Hoofdstuk 3


Vers 1

In die dagen.

Dat is de door God gestelde tijd.

Rabbinale geschriften stellen vrij algemeen dat er verschillende momenten in de geschiedenis zijn geweest, waarop het Messiaanse rijk had kunnen ontstaan.

Het optreden van Johannes de Doper was zo'n moment.

Johannes de Doper was ½ jaar ouder dan Jezus.

We zijn nu 30 jaar verder in de tijd.


Wie was Johannes?

Johannes' afkomst staat in



Vers 2

Hoe is het evangelie?

Het luidt:

De Koning is reeds op aarde. Het gaat niet over "hemelrijk", maar om Gods rijk op aarde.

Het evangelie is niet: Bekeer je en dan ga jij naar de hemel, naar "het hemelrijk".

Dit is precies een tegengestelde richting.

Bekeer u.

Het eerste wat Johannes de Doper predikt is:

  1. bekering.
  2. het koninkrijk van de hemelen.

(Mattheüs is een Jood en Joden vermijden de naam van God. Daarom schrijft Mattheüs over: koninkrijk der hemelen)

Het eerste wat Jezus predikt is ook: bekering en het koninkrijk der hemelen.

Dit is ook de laatste boodschap van Jezus.

Het koninkrijk is dus erg belangrijk. Jezus begint en eindigt ermee.

Ook de discipelen en de zeventig personen prediken het koninkrijk.

Bekering is iets anders dan spijt. Spijt is naar mensen en naar jezelf toe.

Bekering richt zich op God. Het is zonden verlaten en vergeving vragen.

De komst van het koninkrijk heeft 2 kanten.

  1. Een nationaal gebeuren voor Israël, het Messiaanse rijk. De Messias gaat regeren en van vijanden verlossen. Lukas 1:71.
  2. Een innerlijke toestand van het hart die past bij het koninkrijk. Kolossenzen 1:13.

Als er géén bekering is, dan komt er ook géén koninkrijk van God olv. de Messias.

Het herstel van Israël, de vestiging van het Messiaanse rijk, gaat noodzakelijkerwijs gepaard met geestelijk herstel en bekering.

Wanneer breekt dat tijdstip aan?

Als Israël zich bekeert.

Tegen Nicodemus zegt Jezus dat wedergeboorte nodig is om het koninkrijk van God binnen te gaan.

Die bekering bleef uit bij Israël.

De Messias werd verworpen. Daardoor kwam het vrederijk ook niet toen Jezus op aarde was.

Als er géén bekering is, kan Gods plan helemaal veranderen.

Eerst breekt de tijd van de gemeente aan. Als de gemeente opgenomen is, zal het vrederijk spoedig komen. De Koning krijgt Zijn rijksgebied. Zijn wetten zullen daar gelden. Ze gaan vanuit Jeruzalem over heel de aarde.

Koninkrijk.

Het gaat over;

Waarom hemelen?

Waarom schrijft Mattheüs steeds over "koninkrijk der hemelen"?

1e verklaring.

Mattheüs schrijft zijn evangelie voor Joden. Die willen de naam van God niet uitspreken.

Het woord "hemelen" is een vervangend woord voor "God".

Echter... in Mattheus 6:33 schrijft hij wél: koninkrijk van God.


2e verklaring.

Het koninkrijk van God bevindt zich op aarde, maar het heeft hemelse wetten. God, de Koning is in de hemel, maar waar de onderdanen van de Koning zijn, daar is nú het koninkrijk der hemelen. Dit koninkrijk is nú verborgen, maar gelovigen zijn in dat koninkrijk van de Zoon van Gods liefde.

Wie het niet zien wil, ziet het niet.


Het koninkrijk der hemelen.

Johannes de Doper spreekt over het koninkrijk der hemelen.

Dit is ook de eerste en de laatste boodschap van Jezus.

Het koninkrijk is dus erg belangrijk. Het betreft ook een machtsgebied.


God wilde het koninkrijk der hemelen leggen aan de voeten van de mensen, Adam en Eva. Zij moesten daarin regeren.

Na de val kreeg satan de macht over de koninkrijken van de aarde.

Gods plan ging echter door. De "laatste Adam" zal het koninkrijk beërven en zal er over regeren. Naast Hem komt de "laatste Eva", de gemeente, Zijn bruid.

Nabij gekomen.

Het Griekse eggizo heeft in alle 42 vermeldingen in het NT altijd de betekenis van

Belang van bekering.

Hoe belangrijk God bekering vindt, lees je in Jeremia 18. Bekering of geen bekering kan Gods plan totaal veranderen.

De komst van het koninkrijk.

De komst van het koninkrijk heeft 2 kanten.

  1. Een nationaal gebeuren voor Israël, het Messiaanse rijk. De Messias gaat regeren en van vijanden verlossen.
  2. Een innerlijke toestand van het hart die past bij het koninkrijk.

Gemeente en koninkrijk.

De gemeente is veel meer dan een deel van het koninkrijk. De gemeente heeft een innige relatie met Jezus, ze is Zijn bruid.

Koninkrijk van God en gemeente zijn als 2 concentrische cirkels met de gelovigen als gemeenschappelijk deel. De gemeente is eigenlijk het koninkrijk der hemelen in engere zin. Daar hoor je bij door wedergeboorte.

Wie gaan binnen in het koninkrijk ?

  1. Wedergeborenen. Johannes 3:5.
  2. Mensen met de juiste gerechtigheid. Mattheus 5:19-21.
  3. Mensen met innerlijke oprechtheid. Mattheus 7:21-23.
  4. Mensen met kinderlijke eenvoud, oprechtheid. Mattheus 18:3-5. Mattheus 5:3. Jesaja 57:15.
  5. Mensen die afzien van materiële belemmeringen. Mattheus 19:23-24. Lukas 13:24.
  6. Noodzaak van geestelijke kracht. Mensen die strijden om in te gaan. Lukas 16:16.
  7. Mensen met volharding. Handelingen 14:22.



Vers 3

Want deze is het...

"Deze" slaat niet op de persoon, maar op de boodschap en het optreden van Johannes.


Woestijn.

Eigenlijk: wildernis, een onbewoond gebied.


De weg van de Heere.

Johannes de Doper citeert

Jesaja schrijft: HEERE.

Als de vier evangelisten deze tekst aanhalen, dan schrijven ze niet HEERE, maar Heere (kurios).

Voor de Joden is het moeilijk dat Jezus door Jesaja HEERE genoemd wordt.


De wegbereider.

Maleachi kondigt deze wegbereider. Johannes de Doper, al aan.



Vers 4

Kleding en gordel als Elia.

Johannes de Doper ís Elia, zegt Jezus.

Johannes kleedde zich ook als Elia.

Hij had ook een ascetische leefwijze zoals Elia.



Vers 5

Mensen komen massaal.

Men herkent "Elia".

Dan zal de Messias spoedig na Elia volgen.



Vers 6

Gedoopt terwijl ze hun zonden beleden.

Men kende de proselietendoop. Als een heiden tot het Jodendom overging, werd hij gedoopt. Dat liet zien dat hij zich reinigde van het heidense verleden. Dat oude zondige leven werd begraven in het doopwater.

De doop is een uitwendige wassing als teken van inwendige reiniging. De gelovige laat zijn / haar zonden afwassen.

Daarom vroeg Johannes éérst bekering, het teken van inwendige reiniging.


Wat is bekering?

Bekering is

Bekering moet vóóraf gaan aan de doop.


Zo alleen kon men de Messias verwachten als de Heilige van Israël.



Vers 7

Farizeeërs en Sadduceeën.

Deze Joden herkenden in Johannes ook Elia.

Deze mensen bekeerden zich echter niet. Ze hielden vast aan eigen gerechtigheid. Ze hadden geen berouw. Daarom noemt Johannes hen: adderengebroed, dus satanskinderen.

Wie niet gelooft, wordt niet gedoopt.


De komende toorn.

De komende toorn, de dag van de wraak, zagen de profeten nog dichtbij de eerste komst van Jezus.

Door het ongeloof van Israël bleven Jezus' komst en de afrekening met de goddeloze vijanden en Zijn rijk niet bij elkaar.

Wij zien de "komende toorn" nu in de toekomst, net vóór de wederkomst.

De komende toorn die aanstaande is, is de grote verdrukking. Die staat in Openbaring beschreven: 7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen.

Van die toekomstige toorn worden de gelovigen gered.



Vers 8

Bekering en vruchten.

Johannes houdt deze farizeeërs en sadduceeërs dus niet voor echte gelovigen.

Bekering en vruchten zijn nodig.

Geloof zonder vruchten is een dood geloof.

Dat is de voorwaarde die gesteld wordt, voordat er gedoopt wordt.

Laat aan de vruchten zien, dat de bekering oprecht is.

Geloof en vruchten horen bij elkaar.

Geloof en doop horen bij elkaar.



Vers 9

Wij hebben Abraham..

Abraham betekent niets voor óns als we ons niet bekeren en niet geloven in Jezus. De farizeeërs willen op grond van het verbond met Abraham gedoopt worden, maar Johannes de Doper vraagt bekering en geloofsvruchten.

Ook onze baby's worden gedoopt

Johannes de Doper zou baby's zeker niet gedoopt hebben. Bij het ondergaan in het doopwater wordt de gekruisigde oude zondaar, begraven en dat is een definitief afscheid van die oude mens.

Dat Abraham een vader van besneden Joden is, heeft voor de ongelovige besneden Joden géén voordeel. Hun hart moet besneden zijn, ze moeten geloven.

Zo heeft ook een ongelovige gedoopte geen voordeel van het verbond met Abraham. Er moet een gelovig hart zijn.

Abraham is niet een vader van alle gedóópten, maar een vader van alle gelóvigen.

Uit deze stenen.

Eerder zal God uit deze stenen voor Abraham gelovige kinderen verwekken, dan onbekeerde farizeeërs toelaten in Zijn koninkrijk.



Vers 10

De bijl.

De Messias is er reeds als Johannes dit zegt.

Jezus komt om scheiding te maken tussen gelovigen en ongelovigen.

De bijl wijst naar de aanstaande oordelen.

Johannes ziet de komst van Jezus en de komst van Zijn koninkrijk in tijd nog bij elkaar.

Jezus wist dat Hij niet op aarde was om te oordelen, maar om te redden.

Wij weten dat door het ongeloof van Israël het koninkrijk voorlopig geestelijk is.

De belofte van Gods koninkrijk op aarde blijft van kracht.



Vers 11

Dopen met water.

Derek Prince, docent Grieks aan de universiteit van Cambridge, constateerde na uitgebreid onderzoek dat "dopen" vanaf de vijfde eeuw vóór Christus tot de tweede eeuw na Christus, altijd onderdompelen was.


Met (in) water tot bekering.

Johannes bedoelt: laat eerst in je leven de vruchten van de bekering zien, dan zal ik u dopen. Bij de doop begraven we de oude ongelovige mens. Weg ermee. Bekering gaat altijd samen met wedergeboorte.

Er worden dus wedergeboren mensen gedoopt.

Mét water dopen kan niet.

De kanttekening SV vermeldt hierbij:

Dopen(onderdompelen) "in" iets kan wel, maar dopen (onderdompelen) "met" iets kan niet.

De letterlijke onderdompeling in water is beeld van het begraven van de dóde oude mens. Die is met Christus gekruisigd en gestorven.

Wie gedoopt wordt, staat ook weer op uit het doopwater en bekleedt zich met Christus.

Zijn sandalen nadragen.

Dit was de minste slavendienst. Een Joodse slaaf hoefde dat niet te doen.


Jezus doopt in de Geest.

Deze bediening van Jezus wordt in alle vier evangeliën genoemd. Dat onderstreept het belang van deze bediening.


Met vuur dopen.

Dopen is onderdompelen.

Dopen "met" water kan dus niet. Dopen "in" water is juist.



Vers 12

Wan.

Met een wan kun je graankorrels scheiden van kaf.

Jezus zal bij de wederkomst rechtvaardigen (graan) en goddelozen (kaf) scheiden.

Wan in Zijn hand.

Johannes ziet de eerste komst van Jezus nog direct samengaan met de "dag van de wraak".

Door het ongeloof van de Joden verschuift de komst van het koninkrijk naar de wederkomst. Ook de "dag van de wraak" verschuift naar de tijd vlak vóór de wederkomst en komt in de grote verdrukking.


Doop en wan.

Johannes de Doper zag het dopen met de Heilige Geest nog direct verbonden met "wannen".

Maar daartussen kwam nog de tijd van de gemeente. Die tijd zag Johannes niet, dat was ook nog een verborgenheid. Jezus werd door de Joden verworpen en daardoor verschoof de komst van Zijn rijk, waarin Hij zou wannen, naar de toekomst.


Zijn dorsvloer.

Dat is het land Israël, het Heilige land.

Vóór het vrederijk aanbreekt zuivert Jezus dit land van de goddelozen. Zij zijn kaf.



Vers 13

Toen kwam Jezus.

Letterlijk:

In dit evangelie staat heel vaak "dé Jezus".

"dé" kan betekenen:

  1. Dit verwijst naar de eerdergenoemde Jezus.
  2. Het drukt het unieke van Jezus uit.
  3. Het benadrukt Zijn hoge rang. Hij was een "Rabbi met autoriteit".

Naar de Jordaan.

Letterlijk:

Jezus reisde vanaf Galilea, de provincie in het noorden, via het Jordaandal naar Judea, de provincie in het zuiden.

Om gedoopt te worden.

Johannes wilde Jezus niet dopen. Hij was geen zondaar.



Vers 14

Johannes wil Jezus niet dopen.

Johannes vroeg altijd:

Dat gold niet voor Jezus. Die hoefde Zich van geen enkele zonde te bekeren.

Bekering gold wel voor Johannes. Hij was ook een zondig mens. Daarom past de doop wel bij Johannes maar niet bij Jezus.



Vers 15

Alle gerechtigheid vervullen.

Alles wat God wil, moet gebeuren.

Jezus had geen zonde. Hij kon ook géén zonde belijden. Toch wilde Hij gedoopt worden. Hij ging de zonde dragen. Hij werd tot zonde gemaakt.

Jezus gaat, vanaf nu, Zijn taak opnemen. Hij wordt vol van de Heilige Geest.



Vers 16

Gedoopt.

Jezus werd ondergedompeld.

Dus:

De Heilige Geest komt op Jezus.

Vóór Zijn doop preekte Jezus niet. Ook deed Hij geen wonder. Hij wachtte op de Heilige Geest die Hem de kracht gaf.

Ook ná Zijn opstanding was Jezus afhankelijk van de Heilige Geest.

Jezus werd gezalfd met de Heilige Geest en wordt daarom Christus (= Gezalfde) genoemd.

Hiermee gaan profetieën in vervulling.

Hij of hij?

Volgens Johannes 1:32 zag Johannes de Doper de Geest neerdalen op Jezus. Dan is het "hij" en niet "Hij".

Waarschijnlijk is het allebei goed. Ook de omstanders hebben het dan gezien en gehoord.



Vers 17

Mijn Zoon.

Iedere keer vroegen de farizeeërs wie Jezus was.

Welk recht had U om de tempel te reinigen?

Jezus stelt hen dan een wedervraag: De doop van Johannes, was die uit God of uit de mensen?

Daarmee verwees Hij naar dit moment van Zijn doop. Ze wisten van dit gebeuren. Ze hadden de stem van God gehoord en de duif zien neerdalen op Hem. Ze konden dus goed weten door Wie Jezus was aangesteld en Wiens Zoon Hij was.


Zelfde woorden van God.

Bij de verheerlijking op de (Olijf)berg sprak God ongeveer dezelfde woorden.

Deze woorden schrijft Jesaja ook.

Mijn Geliefde.

David = geliefde.

Jezus wordt dus eigenlijk ook "David" genoemd.

Dat klopt met de naam die de profeten steeds noemen voor Jezus als Hij koning zal zijn over Israël.



<