Hoofdstuk 20


Vers 1

1e maand.

De eerste maand van het 40e jaar.

Mirjam was dus nog één van de weinig overlevenden.



Vers 3

Geest gegeven.

Na 38 jaar zegt deze generatie hetzelfde als de generatie die in de woestijn is overleden.



Vers 5

Geen water.

Probleem:

Hoe kwamen zoveel mensen en dieren dagelijks aan het benodigde water?

De rabbijnen zagen dit probleem ook en zij lieten de rots, waaruit water kwam, de hele woestijnreis "meewandelen".

Dit staat in de Hagada.

Paulus kent dit en zegt "de steenrots volgde" in



Vers 10

Zullen wij...

Volgens Psalm 106:32 was Mozes heel boos.

Hij begint wel met spreken, maar het gaat al fout als hij zegt:" zullen wij?"



Vers 11

Exodus 17:6



Vers 12

In Mij niet geloofd hebt.

Geloven in God = God gehoorzamen.

Dat deden Mozes en Aäron hier niet.


God heiligen.

God wilde Zich nu niet laten kennen als een slaande en straffende God. Mozes had, via de staf, het volk moeten herinneren aan de wonderdoende God.

Zo had Mozes kunnen laten zien, dat God zo anders is dan de afgoden.

Volgens vers 13 heiligt God Zichzelf. Zijn genadige bedoeling wordt bekend, door de straf voor Mozes en Aäron.


Gebed om genade.

Volgens Deuteronomium 3:23-26 bad Mozes God om genade.

Dat gebed verhoorde God niet.


Toch in het land.

Mozes mocht toch in het land. Eeuwen later was hij met Jezus en Elia op de berg van de verheerlijking.



Vers 13

Wateren van Meriba.

=twistwateren.



Vers 17

De koninklijke weg.

Die koninklijke weg ligt er nog steeds.

Die loopt vanaf de Golf van Akaba , langs Petra, Tenen, Bozra, door Moab, door Ammon, naar Damaskus.

Het is een handelsroute.

In Exodus 13:17 staat een andere handelsroute.



Vers 20

In Amos 1:12 komt God op deze boosheid van Edom terug. Hij straft nog eeuwen later.



Vers 24

Met zijn voorgeslacht verenigd.

Dat betekent NIET dat Aäron in een familiegraf kwam. Het betekent wel, dat hij in het dodenrijk (sheool) met zijn voorgeslacht wordt verenigd.



Vers 26

Waar is Aärons voorgeslacht?

Sheool = Hades.

In NT heet het dodenrijk Hades.

Ook Jezus stierf en ging naar het dodenrijk = Hades.

Onze geloofsbelijdenis.

Onze geloofsbelijdenis spreekt over: Nedergedaald tot in de hel.

Dat is dus: nedergedaald in het dodenrijk, de Hades. Daar is Hij niet door God verlaten.

Het is niet: nedergedaald in gehenna = helse vuur. Daar is God niet. Daar zou Jezus dus wel verlaten zijn.



Vers 28

Sterfdatum van Aäron.

Numeri 33:38.

123 jaar oud.



<