Hoofdstuk 19


Vers 2

Rode vaars.

Een vrouwtje.



Vers 3

Buiten het leger.

Ook Jezus stierf buiten de stad.


De dood van de koe vertelde: Israël verdiende om de zonden de dood.

Het gesprenkelde bloed (7×) betekende: leven aangebracht door de dood vd koe.



Vers 5

Verbranden.

Het totale dier wordt verbrand. De zonden waren op de koe gelegd en zo werden die zonden weggedaan.

Beeld van Christus.

Volgens Numeri 19:9 werd de as bewaard, want later werd de as weer gebruikt.



Vers 10

Vreemdeling.

De proseliet.



Vers 12

3e en 7e dag.

Als er onreinheid is moet de onreine op dag 3 en op dag 7 ontzondigd worden.

Zie vers 19.



Vers 14

Gestorven in een tent.

Vaak stierf men aan een ziekte. De ziekteverwekkers zitten vaak in speeksel.

Door hoesten en niezen worden ziekteverwekkers verspreid.

Vlooien willen vh lijk weg en springen naar mensen die warm zijn.

Daarom:



Vers 16

Les voor ons.

Blijf uit de buurt van alles wat onder het beslag vd dood ligt.



Vers 19

Besprenkelen en baden.

Besprenkelen maakt los van de verontreiniging, maar men werd gereinigd door baden. ( onderdompeling)



Vers 20

Water van afzondering.

Goed wassen met water is bijna even effectief als wassen met water + zeep.



<