Hoofdstuk 18


Vers 2

Een kind.

Volgens de overlevering was dit kind de latere bisschop Ignatius van Antiochië die rond 108 als martelaar stierf.


Een kind:

Alleen als we als kinderen komen, vinden we God als Vader.



Vers 3

Hoe moeten we het koninkrijk binnengaan?

Door wedergeboorte.

Door bekering.

Wie gaan binnen in het koninkrijk ?

  1. Wedergeborenen. Johannes 3:5.
  2. Mensen met de juiste gerechtigheid. Mattheus 5:19-21.
  3. Mensen met innerlijke oprechtheid. Mattheus 7:21-23.
  4. Mensen met kinderlijke eenvoud, oprechtheid. Mattheus 18:3-5. Mattheus 5:3. Jesaja 57:15.
  5. Mensen die afzien van materiële belemmeringen. Mattheus 19:23-24. Lukas 13:24.
  6. Noodzaak van geestelijke kracht. Mensen die strijden om in te gaan. Lukas 16:16.
  7. Mensen met volharding. Handelingen 14:22.



Vers 4

Jezelf vernederen.

Ook Petrus roept later op tot nederigheid.



Vers 5



Vers 7

Struikelblokken.

Grondwoord: skandalon.

Dat is een krom houtje in een dierenval. Het is dus een valstrik. Als je het aanraakt, ben je een prooi van de satan.



Vers 8

U doet struikelen.

Dus: probeert te laten zondigen en zo probeert u buiten het koninkrijk van God te houden.


Afhakken.

Jezus neemt een heel rigoureus voorbeeld. Hij bedoelt dat je de beginnende zonde krachtig moet uitdoven. Het kleine vlammetje kan heel snel uitgroeien tot een groot, onblusbaar vuur.



Vers 10

Eén van deze kleinen.

Jezus en de discipelen staan nog steeds rondom het kind.


Hun engelen.

Er zijn dus voortdurend engelen, die alles aan God vertellen wat deze kleine gelovigen wordt aangedaan.

Deze engelen zijn "de ogen" van God.

Het aangezicht zien.

Er zijn engelen rondom Gods troon en er zijn engelen vóór Gods troon.

Deze laatste groep ziet Gods aangezicht.

Het zijn "aangezichtsengelen", aartsengelen.

Michaël en Gabriël horen bij deze groep.



Vers 14

De wil van de Vader.

God wil het behoud van iedereen.

Deze boodschap klinkt in het OT en het NT.



Vers 15

Ga naar hem toe.

stap 1:



Vers 16

Neem 1 of 2 getuigen mee.

Stap 2:



Vers 17

Zeg het tegen de gemeente.

In deze tekst staan de stappen 3 en 4.

Stap 4 is dan de uitsluiting uit de gemeente door de ban.


Gemeente.

Ekklesia.


Dat is hier de plaatselijke gemeente, een deel van de wereldwijde gemeente van Christus, het lichaam van Christus, Zijn bruid.

Het is een gemeenschap. Ze hebben iets gemeenschappelijk. Het is een gemeenschap van heiligen. Het geloof in Jezus verbindt hen.

In 1 Corinthiërs 12 zegt Paulus dat we als leden van het lichaam van Christus, elkaar nodig hebben.



Vers 18

En... als de zondaar niet luistert?

Áls de zondaar volhardt in de zonde, dan sluit de ban hem uiteindelijk uit. Die persoon wordt "ontbonden", dus losgemaakt van de gemeente van Christus. Wie volhardt in de zonde, krijgt ook géén vergeving van God.



Vers 19

Eenstemmig verlangen.

In het grondwoord zit "symfonie". Er is dus harmonie, hoewel we verschillend kunnen denken.



Vers 20

Daar ben Ik in het midden.

Dat is niet onvoorwaardelijk.

In vers 19 staat dat we niet verdeeld mogen zijn. We moeten eensgezind zijn.

Er moet een "eenstemmig verlangen" zijn.

Hier komt terug wat Mattheüs schrijft over Immanuël.

God is met ons.



Vers 21

Hoe vaak vergeven?

God stelt geen limiet.

We moeten blij zijn met elke keer dat een zondaar zijn zonde belijdt en vergeving vraagt.

Rabbijnen vonden op grond van Genesis 50:17 drie keer vergeven voldoende.



Vers 23

Daarom.

Deze gelijkenis is dus om de onbegrensde vergevingsgezindheid van God te laten zien.


Een koning.

Het gaat NIET om één persoon van de koning, maar we moeten het hele verhaal lezen om de boodschap van het koninkrijk te verstaan.



Vers 24

Talent.

1 talent = 6000 penningen. Het gaat hier over 60 miljoen daglonen van een landarbeider.

Daarvoor moest iemand 200.000 jaar werken.

Zo'n schuld kom je nooit te boven.



Vers 27

Kwijtschelding.

Als we onze schuld bij God zien, en die niet ontkennen, gaan we God om genade vragen.

Gods liefde geeft altijd volledige kwijtschelding.



Vers 30

Hoe vergeven?

We moeten onszelf weinig, maar anderen véél vergeven.

Het karakter vd Meester moet zichtbaar zijn in ons.



Vers 35

Van harte vergeeft.

In Lukas 17:3 staat dat we moeten vergeven, als de zondaar tot inkeer komt.

Dan moeten we direct vergevingsgezind zijn.



<