Hoofdstuk 21


Vers 1

Harad.

Bij zuidpunt van Dode Zee, bij het Zoutdal.

Het ligt dus in de Negev.


Atharim.

Dat is ook een stad in de Negev-woestijn.



Vers 2

Met de ban slaan.

Dat is: helemaal aan God geven, zoals later bij Jericho.



Vers 3

Horma .

In Richteren 1:16-17 staat dit weer.

Horma = verbanning.



Vers 4

Richting de Schelfzee.

De berg Hor is zichtbaar vanuit Petra.

Als het volk richting de Schelfzee gaat, dan gaan ze naar het zuiden.

Ook deze tekst maakt duidelijk dat de Schelfzee de Golf van Akaba is.



Vers 6

Gifslangen.

Letterlijk: vurige slangen.

Vurig = Saraph = seraf.

Slang = nachash.

De slang was erg giftig en de beet was vurig, brandend.


Halverwege op de berg Hor staat nog het slangenmonument.



Vers 8

Maak een vurige slang.

In de grondtekst staat het woord slang NIET.

Er staat: Maak u een "saraph" = vurig.

In vers 9 staat het woord slang (nachash) er wel.


Jezus.

Ook Jezus wordt verhoogd als de koperen slang.

Ieder die op Hem ziet, zal leven.

Geloven en kijken.

Het reddende middel is geloof. Gehoorzaam zijn en kijken naar de koperen slang

Mozes' gebed helpt hier niet. Eigen gebed ook niet. Alléén zien op het gegeven middel, de koperen slang.

Zie zo ook op Het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegdraagt.



Vers 8



Vers 9

Kijken en in leven blijven.

Mozes' gebed redde niet.

Eigen gebed redde niet.

God loven helpt niet.

Alléén het zien op het middel dat God gaf, brengt redding.

Geloven wat God zegt.

Geloven houdt gehoorzamen in.

De mens moet kijken, God moet genezen.

De mens moet geloven, God moet behouden.


Zoals de slang verhoogd is.

In Johannes 3:14 vergelijkt Jezus Zich met de koperen slang.

Jesaja 45:22 Zie op Mij en word behouden. (Engels)


Zie het Lam Gods!



Vers 10

De reis.

Gelet op de plaatsnamen en bergen, trokken de Israëlieten via de westkant om Edom heen. Via de Araba = Zoutdal. Ze reisden de weg in het verlengde van de Schelfzee. Zie vers 4.



Vers 14

Verloren boeken.

Waheb in Sufa.

In de SV staat: tegen Waheb, in een wervelwind.

Waheb is een Amorietische vestingstad die in grote snelheid, in wervelwind, werd ingenomen.

Zo ook de beken van de rivier Arnon.

Ze versloegen hier Sihon, de koning van de Amorieten.

Dit boek was een liedboek waarin de grote daden van God tegen de vijanden werden bezongen.



Vers 16

Beër.

= put.

God geeft een opdracht, maar de mensen, zelfs de edelen, moeten graven, volgens vers 18.



Vers 25

Hesbon.

Hoofdstad van Sihon.

Hesbon ligt dichtbij de berg Nebo.


Sihon.

Sihon veroverde delen van Moab. Israël heeft geen land van Moab genomen. Dat deed Sihon.



Vers 29

Hij.

Dat is de demon Kamos.

Die heeft God toegewezen aan Moab.

Kamos heeft niet goed voor "zijn volk" gezorgd. Ze zijn in de macht van Sihon gekomen.



<