Hoofdstuk 17


Vers 1

Na zes dagen.

Volgens Lukas 9:28 reisde Jezus 8 dagen.


Welke berg?

Als Jezus 6 - 8 dagen reisde, kon de berg der verheerlijking makkelijk de Olijfberg zijn.

Naar de Olijfberg was ook de "wolk van de HEERE, de heerlijkheid van God", vertrokken volgens

Deze "wolk van de HEERE" overschaduwde Jezus en Mozes en Elia.

Met deze wolk voer Jezus waarschijnlijk ook vanaf de Olijfberg naar de hemel.

Mogelijk is de opmerking van Jezus ook een aanwijzing dat de berg van de verheerlijking de Olijfberg was.

De Olijfberg is de enige berg die zich echt zal verplaatsen. Dat gebeurt als Jezus wederkomt in heerlijkheid.

De Olijfberg als berg van de verheerlijking is dus erg aannemelijk.

De berg Tabor?

De berg Tabor als berg van de verheerlijking is echt niet aannemelijk, want dat is een berg middenin vlak land. Bovenop de Tabor lag in Jezus' tijd een Romeinse nederzetting.

Tabor wordt pas vanaf de vierde eeuw genoemd als berg van de verheerlijking en dat is bedacht door Cyrillus van Jeruzalem (315-386).


Verheerlijking.

Drie discipelen hebben het koninkrijk in de toekomstige vorm gezien: heerlijkheid.

Het koninkrijk in de huidige vorm kent triomfen, maar ook veel lijden.


In Openbaring 1 lees je hoe de verheerlijkte Christus er uitziet.


7 personen op de berg.

De 7e is God zelf. Hij spreekt.



Vers 2

Waar gaat het naar toe?

Jezus laat de discipelen zien waar alles naar toe gaat.

Zijn heerlijk koninkrijk komt.

Ze mogen van die toekomstige heerlijkheid nu al iets zien. Ze zijn ooggetuigen.

Zodra Jezus wederkomt in heerlijkheid, dan komt "Zijn vrouw", de gemeente, samen met Hem in die heerlijkheid.

Van die heerlijkheid zien deze drie discipelen al iets.



Vers 3

Twee getuigen.

Mozes was al 1300 jaar geleden gestorven op de berg Nebo. God had hem begraven in Moab.

Mozes en Elia zagen nu de heerlijkheid van Jezus.

Waarschijnlijk zijn zij de twee getuigen die opnieuw in Openbaring 11 optreden.

Ze getuigen dan van de komende heerlijkheid van de Messias. Ze waren er ooggetuigen van.

Over beide groepen lezen we in

Waarover spraken ze?

Het gespreksonderwerp lezen we in

Lees daar ook de belangrijke aantekeningen!


Mozes en Elia.


Mozes:

Type van de gestorven en opgestane gelovigen. Ze staan op bij de opname van de gelovigen, voordat de grote verdrukking begint en gaan met de Bruidegom mee om de bruiloft te vieren in het vaderhuis.

Elia:

Elia is het type van de nog niet gestorven gelovigen. Zij ontvangen bij de opname van de gelovigen een nieuw lichaam.



Vers 4

Drie tenten.

Waarschijnlijk wil Petrus drie loofhutten maken.

Deze heerlijkheid doet hem denken aan de toekomstige heerlijkheid van het vrederijk.

Dan zal men ook het Loofhuttenfeest elk jaar gaan vieren volgens

Drie mannen van God.

Er zijn hier 3 "mannen van God" bij elkaar.

Maar... uiteindelijk gaat het om de heerlijkheid van Jezus.



Vers 5

Lichtende wolk.

In het OT was deze wolk een teken van Gods aanwezigheid.

De stem uit de wolk.

Ongeveer hetzelfde zei God toen Jezus net gedoopt was.

In Lukas 9:35 staat "Mijn geliefde Zoon".



Vers 9

Opstaan uit de doden.

Jezus herinnert de 3 discipelen opnieuw aan Zijn dood en opstanding.

"Uit de doden" betekent dat Jezus levend wordt, terwijl de andere doden dood blijven.

Dat gebeurt ook bij de eerste opstanding. Dan staan de gelovigen op en gaan met Jezus naar het vaderhuis, vóór het vrederijk , terwijl de ongelovigen 1000 jaar later opstaan.

1e opstanding.

De eerste opstanding is de opstanding van de gelovigen.

Het opstaan van Jezus hoort bij de eerste opstanding. Jezus is de Eersteling.

Daarna die bij Christus horen, dus de gelovigen. Dat gebeurt bij de opname van de gelovigen.

Paulus spande zich daar erg voor in om bij die 1e opstanding te horen. Dat is een "opstanding van tussen de doden uit".

Opgestaan.

Deze drie discipelen kregen opnieuw te horen dat Jezus zou opstaan.



Vers 10

Twee Elia's.

Er komt een Elia vóór de eerste komst van Jezus.

Dat is Johannes de Doper.

Door het ongeloof van Israël verschuift de komst van Jezus in heerlijkheid naar de eindtijd. Dan zal Elia opnieuw verschijnen vóór Jezus' wederkomst.



Vers 12

Verworpen.

Johannes de Doper is de "Elia".

Hij werd verworpen. Hij werd niet herkend en erkend als voorloper van de Messias, hoewel hij zei, dat hij de stem van de roepende in de woestijn was, die de wegbereider van de Messias was.

Zoals de wegbereider werd vereorpen zal ook Jezus verworpen worden.



Vers 14

Bij de menigte.

De farizeeërs maakten op dat moment ruzie met de negen overige discipelen.



Vers 15

Mijn zoon.

De zoon was ook stom en doof.

In lijden.

Letterlijk:

In het NT staat 60x "lijden". In het NT is "lijden" nooit ziekte. Lijden is het gevolg van het volgen van Jezus en dát lijden is normaal. Dat kun je verwachten als je Jezus volgt.

Vanaf zijn jeugd .

In Markus 9:14-18 staat dat dit kind deze demonische binding al heeft vanaf zijn jeugd.

Hoe kan dit als zo'n jong kind zich nooit bezighield met occulte zaken?

Waarschijnlijk komt het door zonden in het voorgeslacht.

De zonde van de ouders is een invalspoort voor Satan. Satan krijgt zo een legale greep op de levens van hun kinderen. Die hebben dan meer kans op demonisatie.


Andere oorzaken van occulte gebondenheid.

  1. Traumatische ervaringen.
  2. Seksueel misbruik.
  3. Ervaringen waarbij een deel van de persoon disfunctioneel wordt gemaakt. B.v. hypnose, overmatig alcoholgebruik, overmatig drugsgebruik. Het schakelt het bewustzijn uit.
  4. Vervloekingen. Het zijn verwensingen die tot ondergang leiden. B.v. voodoo-praktijken.
  5. Je bezighouden met occulte dingen, b.v. spellen, occulte genezers bezoeken.



Vers 16

Ze konden hem niet genezen.

Toen Jezus de discipelen uitzond, toen konden ze wél de boze geesten uitwerpen.

Nú kunnen ze het niet vanwege ongeloof.



Vers 17

Ongelovig.

Het kan ook onbetrouwbaar betekenen.

Zou Jezus dit ook tegen de demonen kunnen zeggen?


Als u kunt geloven.

In Markus 9:23 vraagt Jezus eerst geloof.

Jezus legt daar het "kunnen geloven" bij de mens. Het is de verantwoordelijkheid van de mens.

God geeft óns een gebod om in Jezus te geloven.



Vers 18

Jezus bestrafte hem.

"Hem" is hier de demon.

De demon probeerde het kind opnieuw kwaad te doen.



Vers 20

Als mosterdzaad.

Een klein, maar oprecht geloof. Een levend en krachtig geloof.


Vervulling met de Geest.

Waar ongeloof is, zoals hier, is weinig vervulling met de Geest. Dan is er géén kracht.

De vervulling met de Geest is ook niet altijd gelijk. Steeds opnieuw is vervulling nodig. Daar moeten we om bidden.


Verplaats u van hier naar daar.

Mogelijk is deze opmerking ook een aanwijzing dat de berg van de verheerlijking de Olijfberg was.

De Olijfberg is de enige berg die zich echt zal verplaatsen. Dat gebeurt als Jezus wederkomt in heerlijkheid.



Vers 21

Bidden en vasten.

Door bidden verenigen we ons met God, onze Helper.

Door vasten nemen we afstand van de wereld.



Vers 23

Opgewekt worden.

Hieraan dachten de discipelen niet meer na de begrafenis van Jezus.

Petrus, Johannes en Jacobus hoorden nu reeds voor de derde keer over de opstanding.



Vers 24

De tilapia of Petrusvis.

Deze vissoort zwemt veel in het meer van Galilea.

Deze vis heeft broedzorg en draagt de eitjes en later de jongen in de bek.

Als de moedervis de aanwezigheid van de jongen niet langer op prijs stelt, pikt ze een voorwerp op, liefst iets glimmends, en houdt dat in haar bek om de terugkeer van de jonge visjes te verhinderen.

Deze vis had daarvoor een munt, een stater, in de bek.


Twee drachmen.

Dat is de jaarlijkse tempelbelasting.

Het is ½ sikkel.

Wie 20 jaar werd, moest die ½ sikkel betalen, rijke en arme.



Vers 27

Een stater.

Deze munt is 4 drachmen waard.

Het geeft aan dat Jezus arm was. Hij kon dat geld niet zomaar overhandigen.



<