Hoofdstuk 11


Vers 1

Opdrachten gegeven.

De discipelen gaan op weg om het evangelie van het koninkrijk te prediken.

Hoe?

Resultaat?

Wat predikte Jezus?

Hij predikte het evangelie van het koninkrijk.

Moet dit evangelie nog steeds gepredikt worden?

Wat predikte de diaken Filippus?

Wat predikte Paulus?

Waarover gaat de prediking van het koninkrijk?

Over de komst van het Messiaanse rijk. Daarover hadden de profeten veel geprofeteerd.

Ook de engel Gabriël had erover gesproken met Maria.



Vers 2

Johannes de Doper in de gevangenis.

Herodes Antipas zette Johannes gevangen. Waarschijnlijk in het fort Machaerus, ten oosten van de Dode Zee.

Waarom zat Johannes in de gevangenis?

Hij had Herodes bestraft over zijn relatie met Herodias.

Wat had Johannes gepredikt?



Vers 3

Verwachting van Johannes.

Johannes de Doper verwachtte Jezus zoals hijzelf gepredikt had. Jezus met "de wan". Jezus zoals in Maleachi 3 en Maleachi 4.

Johannes zag niets van de geweldige gebeurtenissen waarover hij gepredikt had.

Hij zag toen niet dat Jezus verworpen zou worden en dat er na Jezus' eerste komst eerst een tijd van de "gemeente uit de heidenen" zal komen en daarna pas een tweede komst, de wederkomst. Die tweede komst gaat over "de wan", het oordeel.

Johannes zag de "dag van het welbehagen" nog tegelijk met de "dag van de wraak". Zo zag Jesaja het ook.

Opmerkelijk is dat Jezus in Nazareth midden in vers 2 afbreekt.

Jezus scheidt de "dag van het welbehagen" en de "dag van de wraak".

Over de dag van de wraak heeft Hij het in Nazareth niet. Die dag van de wraak is op dat moment nog verre toekomst. Zelfs voor ons is het nog toekomst.

Ook Micha zag de eerste komst van Jezus en Zijn koningschap nog direct verbonden.



Vers 5

Vertel de wonderen.

Johannes de Doper kende de profeten. Hij wist dat de komst van het koninkrijk gepaard zou gaan met tekenen. Daarop wordt Johannes nu gewezen. De feiten zullen het duidelijk maken. Dan weet hij dat Jezus echt degene is Die komen zou.

Let op.

Jezus zegt niets over wat ook in Jesaja 61:1 staat:

Dat is waarschijnlijk op dát moment niet aan de orde. Dat is dus iets anders dan evangelie verkondigen. Dat laatste deed Jezus wel.

"Gevangenen bevrijden" heeft te maken met iets wat ná Jezus' dood gebeurde. Jezus ging niet naar de hel (=gehenna, het helse vuur), maar naar Hades (=dodenrijk). Jezus bevrijdde de gelovigen uit de goede afdeling van het dodenrijk, het paradijs, waar Hij met de gelovige moordenaar ook heen ging.

Jezus bevrijdde de gevangen gelovigen uit hades (Grieks) of sheool (Hebreeuws) en bracht hen naar het paradijs in de hemel.

Paulus zag iets van dat hemelse paradijs.


Over Jezus' uittocht (letterlijk: exodus) met de gelovigen spraken Mozes en Elia op de berg met Jezus.

Lees daar ook de belangrijke aantekeningen.


Ook in andere bijbelgedeelten lezen we erover.

Doden worden opgewekt.

Op grond van deze tekst mag je concluderen dat er meer doden opgestaan zijn dan de dochter van Jaïrus en de jongen uit Naïn en later ook Lazarus.

Aan armen wordt het evangelie verkondigd.

Deze armen zijn de mensen die het evangelie zonder voorbehoud aannemen. Ze erkennen Jezus als Messias.



Vers 7

Toen deze weggingen.

Dat zijn de twee discipelen van Johannes de Doper.


Waar bent u naar gaan kijken?

Het Griekse woord is verwant met thēatron = spektakel in een theater.

Jezus benadrukt dat het zeker heel bijzonder was.


Tegenstelling.

Het gaat hier niet over een rietplant die in de wind beweegt.

Johannes is de rietstaf die met geweld is neergeslagen. Hij is gevangen. Uiteindelijk wordt hij onthoofd.



Vers 9

Veel meer dan een profeet.



Vers 10

Mijn engel.

"Engel" is onduidelijk.

Beter: boodschapper of gezant.

Jezus wijst Johannes aan als de vervulling van deze profetie.



Vers 11

Niemand groter.

Letterlijk: zo groot.

Johannes zag Jezus en wees het Lam van God aan. Johannes doopte Hem.

Johannes de Doper was de laatste grote profeet die het koninkrijk van de hemelen aankondigde.

Johannes hoorde nog niet bij het koninkrijk van de hemelen, ook niet bij de geestelijke vorm van het koninkrijk.

Hij hoorde niet bij de gemeente, bij de bruid, maar hij was de vriend van de Bruidegom.

Johannes had ooit de vraag gesteld of Jezus degene was Die komen zou. Johannes werd niet door Jezus uit de gevangenis verlost. Maar... als Jezus hem "zo groot" noemt, dan betekent dat waarschijnlijk toch dat Johannes vertrouwen in Jezus hield.


De minste in het koninkrijk.

Johannes stond op de grens van het OT en NT.

De NT-discipelen hebben een nog rijkere boodschap, zelfs voor heidenen.

Ze weten van lijden, sterven, begrafenis en opstanding van Jezus en van het verzoeningswerk in de hemel.

Van deze heilsfeiten wist Johannes nog niets.


Groter dan Johannes.

Letterlijk:

In het koninkrijk van God is ieder gelijkwaardig.



Vers 12

Het koninkrijk.

Jezus spreekt nog steeds over een aards koninkrijk. Als Israël zich bekeert en Hem als Messias aanvaardt, dan breekt dat koninkrijk aan.

Petrus herhaalt dat.

Het koninkrijk wordt geweld aangedaan.

Dus het koninkrijk van de hemel ondergaat geweld en gewelddadige mensen vallen het aan en eigenen het zich gewelddadig toe.

Het volk gelooft Jezus niet. Jezus wordt dus geen koning. Het land wordt niet bevrijd, maar geweldhebbers, zoals de Herodessen, beschouwen het als hun persoonlijk bezit. Israël zucht onder het geweld van de Romeinen.


Het koninkrijk der hemelen wordt geweld aangedaan. Geweld is in de bijbel nooit positief. Het is zeker iets anders dan: Strijd de goede strijd van het geloof. Geweldenaars rukken iets weg.

Veel verwarring.

Er is veel verwarring over de uitleg.

"Met geweld" (=arpazeo) = iets snel wegnemen. Vgl

Dus geweldhebbers, demonische machten, rukken het koninkrijk der hemelen weg. Ze verblinden de hoorders. Deze uitleg betreft de geestelijke vorm van het koninkrijk.



Vers 13

De profeten en de wet.

De profeten en de wet hebben daarover geprofeteerd. Ze profeteerden over het komende koninkrijk.



Vers 14

Als u het wilt aannemen.

Wat is "het"?

Wat zegt Johannes zelf?

De Joden vragen of Johannes Elia is. Elia was niet gestorven en Elia zou als wegbereider komen. Zou deze Johannes de oude profeet Elia zijn?

Nee, zegt Johannes.


De Joden herkennen het Lam van God niet.

Ze nemen de Koning niet aan, ze nemen het koninkrijk NIET aan, ze geloven niet dat Johannes de voorloper, de wegbereider, van Jezus is. Dus zei Johannes: "Ik ben Elia niet."

Elia komt wel eerst en herstelt alles. Dat is bij de wederkomst.

De verschijning van Elia gaat vooraf aan de grote dag van Gods toorn.

De profeet Elia was ook een zondige mens, maar hij stierf niet.

Hij sterft bij zijn tweede bediening, maar wordt ook weer opgewekt.



Vers 15

Laat hij horen!

Luister toch naar de boodschap die Johannes bracht. Bekeer je. Erken Jezus als Messias.

Dat was de enige mogelijkheid waardoor het koninkrijk werkelijk zou aanbreken.

Horen en doen!

Wie Gods woorden hoort en ze dóét is verstandig.



Vers 17

Niets is goed.

Het gaat over de reactie op de prediking van het koninkrijk.

Zowel Johannes de Doper als Jezus worden afgewezen door het volk.

Voor de verwerping van beiden hebben de Joden hun smoes.

Johannes heeft een demon.

Jezus wordt zelfs Beëlzebul genoemd.



Vers 18

Hij at niet en hij dronk niets.

Wat at Johannes wel?

Wat dronk hij niet?

Johannes was een nazireeër.

Johannes en Jezus verworpen.

Het volk had Johannes niet begrepen. Hij wees het Lam Gods aan, maar ze geloofden niet.

Dan kan het koninkrijk, zoals de profeten hadden voorzegd, niet komen.


Jezus gaat anders spreken.

Stap voor stap verandert de boodschap van Jezus in een individuele oproep.

Jezus gaat spreken over Zijn dood.

Hij richt scherpe woorden tot de farizeeërs en schriftgeleerden.

Hij veroordeelt hen.

Jezus gaat over de gemeente spreken.

De gemeente was in het OT onbekend. God openbaart deze verborgenheid aan Paulus.

De boodschap wordt door Jezus via gelijkenissen verkondigd. Alleen de gelovigen mogen de verborgenheden van het geestelijke koninkrijk verstaan.

Het aanbod van het koninkrijk, nu in geestelijke vorm, wordt nu alléén aan gelovigen gedaan.



Vers 19

De Wijsheid is...



Vers 20

Verwijt dat ze zich niet bekeerd hadden.

De wedergeboorte is het werk van God.

Bekering wordt van ons gevraagd. Daarom kan Jezus deze ongelovigen verwijten maken.

Gods zegen afgewezen.

Waar Gods zegen wordt afgewezen, verandert ze in een vloek.

De Heilige Geest overtuigt van zonde. Welke zonde? De zonde van ongeloof. Dat is de grootste zonde.

Tyrus en Sidon.

Steden die om hun zonden bekend stonden.

Vroeger kwam Izebel daar vandaan.



Vers 21

Bethsaïda.

= vishuis.

Tot op deze dag weten we niet exact waar Bethsaïda heeft gelegen.

Zo komt het woord van Jezus precies uit.


De krachten.

Alle grote wonderen die Jezus deed.


In zak en as bekeren.



Vers 22

Zegen wordt vloek.

Waar Gods zegen wordt afgewezen, daar wordt die zegen tot vloek.



Vers 23

Kapernaüm.

Daar woonde Jezus.

Jezus gaf daar veel onderwijs.

Jezus deed daar veel wonderen.

Tot de hel toe..

Hel = Hades = dodenrijk.

In het Grieks staat NIET gehenna, het helse vuur.

Kapernaüm zal door de Romeinen verwoest worden en de ongelovige bewoners komen in hades, in het dodenrijk.

Dat is een plaats diep in de aarde.

Dragelijker.

Ook in het oordeel zijn er gradaties: slagen en véél slagen.

Sodom.

De zonden van Sodom staan in



Vers 24

Zondiger dan Sodom.

Dat Israël zo zondig was, was ook al in de tijd van Jeremia en Ezechiël.



Vers 25

Wijzen.

Dat zijn hier de schriftgeleerden.

Tegenwoordig zijn dat de theologen die de bijbelteksten vergeestelijken door de beloften voor Israël toe te passen op de gemeente van Christus. Zij begrijpen niet meer wat kinderen wel kunnen begrijpen. Kinderen nemen de tekst letterlijk.

Voorbeeld.

In Zacharia 13:1 staat "huis van David en inwoners van Jeruzalem". De kanttekening SV legt dat uit : dit zijn gelovigen.

Het zijn zeker gelovigen, maar het zijn Jóden waarop de Heilige Geest kwam in

Wat begrepen de kinderen wel en de "wijzen" niet?

Ze begrepen dat Jezus de Zoon van David was, de Messias. De "wijzen" wilden dat niet horen.

Kinderen.

Dat zijn de gelovigen, de volgelingen van Jezus. Zij mogen de "verborgenheden van het koninkrijk" verstaan.

Er komt nu ook ruimte voor de heidenen.

Kinderen, eenvoudige mensen, kunnen de bijbel verstaan. Twee "sleutels" maken het verstaan van de bijbel makkelijker:

  1. Lees de bijbel letterlijk. God zegt wat Hij bedoelt. God bedoelt wat Hij zegt. Er zitten geen addertjes onder het gras.
  2. Zie het verschil tussen Israël, Gods vrouw, Hosea 2:18-19, en de gemeente, de bruid van Christus. Ef 5:32. Israël bestaat al vanaf Abraham. De gemeente bestaat vanaf Pinksteren. Mattheus 16:18.

Voor wijzen verborgen.

Nadat de "wijzen" (farizeeërs) Jezus Beëlzebul noemden, hield Jezus de zaken van het koninkrijk voor hen verborgen.

De verborgenheid is de gemeente. De Joden verwerpen de Koning. Het koninkrijk in aardse vorm verschuift naar de eindtijd. Het koninkrijk gaat in geestelijke vorm ook naar de heidenen.

De gemeente van Christus ontstaat na de pinksterdag.



Vers 26

Zo was Uw welbehagen.

God had een plan met Israël. Het koninkrijk van God was dichtbij gekomen. Johannes de Doper predikte dat en Jezus ook.

Israël bekeert zich echter niet en verwerpt Jezus als Messias.

Dan kiest God een "ander volk", de gemeente ontstaat. Dat was voor de wijzen verborgen.



Vers 27

Niemand kent de Zoon.

Niemand kent en begrijpt Jezus zo goed dan de Vader.


En hij aan wie het de Zoon..

Het Grieks dat hier vertaald wordt met "hij" is een betrekkelijk voornaamwoord met de betekenis "die". Zo staat het ook in SV.

"Die" heeft betrekking op "de Vader".


Het wil openbaren.

Ean boulētai = als Hij dat wil.

VdW :



Vers 28

Evangelieaanbod voor allen.

Dat evangelieaanbod komt tot elke zondaar.

Nu het aardse koninkrijk en de Messias verworpen wordt, gaat het heil naar de heidenen. De gemeente, een verborgenheid, gaat nu ontstaan. Het evangelie wordt nu alle mensen aangeboden. Voortaan spreekt Jezus over persoonlijke bekering en niet meer over de komst van het vrederijk.


Belast.



Vers 29

Leer van Mij.

We moeten zijn zoals Hij.

We vertonen dan Zijn beeld.


Neem Mijn juk op.

=kom bij Mij in de leer.

Juk is een volkomen toewijding aan Jezus.

Elke rabbi vroeg dat aan zijn aanstaande leerling. Zij kozen meestal leerlingen die doorleerden.

Jezus koos eenvoudige vissers.



Vers 30

Mijn juk is zacht.

Zacht in een onjuiste vertaling.

Het Griekse woord bedoelt een mix van vriendelijk en goed.

VdW:

Het geheim van de lichte last is de liefde voor Jezus.



<