertierenheid.
  3. Ootmoedig wandelen met God.

Koninkrijk der hemelen.

Dit predikten de discipelen ook.

Het evangelie van de genade (Handelingen 20:24) is anders. Dat begrepen de discipelen pas, nadat Jezus was opgestaan.

Het evangelie van het koninkrijk wordt gepredikt als Jezus er is. Het koninkrijk is dichtbij, in tijd en in plaats en in persoon.

Wie gaan binnen in het koninkrijk ?

  1. Wedergeborenen. Johannes 3:5.
  2. Mensen met de juiste gerechtigheid. Mattheus 5:19-21.
  3. Mensen met innerlijke oprechtheid. Mattheus 7:21-23.
  4. Mensen met kinderlijke eenvoud, oprechtheid. Mattheus 18:3-5. Mattheus 5:3. Jesaja 57:15.
  5. Mensen die afzien van materiële belemmeringen. Mattheus 19:23-24. Lukas 13:24.
  6. Noodzaak van geestelijke kracht. Mensen die strijden om in te gaan. Lukas 16:16.
  7. Mensen met volharding. Handelingen 14:22.

Koningschap en koninkrijk.

Het koninkrijk in het OT.

Het koninkrijk in het NT.

Gelovigen zijn nu reeds in het geestelijke koninkrijk.

Het koninkrijk nú.

Koninkrijk en gemeente.

Handelingen14:2.

Johannes 3:3.

Openbaring 1:9.


Misschien kunnen we het verband voorstellen met 2 concentrische cirkels. De grootste cirkel is het koninkrijk, de kleinste de gemeente.



Vers 18

Andreas.

Letterlijk:

De klemtoon op dé geeft waarschijnlijk aan dat Andreas de enige broer was van Petrus.


Andreas was een discipel van Johannes de Doper. Hij bracht Petrus bij Jezus.

Hier worden deze volgelingen van Jezus geroepen tot apostelen.


Meer van Galilea.

212 m onder zeeniveau.



Vers 19

Kom achter Mij aan.

Het volgen van Jezus heeft grote impact in ons leven.



Vers 21

Johannes.

=God is genadig.



Vers 23

Het evangelie van genade.

Het gaat over Jezus als Verlosser en over ons heil en vergeving, over lijden, sterven en opstanding.

Dit evangelie predikten de discipelen dus ná de opstanding.


Het evangelie van het koninkrijk.

Het gaat over Jezus als Koning en Heer. Wij zijn discipelen. Dit evangelie is minder populair.

Maak de volken tot Mijn discipelen en leer hen Mijn woorden te doen.

Jezus begon en eindigde met het evangelie van het koninkrijk.

Jezus trok rond.

Dat deed Johannes de Doper niet.

De wonderen van Jezus ondersteunden Zijn prediking. Ieder kon zien dat het koninkrijk gekomen was.

De tekenen, die Jezus deed, klopten met wat Jesaja profeteerde over de Messias.



Vers 24

Hij genas hen.

Door wonderen en tekenen liet Jezus zien dat het koninkrijk gekomen was en dat Hij de Messias was.

Bezetenheid.

Ook in onze tijd komt dat voor. Als zulke mensen met de volgende zinnen worden aangesproken reageren ze vaak heftig.

  1. Jezus Christus is in het vlees gekomen.
  2. Het bloed van Jezus Christus reinigt ons van alle zonden.

Maanziek.

  1. Epilepsie.

Wettige gronden voor demonen.

Het uitdrijven van demonen is niet het grootste probleem. Het grootste probleem is dat demonen wettige gronden menen te hebben en niet weg willen. Die wettige gronden moeten we eerst wegbidden.

  1. Onbeleden zonden waaraan wordt vastgehouden. Ze moeten beleden worden.
  2. Zonden die ons zijn aangedaan, waardoor demonen een kans kregen. Bv. Onderdrukte boosheid wordt een ingang.
  3. We deden zonden waarop in OT de doodstraf stond. De dood heeft een claim op ons en de demonen maken daar gebruik van. Op het kruis werd de claim van de dood verbroken.
  4. Een vloek. De vloek kan ook uit de generaties komen. Deuteronomium 27. Deuteronomium 28. Galaten 3:13-14. Onschuldig bloed vergieten kan een vloek brengen. 2 Samuel 3:29. 2 Koningen 5:26-28. In onze tijd brengt abortus een vloek.
  5. We denken verkeerd over God. Aan de zondeval ging vooraf dat een leugen geloofd werd. We twijfelen aan Gods beloften. Bv. Judas. 2 Corinthiërs 10:3.
  6. Ongezonde relaties. Bv. Manipulatie, onderdrukking.
  7. Occulte contacten.



Vers 25

Dekapolis.

Deka = tien.

Polis = stad.

Dekapolis lag ten Z.O. van het Meer van Galilea.

Dekapolis bestond uit 10 Griekse steden, die samen een bondgenootschap hadden gesloten tégen de Joden. Ze hoorden bij de Romeinse provincie Syrië.

De klassieke lijst van tien steden (zoals o.a. vermeld bij Plinius de Oudere) is:

  1. Damascus.
  2. Philadelphia (het huidige Amman)
  3. Raphana
  4. Scythopolis = Beth Shean, een plaats die als enige ten westen van de Jordaan lag.
  5. Gadara.
  6. Hippos.
  7. Dion.
  8. Pella.
  9. Gerasa.
  10. Canatha.



<