Hoofdstuk 13


Vers 3

Gelijkenissen.

Jezus is verworpen in Mattheus 12:24.

Vanaf dat moment spreekt Hij niet meer openlijk over het koninkrijk.

In gelijkenissen noemt Jezus verborgenheden van het koninkrijk.

Farizeeërs begrijpen dat niet, maar aan discipelen wordt het uitgelegd.

De uitleg van deze gelijkenis staat vanaf

Het koninkrijk wordt voorlopig een geestelijk koninkrijk.

Het aardse koninkrijk wordt verschoven naar de toekomst.

We zien deze profetie van Ezechiël al gedeeltelijk vervuld. Wees waakzaam.

Maranatha.



Vers 8

30, 60, 100-voudig.

Van de kleine minderheid die gelooft, is de opbrengst van de vruchten verschillend.

Er zijn vleselijke en geestelijke christenen.

Over de vrucht van de Geest lezen we in



Vers 9

Laat hij horen.

Bij dit horen hoort luisteren en doen.



Vers 11

Het koninkrijk der hemelen.

Het aardse koninkrijk van de hemelen was niet geheim. Daar spraken de profeten uitgebreid over.

Het geestelijke koninkrijk was wel onbekend. Dat behoort aan de gemeente van Christus.

De gemeente is onderdeel van het koninkrijk van de hemelen.


De geheimenissen.

Wat zijn de verborgenheden / geheimenissen?

  1. De Messias-koning zal eerst een lijdende Messias zijn voor Hij gaat regeren . Hij zal alles geven om gelovigen redden. De gelijkenissen van de parel en van de schat in de akker spreken daarover.
  2. Ook heidenen zullen erbij gaan horen. Mattheus 21:43.
  3. De prediking van het koninkrijk betekent niet dat ieder die het woord hoort ook door wedergeboorte in het koninkrijk komt. Dat lees je in de gelijkenis van de zaaier.
  4. In het koninkrijk zal goed en slecht zijn, ware en schijnchristenen. Er is geen duidelijke scheiding tussen beide groepen. De scheiding komt pas bij de voleinding van de wereld. De gelijkenissen van het visnet en het onkruid tussen de tarwe spreken daarvan. Mattheus 13:47-48. Mattheus 13:33.
  5. Het koninkrijk is er, maar de definitieve scheiding tussen goed en kwaad is nog toekomstig. (Visnet en onkruid)
  6. Het koninkrijk zal enorm groeien, maar de groei is abnormaal. (Mosterdzaad)
  7. Het verkeerde werkt door binnen het koninkrijk en bederft het. (Zuurdeeg)
  8. De tijd van de gemeente tussen Jezus' eerste komst en Zijn wederkomst. Ef 3:8-9. Die tussentijd was verborgen. Mattheus 13:44.
  9. Het koninkrijk wordt nu een geestelijk koninkrijk. Romeinen 16:25-26. Kolossenzen 1:13.
  10. Het aardse koninkrijk van de hemelen zal pas beginnen bij de wederkomst. Lukas 19:12-13.
  11. Waakzaam zijn, Zijn komst moeten we verwachten. Lukas 12:36.
  12. De koning zelf zal een tijd verborgen zijn (Hij reist naar het buitenland). Lukas 19:12. Kolossenzen 3:3.
  13. Daardoor is Zijn regering ook verborgen. We zien nu niet dat aan Hem alle dingen onderworpen zijn. Hebreeen 2:8.
  14. Voor ongelovigen of vleselijke christenen is de betekenis van het koninkrijk verborgen. Jesaja 49:4-8.

Geheimenis is geen geheim.

Wie gaan binnen in het koninkrijk ?

  1. Wedergeborenen. Johannes 3:5.
  2. Mensen met de juiste gerechtigheid. Mattheus 5:19-21.
  3. Mensen met innerlijke oprechtheid. Mattheus 7:21-23.
  4. Mensen met kinderlijke eenvoud, oprechtheid. Mattheus 18:3-5 Mattheus 5:3 Jesaja 57:15.
  5. Mensen die afzien van materiële belemmeringen. Mattheus 19:23-24. Lukas 13:24.
  6. Noodzaak van geestelijke kracht. Strijden om in te gaan Lukas 16:16.
  7. Mensen met volharding. Handelingen 14:22.



Vers 12

Wie heeft.

= de gelovige die de waarheid erkent. Iemand die vasthoudt aan het geloof.

Die persoon zal, als hij / zij overlijdt, bovenmatig toebedeeld worden. Het zal onze verwachtingen overtreffen.

Wie niet heeft.

= de ongelovige. Zo iemand is niet vasthoudend. Wat wordt er dan afgenomen?

De zegeningen zoals de gaven van de Geest. De grootste gave is onderlinge liefde.


Koninkrijk weggenomen.

Het koning wordt door de Joden verworpen. Daarom wordt het koninkrijk van de Joden weggenomen.

Dat duurt "totdat"...

Nú is er een tussentijd. De tijd van de gemeente van Christus. De gemeente is een deel van het koninkrijk. In het koninkrijk is ook een ongelovig deel:



Vers 13

Met welk doel sprak Jezus gelijkenissen?

Wie zijn "zij"?

De farizeeërs, zij hadden Jezus onlangs Beëlzebul genoemd.



Vers 14

Profetie van Jesaja.

Jesaja 6:9-12 staat duidelijk in de context van de eindtijd. Volgens vers 12 blijven de steden verwoest t/m de diaspora.

Handelingen 28:25-28 laat zien dat het ook ná Jezus vervuld wordt. Er is nog steeds een "bedekking" op Israël.



Vers 16

Zien en horen.

De gelovigen zien in Jezus de Messias. Ze horen over de geheimenissen van het koninkrijk en ze krijgen uitleg en begrijpen dat.



Vers 17

Profeten hebben verlangd om te zien.

De profeten profeteerden over de komst van Jezus. Ze zagen hoofdlijnen, maar begrepen het niet goed.

Nu zien we veel meer, veel details, en dat zagen zij niet, of begrepen het niet goed.

Rechtvaardigen zagen uit.

We lezen dat Abraham uitzag naar de stad waarvan God de Bouwheer was.

Ze keken uit naar een beter vaderland.



Vers 19

Het zaad.

= Gods woord.

Begrijpen.

Veel Joden hoorden de prediking van het koninkrijk door Johannes de Doper en Jezus, maar ze luisterden niet, ze geloofden niet.

Men moet het horen en begrijpen en geloven. Degenen bij wie het zaad bij de weg valt die begrijpen het gehoorde niet en bekeren zich niet.

Dat lezen we wel bij de mensen die vruchten voortbrengen.

Wegrukken.

=(met geweld) grijpen of wegvoeren. Het is iets of iemand oppakken en naar elders brengen met achterlating van anderen.



Vers 20

Afval van het geloof?

Jezus zegt: "Niemand zal ze uit Mijn hand rukken".

Maar zou een gelovige zelf bewust met Christus kunnen breken? Zoals Judas deed. Hij was door de Vader gegeven aan Jezus.

Soms lijkt het of de mens de liefdesband met Jezus kan verbreken.

Er is geen afval van heiligen, maar wel afval van onheiligen.



Vers 21

Geen wortel.

Dus geen liefde voor Jezus.


Van het ogenblik.

Zolang het goed voelt.



Vers 22

Verleiding van de rijkdom.



Vers 23

Vrucht dragen.



Vers 24

Het koninkrijk is gelijk aan...

= het gaat met het koninkrijk der hemelen als met een man die...

Het gaat NIET alléén over die man, maar over het geheel van de gelijkenis.

Dat zie je duidelijk in vers 41.

Waar gaat het over?

De akker.

De akker = de wereld.

Het goede zaad.

Dat zijn de kinderen van het koninkrijk, hier de gelovigen.

De zaaier.

Dat is Jezus zelf.



Vers 25

Toen de mensen sliepen.

Er staat letterlijk: dé mensen.

Dus:

Wanneer is de mensheid diep in slaap?

In de grote verdrukking.

Het satanisme en de goddeloosheid wordt afgedwongen. Velen volgen de antichrist.


Zijn vijand.

Autou ho echthros.

Autou = zelf, eigen.

ho = de.

echthros = vijand.

Dus:

Satan kan niet tijdens het vrederijk de dolik gezaaid hebben, want in die tijd is satan opgesloten in de afgrond.

Het onkruid moet voor die tijd gezaaid zijn, maar vertoont de giftige vrucht vooral aan het eind van het vrederijk nadat satan weer kort wordt losgelaten.

De vijand zaaide en ging weg (in de afgrond)


Onkruid.

= dolik (Lolium tremulentum)

Dolik lijkt in de groei veel op tarwe, maar krijgt giftige zwarte zaden als de korrels rijp worden. Je wordt er "high" van en het tast je gezichtsvermogen aan.

In het koninkrijk groeit tarwe en dolik samen op tot de oogst.

Het terrein van het koninkrijk is de hele wereld, de christenheid, de zichtbare kerk.

In het koninkrijk kan dus ook onkruid voorkomen, in de gemeente NIET. De gemeente bestaat uit 100% gelovigen.


VdW:

Als we de grondtekst naar de letter volgen, dan spreekt Jezus over het Messiaanse rijk en het eind daarvan.

Pas bij de oogst is het verschil tussen tarwe en dolik duidelijk. Als satan wordt losgelaten, dan zijn er velen die hem volgen. Ze leken vromen, maar zij blijken kinderen van de boze te zijn, schijnvromen.



Vers 28

Vijandig mens.

= satan.



Vers 30

Groeien tot de oogst.

We worden aan onze vruchten herkend.

Dolik krijgt giftige zaden.


De oogst.

De oogst is de voleinding van de wereld.

Aan het einde van het vrederijk wordt de satan losgelaten. Dan blijken veel mensen zich geveinsd aan de Messias te hebben onderworpen.

Ze leken tarwe, maar vlak vóór de oogst openbaren ze zich als dolik, kinderen van de boze.

Tijdens de oogst wordt afgerekend met de dolik, met de kinderen van het kwaad.


De maaiers.

De engelen.



Vers 31

Zwarte mosterd:

Brassica nigra. 1-jarige kruidachtige plant. Deze plant kan 2,5 m hoog worden.

Een onnatuurlijke ontwikkeling wordt hier beschreven. Deze 1 jarige, kruidachtige plant kan géén boom worden.

Zo is deze christenheid onnatuurlijk, er zijn veel naamchristenen.


Jezus gebruikt een beeld van buitengewone groei: iets dat begint als het kleinste zaadje, eindigt als iets dat de omvang en het aanzien van een boom heeft.


Boom is beeld van macht.

Het koninkrijk der hemelen is op een tegennatuurlijke manier uitgegroeid tot een macht op aarde.

Veel vogels vinden er een verblijfplaats.

Volken zullen een plaats vinden onder de invloed en heerschappij van het Koninkrijk.


De boom kan ook een beeld zijn van een goddeloze.



Vers 32

Een boom.

Dat een 1-jarige mosterdplant zich ontwikkelt tot een boom is abnormaal.

Deze boom wordt zelfs een woonplaats voor de machten van de lucht.

Dat is geen goed teken voor het koninkrijk.

Een boom wijst ook wel naar een goddeloze.

Vogels.

Vogels kunnen een beeld zijn van het slechte, van boze machten.

De vogels in deze gelijkenis komen juist naar de grote plant toe en vinden er een verblijfplaats. Dat is positief.

Volken zullen een plaats vinden onder de invloed en heerschappij van het Koninkrijk waarover Jezus regeert.

Welke verborgenheid maakt Jezus duidelijk?

De gemeente van Christus is onderdeel van het koninkrijk. In dat koninkrijk van God zijn ook veel schijnchristenen.


De uitleg kan verschillen.



Vers 33

Het koninklijk der hemelen.

Zolang het een geestelijk koninkrijk is, is daarin goed en kwaad.

Zuurdeeg is beeld van de zonde.

Zuurdeeg van de

Zuurdeeg.

Zuurdeeg laat iets verzuren, bederven. Mensen kunnen zuurdeeg en meel niet meer scheiden. Het kwaad gaat door, totdat het deeg helemaal doorzuurd is. Het bederf is niet te stoppen.

Jezus beschrijft hier de uitbreiding van de zichtbare verschijningsvorm van het koninkrijk, maar vertelt gelijk ook over de vermenging die daar niet thuis hoort.

Uiteindelijk is alles "verzuurd".


Hoeveel is 3 maten?

Een maat is waarschijnlijk de hoeveelheid voor 1 persoon. Abraham ontvangt 3 gasten en Sara maakt 3 maten meel klaar.

Als een Israëliet manna verzamelde, dan was 1 gomer per persoon voldoende.

Als gomer een andere naam is voor 1 maat, dan neemt deze vrouw meel voor 3 personen.


Zuurdeeg, beeld van zonde.

Zuurdeeg is nergens in de Bijbel iets goeds. Het is een beeld van bederf, beeld van zonde en onreinheid.

Je kunt dus niet zomaar zeggen:

Daarvoor moet de tekst zelf aanleiding geven.


De drie maten meel zijn het zuivere woord van Jezus.

De vrouw is mogelijk een beeld van goddeloosheid.

In het koninkrijk van God zijn gelovigen en ongelovigen, dolik en tarwe, goede vissen en slechte vissen. Hier is het zuurdeeg dat "bederft".

Er worden valse leringen door de goede leer van Jezus gemengd.

Dat bederft de goede leer.

God geeft ons de opdracht om het zuurdeeg (=zonde) weg te doen.


Totdat het geheel doorzuurd is.

De christenheid laat zich uiteindelijk door de verderfelijke invloed meeslepen.



Vers 35

De profeet.

Dat is Asaf.

Daar staat "spreuken" ipv gelijkenissen.


Spreken over dingen die verborgen waren.

Jezus zegt dat de discipelen de verborgenheden van het koninkrijk mogen verstaan. Hij leert hen over de nieuwe vorm van het koninkrijk, de voorlopige geestelijke vorm.

Dit geestelijke koninkrijk komt, omdat Israël de Messias verwerpt. Daardoor wordt de komst van het aardse koninkrijk naar de wederkomst verschoven. Wat de profeten hebben geprofeteerd zal zeker door God vervuld worden.

Van de grondlegging.

Ef 1:4.

Mattheus 25:34.

Openbaring 13:8.



Vers 36

Jezus ging naar huis.

Waarschijnlijk had Jezus in Kapernaüm een onderkomen bij iemand. Zoiets als Elisa had bij de Sunamietische vrouw.

Dit onderkomen in Kapernaüm was niet Zijn thuis. Dat was bij Zijn Vader in de hemel.



Vers 37

De zaaier.

Jezus.



Vers 38

De akker.

De akker is de wereld en niet de gemeente. Het kan de godsdienstige wereld zijn, de christenheid. Hier groeit koren en onkruid naast elkaar.

In de gemeente moet wel tucht zijn.

Zijn koninkrijk.

In Mattheus 13:41 wordt het koninkrijk Zijn (=Jezus') koninkrijk genoemd.


Kinderen van het koninkrijk.

Hier zijn het gelovigen.


In Mattheus 8:10-12 zijn de zonen van het koninkrijk de ongelovige Israëlieten. Of... zijn dit de zonen waarvoor het koninkrijk der hemelen bestemd was?


Het koninkrijk van God ga je binnen door wedergeboorte.

Probleem.

Hoe komen de "kinderen van de boze" dan in het koninkrijk? Zij zijn niet wedergeboren.

Deze "kinderen van de boze" zijn in de "akker" = de wereld. Jezus zegt niets dat ze in het koninkrijk zijn.

De akker is niet het koninkrijk.

Dit "onkruid" is dus in de wereld, waarin ook het koninkrijk is.

Een mens kan uitwendig tot de sfeer van het Koninkrijk behoren, zonder geestelijk wedergeboren te zijn.

Zijn koninkrijk en gemeente hetzelfde?Koninkrijk en gemeente zijn niet identiek. Jezus gebruikt deze beide woorden direct na elkaar.

Koninkrijk in uitgebreide zin in de christenheid.

Koninkrijk in engere zin is dan de gemeente.

Ook in het vrederijk zijn er veel mensen die zich geveinsd aan koning Jezus onderwerpen. Als satan aan het eind van het Messiaanse rijk nog één keer wordt losgelaten uit de afgrond, blijkt hij veel volgelingen te hebben.



Vers 39

De oogst is...

het einde van dit tijdperk, het moment dat Jezus wederkomt en schapen en bokken zal scheiden.

Daarna begint "de toekomende eeuw", het toekomstige tijdperk, het Messiaanse rijk.

VdW:



Vers 40

Voleinding van de wereld, van dit tijdperk.

Als we "de voleinding van de wereld" plaatsen ná het vrederijk dan

klopt dat ook met vers 43.



Vers 41

Uit Zijn koninkrijk.

Dat pleit ervoor dat de voleinding van de wereld, de oogst, plaatsvindt bij Jezus' wederkomst.

Het koninkrijk bevat goed en kwaad, tarwe en onkruid, goede en slechte vissen, zuurdeeg.

Dat verzamelen van het onkruid is aan het begin van het vrederijk, bij het oordeel over de volken.

Daar lezen we ook dat de bokken, de goddelozen, in het helse vuur gaan.

Daarna zullen de rechtvaardigen stralen als de zon in het Messiaanse rijk.

Alle struikelblokken.



Vers 42

In de vurige oven.

Daarmee bedoelt Jezus de hel.

Daarin gaan de goddelozen, de bokken.

De Studiebijbel schrijft: Wie in de poel van vuur geworpen wordt, sterft als het ware voor de tweede keer. Het is de tweede dood.(na de lichamelijke dood)

W.J.Ouweneel: zo is er ná díé dood geen leven meer.

De geest sterft.



Vers 43

De rechtvaardigen stralen.

Ook Daniël spreekt erover. Daniël plaatst dit ook in de tijd van de grote verdrukking.

Dat pleit ervoor dat de voleinding van de wereld bij Jezus' wederkomst is, want de wederkomst beëindigt de grote verdrukking.


Koninkrijk van hun Vader.

Als het Messiaanse rijk er is, dan komt ook de heerlijkheid van God de Vader weer wonen in de tempel te Jeruzalem.

Vóór de wederkomst is de bruiloft van het Lam.

Daarna lezen we over de wederkomst.

De rechtvaardigen zijn nu de vróúw van Jezus, dus de "schoondochter" van God. Vandaar dat hier staat: "hún Vader".



Vers 44

Iemand.

Anthropos = man, persoon.


Wat is een schat?

Burgerlijk wetboek art.5:13.

Een schat die de mens verwerft.

"Schat" kan in Mattheüs iets zijn dat de discipel moet verwerven.

Maar...wij betalen niets om deze schat te verkrijgen. Het beste dat wij hebben is waardeloos voor God.

Bovendien gaat het niet over een schat in de hemel, maar een schat in de akker. De akker is de wereld.

De schat is een geheimenis, een verborgenheid. Die schat is de gemeente, de bruid van Jezus.


Jezus verwerft de schat.

Hier is het waarschijnlijk een verborgen schat die Jezus gaat verwerven, de gemeente. Dat is één van de geheimenissen. Een lijdende Messias kenden de Joden niet. Ook de verborgen schat, de gemeente uit Joden en heidenen, was nog een verborgenheid. Paulus openbaart dit geheimenis.

De discipelen mogen het gaan verstaan.


De akker.

= wereld.

Verborgen schat.

De schat is in de akker, dus in de wereld.


De schat is de gemeente.

De vinder.

Jezus.

Hij geeft álles en koopt Zijn gemeente.

Wat "verkocht" de vinder?

Blijdschap bij de vinder, Jezus.

Jezus wist dat Hij leed voor Zijn bruid, de gemeente.

Hij ging ook de vrouw van Zijn Vader, Israël, redden. Dat was ook Zijn moeder.

Jezus wist dat door Zijn werk velen behouden zouden worden.

Jezus wist dat Hij met eer en heerlijkheid gekroond zou worden.

Hij koopt die akker.

De akker is de wereld.

De wereld wisselt van machthebber.

Satan was de overste van de wereld.

Jezus koopt de akker. Hij wordt de rechtmatige Eigenaar van de wereld.

Aan Hem wordt alle macht gegeven.

Jezus wordt de Vorst van alle koningen van de aarde.



Vers 45

Geheimenis/verborgenheid.

In gelijkenissen mogen de discipelen verborgenheden leren. Hier de verborgenheid dat de Messias alles gaat geven voor 1 parel (=gemeente).

De gemeente is duur gekocht.

Wie is de koopman?

  1. Het is Jezus. Hij gaf alles om Zijn gemeente te kopen. Hij geeft veel meer dan de parel waard is. Wat Jezus "betaalt", heeft veel waarde bij God.
  2. Het is de mens. Lukas 14:33.

De bekeerde mens zoekt dan geen verlossing van zonden , maar zoekt het koninkrijk. Voor dat koninkrijk moet hij alles overhebben, zichzelf overhebben.

Het koninkrijk binnen gaan vraagt offers. Mattheus 3:8 vraagt bekering. Je moet jezelf verliezen.

Maar... alles wat wíj, mensen, aandragen is onvolmaakt. Daarmee kunnen wij bij God niets kopen.



Vers 46

Kopen.

De koper legt in geld de waarde van het product neer.

Wij, mensen, kunnen geen kopers zijn. Wat wij neer kunnen leggen om iets te kopen, heeft voor God geen enkele waarde!

Wat Jezus betaalt, dat heeft voor God grote waarde. Dat is een volmaakt offer.



Vers 47

Koninkrijk der hemelen.

Dat visnet is het christendom. De gemeente van Christus is daar het gelovige onderdeel van.

In het christendom zijn gelovigen en naam-christenen, goede en slechte vissen, onkruid en tarwe.


Kinderen van het koninkrijk.

Kinderen van het koninkrijk kunnen gelovigen zijn.

Kinderen van het koninkrijk kunnen ook óngelovigen zijn.

Jezus zegt dit tegen ongelovige Joden. Voor hen was het koninkrijk bestemd als ze Hem als Messias hadden erkend.



Vers 49

Voleinding van deze wereld.

Letterlijk:

Jezus spreekt over "deze aioon" en over de "toekomstige aioon".

Déze eeuw / wereld eindigt als Jezus wederkomt.

De voleinding van de wereld is dan ook op het tijdstip van Jezus' komst.

Jezus scheidt schapen en bokken.



Vers 50

Vurige oven.

Dat is de hel.

Na het oordeel over de volken gaan de goddelozen, de bokken, in het helse vuur.



Vers 51

Alles begrepen.

Na de opstanding van Jezus werd het voor de discipelen nog duidelijker. Toen opende Jezus hun verstand.



Vers 52

Iedere schriftgeleerde die in het koninkrijk onderwezen is.

De schriftgeleerde is een kenner van de bijbel.

Als hij discipel van het koninkrijk wordt, wordt hij volgeling van Jezus. Wat hij door en door kent over de bijbel, weet hij nu toe te passen op Jezus. Hij ontvangt de Heilige Geest. Hij krijgt veel geestelijk inzicht. Hij ziet veel profetieën in nieuw licht. Dat levert nieuwe schatten. De nieuwe schatten staan hier zelfs éérder dan de oude schatten.



Vers 53

Vandaar vertrok.

Jezus vertrok uit Kapernaüm.



Vers 54

Zijn vaderstad.

Dat is Nazareth.

Men had van veel wonderen in Kapernaüm gehoord. Daar wilden ze in Nazareth ook wel iets van zien.



Vers 55

Men ergert zich aan wat Jezus over zichzelf zegt.

Jezus staat bekend als zoon van Jozef en Maria, maar zelf spreekt Hij over Zijn hemelse afkomst.



Vers 57

Ze namen aanstoot.

De mensen in Nazareth worden zo boos, dat ze Jezus willen doden.

Zo toonden ze hun ongeloof in daden.



<