Hoofdstuk 12


Vers 1

In die tijd.

VdW:

Op een sabbat.

Net als in Mattheus 28:1 staat hier meervoud:

Dus staat er:

Hetzelfde woord staat ook in vers 12.

Het was, volgens Lukas, de tweede sabbat na het paasfeest, dus de tweede van de zeven sabbatten die men telde tot Pinksteren .

Het was dus ongeveer 14 dagen ná Pesach.

Aren plukken.

Aren plukken op de akker van een ander was toegestaan, maar je mocht géén sikkel gebruiken om te maaien.



Vers 2

Niet geoorloofd op de sabbat.

Letterlijk: sabbatten.

Volgens de Schriftgeleerden mocht je op de sabbat géén honger hebben en zeker niet vasten. Op de sabbat at je meer en rijker.

Zeker niet "oogsten" van aren om de honger te stillen.



Vers 3

Letter van de wet of geest van de wet.

Jezus legt uit dat de geest van de wet belangrijker is dan de letter van de wet.


Wat David deed..

David reisde op de sabbat, verder dan de farizeeërs toestonden.

David en zijn mannen aten brood, dat voor hen verboden was.

Nood breekt wet.

Een leven redden is belangrijker dan een sabbatsgebod.



Vers 5

De sabbat ontheiligen.

De priesters werken juist op de sabbat het hardst.

Toch zijn ze onschuldig, omdat ze voor God werken.

Dat doen de discipelen ook volgens vers 6.



Vers 6

Iemand.

Dat is Jezus.

Dat woord "iemand" staat niet in de grondtekst, maar is ingevoegd om het meer kloppend te maken met de dogmatiek.

De traditionele dogmatiek gelooft niet in een toekomstig vrederijk en in een toekomstige derde tempel.

Letterlijk:

Meizon betekent dat een object groter is, van hogere orde.

Het gaat hier over de derde tempel tegenover de tempel van Herodes.

Die hogere orde bestaat daarin dat de "heerlijkheid van de HEERE" in de derde tempel terugkeert.

Die "heerlijkheid van de HEERE" was uit de tempel van Salomo vertrokken, vlak voor de verwoesting door Babyloniërs.

In de tweede tempel is de "heerlijkheid van de HEERE" nooit teruggekeerd.


In de derde tempel wordt de dienst aan God niet meer ontsierd door de menselijke regels van de farizeeërs. Daar wordt God uit liefde gediend.


VdW:



Vers 7

Citaat.

Onschuldigen.

Jezus zegt dat de discipelen onschuldig zijn, zelfs als het sabbat is.


Geen offer.

Offers stonden voor de farizeeërs op het lijstje van prestaties. Barmhartigheid heeft met liefde te maken. Dat laatste vindt Jezus belangrijk.



Vers 8

Zoon des Mensen.

Doordat Jezus zich Zoon des Mensen noemde, verklaarde Hij zich Gods Zoon. Dat wisten de farizeeërs van Daniël.



Vers 9

Hun synagoge.

Is dit de synagoge van de getergde farizeeërs?

Het gebeurde op een sabbat.



Vers 10

Verschrompelde hand.

Het was de rechterhand.

Ze vroegen Hem.

Ze = farizeeërs.

Volgens Lukas vroeg Jezus het ook aan de farizeeërs.

Is het geoorloofd?

De wet stelde dat op de sabbat mocht worden ingegrepen als er direct levensgevaar was. Dat was hier niet aan de orde.


Moet nu de liefde winnen of de wet?

De farizeeërs verwachtten dat de liefde zou winnen en dat Jezus de man zou genezen.



Vers 11

Schaap in een kuil.

Jezus komt met een voorbeeld waarbij ook géén levensgevaar was, maar wat wel door de farizeeërs werd toegestaan. Het schaap mocht men uit de kuil bevrijden.



Vers 15

Jezus wist dat.

Jezus was mens zoals wij.

Hij was vol van de Heilige Geest en bezat de geestesgave van kennis.

Ook onder gelovigen zijn er mensen die deze genadegave krijgen.



Vers 16

Niet bekend maken wie Hij was.

Deze opdracht had Jezus vaker gegeven.



Vers 18

Aan heidenen het oordeel verkondigen.

Mattheüs citeert

Daar staat "recht" ipv oordeel.

Daar ziet het op het recht in het vrederijk. Recht en oordeel gaan samen. Jezus regeert dan en Hij doet dat rechtvaardig. Zijn wet gaat vanuit Jeruzalem over de hele aarde.

VdW:



Vers 19

Hij zal niet roepen.

Straten.

= buiten.

Het is verbonden met "buiten de legerplaats".

Mogelijk ziet deze tekst op Jezus' lijden. Hij schreeuwt niet om hulp, Hij spreekt niet als Hij naar "buiten Jeruzalem" gebracht wordt. Als een schaap gaat Hij.



Vers 20

Geknakte riet.

Riet = halm = steel.

In de Bijbel is een rietstengel nergens een beeld van een gelovige.

Wel van een onbetrouwbare wandelstok.

Israël bekeerde zich niet en erkende Jezus niet als Messias. Israël was niet tot steun voor Jezus. Israël is de geknakte rietstaf. Jezus blijft echter trouw aan het verbond met Abraham.


Walmende vlaspit.

Grondwoord betekent ook:

Het is dus een slecht werkende olielamp. Daarvan krijg je het benauwd. Het is dus ook een negatief beeld.

Israël had een licht in de wereld moeten worden, maar door hun ongeloof kwam het koninkrijk van God niet. Zo verspreidde Israël geen licht. Israël was een walmende vlaspit. Maar... Jezus zal Israël niet verlaten. Hij verbreekt het riet niet. Hij dooft de walmende olielamp ook niet. Gods verbond met Israël is eeuwig.

Of het hier over een benauwd gelovig mens gaat, is zéér de vraag.


Het oordeel.

In Jesaja 42:3 staat i.p.v. "oordeel"

Het recht zal overwinnen. Dat gebeurt in het vrederijk. Dat is een rijk van vrede en recht.

Jezus komt terug op de Olijfberg.

Hij komt en overwint dan de vijanden. Dan bekeert Israël zich.

Dan zal heel Israël zalig worden.

Jezus wordt koning op Davids troon.



Vers 21

Heidenen hopen op Jezus.

Gelovigen uit de heidenen hopen op Jezus, maar...in de eindtijd zal dit opnieuw en massáál gebeuren.

Als Jezus een einde heeft gemaakt aan de regering van de antichrist en de valse profeet en hen in de hel heeft geworpen

dan zullen de heidenvolken zich voegen onder de regering van de Messias.

De grote verdrukking is dan ten einde en het Messiaanse rijk begint.

Ook Jesaja schrijft er over dat de heidenen zullen vragen naar Jezus. Ook hij plaatst dat in de context van het Messiaanse rijk.



Vers 23

Zoon van David.

De menigte ziet in Jezus de Messias.

Dit willen de farizeeërs zeker niet horen.

Later, bij de intocht in Jeruzalem, willen de farizeeërs dat Jezus het de roepende kinderen verbiedt om Hem Zoon van David te noemen.

Ook Bartimeüs moet zwijgen.

Ook de Samaritaanse vrouw heeft Jezus herkend als Zoon van David.



Vers 24

Beëlzebul.

De farizeeërs willen de menigte op andere gedachten brengen.

Niet: Zoon van David, maar Beëlzebul.

Zo werd Jezus al voor de tweede keer genoemd.

Wie Griekse magische formules voor duiveluitdrijving leest, ziet dat daarin altijd de naam van een god wordt genoemd. Dat doet Jezus niet.

Jezus werpt de demonen uit op eigen gezag.



Vers 27

Uw zonen.

Duivelbezweerders.

De zonen van Sceva hoorden ook bij deze groep.



Vers 28

Het koninkrijk is er.

De kracht van het koninkrijk laat zich zien, dus het koninkrijk is er.

Hier verbindt Jezus de werking van de Geest nadrukkelijk met de komst van het koninkrijk.

Ieder kan aan tekenen en wonderen zien dat hier een goddelijke macht aan het werk is.


Demonen uitdrijven.

In OT is er geen enkel voorbeeld van het uitdrijven van een demon.

Daarmee begint Jezus. Hij laat daarmee zien dat het koninkrijk Gods gekomen is.

In het koninkrijk van God is geen plaats meer voor satan.

Jezus stuurt ook geen prediker op pad, of Hij geeft hem ook macht over demonen.

Dit laatste feit wordt vooral in het westen vrijwel genegeerd.



Vers 29

Het huis van de sterke.

Satan is de overste van de wereld. De wereld is "zijn huis".

Jezus zal deze sterke satan vastbinden.

Daarna zal Hij het huis van de satan, de aarde, in bezit nemen. Jezus sticht Zijn 1000-jarig vrederijk.



Vers 30

Wie niet met Mij is...

Aan wiens kant sta jij?



Vers 31

Lasteren.

Elke zonde is een zonde tegen God. Hier gaat het over een speciale zonde:

Door de Geest werpt Jezus de demonen uit volgens vers 28.


Voor mensen die de Geest hebben gelasterd, moet men niet meer bidden. Het is een zonde tot de dood.



Vers 32

Onvergeeflijk.

De Heilige Geest overtuigt een mens van zonde.

Als we de Heilige Geest opzettelijk lasteren, dan brengt de Geest ons niet tot berouw over die zonde.

Als we tegen de Vader of de Zoon zondigen, dan kan de Heilige Geest ons tot berouw brengen en voor ons bidden.


Toekomende eeuw.

Volgens Joodse begrippen begint de toekomende eeuw met de opstanding van de gelovigen, de eerste opstanding.

In de toekomstige eeuw regeert de Messias. Dan is er het vrederijk.

Wie tijdens het vrederijk de Geest lastert, krijgt ook géén vergeving.


Huidige eeuw.

Jezus bedoelt met "eeuw" niet 100 jaren. Ook in onze 21e eeuw is de zonde tegen de Heilige Geest nog steeds onvergeeflijk.

De "eeuw" = aion = tijdperk of wereld.

In het huidige tijdperk is satan de "god van déze eeuw", de "god van deze wereld".

In het toekomende tijdperk is satan in de afgrond opgesloten.

Die"toekomende eeuw" zit tussen de eerste en de tweede opstanding.

Dat is de tijd van het vrederijk, Jezus' regering op aarde.

De "toekomende eeuw" duurt dus 1000 jaren.



Vers 33

Slechte boom, slechte vrucht.

Deze tekst zegt Jezus i.v.m. de lastering van de farizeeërs. Zij zijn géén goede bomen en hun vruchten maken dat duidelijk.

Jezus noemt ze ook duivelskinderen in het volgende vers.



Vers 34

Uit de overvloed van het hart.

Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.

Hier is het hart van de farizeeërs vol van boosheid en vijandschap. Ze uiten dat ook.

Ze noemen Jezus zelfs Beëlzebul.



Vers 35

De goede mens heeft goede vrucht.

Een gelovige vertoont de vrucht van de Geest.

In Ef 5:9 lezen we over een andere vrucht van de Geest:

Jezus spreekt ook over nederigheid.

De vrucht van de Geest wordt vooral zichtbaar naar de naaste toe. We moeten onszelf er ook goed voor inzetten.

Petrus schrijft: "voeg deugd bij uw geloof".

Maar...de vrucht van de Geest is géén lange lijst van dáden die we voor God doen. Als we meer het karakter van Jezus vertonen, dragen we veel vrucht.

De vrucht van de Geest is bovennatuurlijk van oorsprong. Onze natuurlijke vermogens schieten te kort.

Maar.. de vrucht van de Geest is wel natuurlijk in de groei. De vrucht moet kunnen groeien. Daarvoor zijn gunstige omstandigheden nodig. Die omstandigheden zijn onze verantwoordelijkheid.

Bv.



Vers 36

Nutteloze praat.

Derek Prince geeft een voorbeeld.

"Was ik maar dood". Deze woorden vormen een directe uitnodiging voor een demon, een doodsgeest.



Vers 37



Vers 38

Een teken gevraagd.

Ze hadden zojuist een groot teken gezien. Een blinde en stomme bezetene was genezen.

De menigte noemde Jezus zelfs "Zoon van David".


Teken van Jona. Jona was 3 dagen en 3 nachten in sheool = dodenrijk.

Een eerder teken over de drie dagen had Jezus al gegeven in

Later, als Jezus in het graf ligt, herinneren de farizeeërs zich deze woorden en ze laten het graf bewaken.

Hét teken dat Hij Messias is.

Jezus geeft het teken van Jona.

Drie dágen en 3 náchten zal Jezus zijn in het hárt van de aarde. Het gaat dus niet over zijn bovengronds verblijf in de grafspelonk. Drie dagen en 3 nachten, dus 72 uren. Met dit teken gaat Jezus aan de Joden bewijzen dat Hij de Messias is. Als dit teken niet uitkomt, dan is Hij dus de Messias niet. 3 nachten!!!

Als Jezus begraven is, herinneren de Joden zich dit teken heel goed. Zíj geloofden het. Er kwam een wacht bij het graf.

En wij?

Geloven wij het wel? Denk aan goede vrijdag tot paasmorgen. Hoeveel nachten zijn dat? Volgens ónze telling klopt het teken van Jona zéker niet. Dan zou dat bewijzen dat Jezus de Messias niet is. Vreselijk toch!

De kerk zegt, in navolging van Eleazar ben Azariah, dat volgens oude Joodse stijlfiguren een dagdeel gerekend wordt voor een etmaal. Zo kan men goede vrijdag uitleggen.

Maar... het klopt niet met andere gegevens in de evangeliën.

Zie aantekeningen bij

Bovendien...

Eleazar ben Azariah leefde rond het einde van de eerste eeuw en het begin van de tweede eeuw ná Christus.



Vers 39

Hét teken dat Hij Messias is.

Jezus geeft het teken van Jona.

Drie dágen en 3 náchten zal Jezus zijn in het hárt van de aarde.

Het gaat dus niet over zijn bovengronds verblijf in de grafspelonk. Drie dagen en 3 nachten, dus 72 uren. Met dit teken gaat Jezus aan de Joden bewijzen dat Hij de Messias is. Als dit teken niet uitkomt, dan is Hij dus de Messias niet. 3 nachten!!!

(Tussen goede vrijdag en zondag zitten slechts 2 nachten).

Als Jezus begraven is, herinneren de Joden zich dit teken heel goed. Zij geloofden het. Er kwam een wacht bij het graf.


En wij?

Geloven wij het wel? Denk aan Goede Vrijdag tot paasmorgen. Hoeveel nachten zijn dat? Volgens onze telling klopt het teken van Jona zéker niet. Dan zou dat bewijzen dat Jezus de Messias niet is. Vreselijk toch!

De kerk zegt, in navolging van Eleazar ben Azariah, dat volgens oude Joodse stijlfiguren een dagdeel gerekend wordt voor een etmaal. Zo kan men Goede Vrijdag uitleggen.

Maar... het klopt niet met andere gegevens in de evangeliën.

Zie aantekeningen bij

Bovendien...

Eleazar ben Azariah leefde rond het einde van de eerste eeuw en het begin van de tweede eeuw na Christus.



Vers 40

Hart van de aarde.

Het dodenrijk, de sheool ( Hebreeuws), hades (Grieks), wordt door de Bijbel diep in de aarde gesitueerd.

Paulus schrijft over "de lagere delen van de aarde". Daarheen daalde Jezus af.

Denk aan Korach, Dathan en Abiram, die levend in de sheool verdwenen, diep in de aarde.

Ook Jona heeft het erover. Hij spreekt over sheool = dodenrijk.

"Hart van de aarde" kan ónmogelijk slaan op het graf van Jezus. Dat graf was niet eens in de aarde, laat staan in het hárt van de aarde.


Wat gaat Jezus doen in het hart van de aarde?

In het hart van de aarde is het dodenrijk.

In het Hebreeuws heet dodenrijk "sheool".

In het Grieks heet het "hades".

De bijbel noemt het dodenrijk ook wel "gevangenis". Ook Jesaja spreekt over een gevangenis waarin goddelozen verzameld zullen worden.

Goddeloze overledenen verblijven nog steeds in de sheool = hades = dodenrijk.

Niemand in het OT ontkwam aan de gevangenis, het dodenrijk (sheool), behalve Henoch en Elia.

Elke dode werd verenigd met zijn voorgeslacht, ook al lag die dode alléén in een graf, zoals Mozes en Aäron, of al had hij helemaal geen graf.


Ontkwam Abraham aan het dodenrijk?

Ontkwam Izak?

Ontkwam Jakob?

Ontkwam Aäron?

Ontkwam Mozes?

In het dodenrijk zijn de geesten van de OT- ongelovigen aan de slechte kant en de geesten van de OT-gelovigen aan de goede kant, bij Abraham.

Jezus noemt de goede kant het "paradijs". Hij ging er heen, samen met één van de kruiselingen.

Jezus proclameert daar Zijn overwinning.

Met Zijn opstanding / hemelvaart

neemt Jezus de gevangen OT-gelovigen mee naar het hemelse paradijs.

Over dat heengaan, die uittocht (=exodus) uit het dodenrijk, spraken Mozes en Elia met Jezus op de berg van de verheerlijking. Met dit uitzicht op deze overwinning bemoedigden ze Jezus.

Jezus' komst had, volgens Jesaja, óók dit doel om de gevangenen te bevrijden. Hij bevrijdt hier niet van zonde, maar uit een gevangenis, uit het dodenrijk.

Opmerkelijk.

Als de twee discipelen van Johannes de Doper bij Jezus komen, dan noemt Jezus wonderen die ze aan Johannes mogen vertellen.

Dan weet Johannes dat de profetie van Jesaja wordt vervuld.

Opmerkelijk is dat Jezus daar niet spreekt over het bevrijden van gevangenen. Dat was op dat moment nog niet aan de orde. Dat kwam pas ná Jezus' dood.


Visie van de kerkvaders en Luther.

De vroege kerkvaders waren hier opvallend eensgezind:

Irenaeus van Lyon († ca. 202) was een van de belangrijkste vroege theologen.

Ook Luther zag de "neerdaling ter hel" niet als de diepste trap van Jezus' vernedering, maar juist als de eerste trap van Zijn verhoging.



Vers 41

Meer dan Jona.

Jona:

Jezus:

Nineve zal farizeeërs oordelen.

De heidenen die luisteren naar God, zullen de Joden, die niet naar God luisteren, oordelen.



Vers 42

Meer dan Salomo is hier.

Jezus geeft aan dat Hij groter is dan de grote en wijze Salomo. Hij is de Messias.


Velen / allen.

Feest voor 1 volk / alle volken.

Regeren over 1 land of over heel de aarde.

Vrede in 1 land, of op aarde.

Wijsheid hebben of Wijsheid zijn.

De schepping beschrijven of verlossen.

Vrede hebben of Vrede zijn.

Tijdelijke of eeuwige koning.



Vers 43

Uit de mens weggegaan.

Een mens moet voor een demon de deur op een kier zetten. Dat kan door zich met occulte dingen bezig te houden.

Zo kan een demon in het leven van die mens komen.

Als de demon die mens op het slechte spoor heeft gezet, kan het gebeuren dat de demon een andere prooi zoekt.


Als iemand bevrijd is van een demon, dan moet de Heilige Geest direct die plaats innemen. Gebeurt dat niet, dan kan de demon terugkomen. Dan is het laatste van deze mens erger dan het begin.



Vers 44

Teruggaan naar mijn huis.

Als de Heilige Geest er geen intrek nam, was het uitwendige godsdienst.

De demon kan terugkeren.

Als men Christus moedwillig verwerpt, is het laatste erger dan het begin.



Vers 45

Geesten die meer verdorven zijn.

Dat zijn hogere geesten. De meest verdorven demon is satan. Hij is ook de hoogste van alle demonen.


Demonische invloeden.

  1. De demonen kunnen ons angst aanjagen, maar zijn buiten ons. Psalm 118:5.
  2. Demonen hebben een voet tussen de deur en hebben invloed op bepaalde gebieden van ons leven. Dat is gebondenheid. Ef 4:27.
  3. Bezetenheid. De demon heeft de persoon in zijn macht. Deze laatste vorm kan bij christenen niet voorkomen, want de Heilige Geest woont in ons.

Een waarschuwing voor ons.



Vers 47

Broers van Jezus:

Mattheus 13:55-56.


Jezus had ook nog zussen.

Maria had dus minstens zeven kinderen.



Vers 48

Wie zijn Mijn broers?

De broers van Jezus geloofden ook niet in Hem. Geestelijk waren zij Jezus' broers niet.

Ná de opstanding van Jezus geloofden de broers van Jezus wel.



Vers 49

Mijn moeder en Mijn broers.

Jezus wijst naar Zijn gelovige hoorders.



Vers 50

De wil van Mijn Vader doen.

Jezus deed de wil van Zijn Vader. Elk mens, die dat ook doet, vertoont het beeld van Jezus. Zo'n mens hoort bij de familie van God. Zo'n mens is zus of broer van Jezus. Dan heeft Jezus het eigenlijk over Zijn gemeente.


Waarom sprak Jezus zo?

Zijn moeder en broers meenden dat Jezus buiten Zijn zinnen was.

Ze gingen hier niet in de weg van God de Vader. Ze herkenden het werk van de Heilige Geest helaas niet.



<