Hoofdstuk 18


Vers 1

Ongerechtigheid in het heiligdom.

Voor alles wat er misgaat in het heiligdom zijn de priesters verantwoordelijk.



Vers 2

Bij u aansluiten.

Levi = bijvoegen.



Vers 10

Allerheiligste plaats.

De priester moest de offergaven, die bij het brandoffer hoorden, in de tabernakel eten.

Mee naar huis nemen, kwam de heiligheid niet ten goede.



Vers 14

Waarop de ban rust.

Dat is alles wat aan de HEERE beloofd is en niet afgekocht kon worden.

Er waren ook andere beloften. Die kon men afkopen.



Vers 19

Verbond, met zout bekrachtigd.

2 Partijen voegden zout bij elkaar tijdens een verbondssluiting.

Het verbond werd pas opgeheven als ieder zijn eigen zoutkorrels terug kreeg.

Het was dus een eeuwig verbond.



Vers 23

Geen erfenis.

De Levieten kregen 48 steden, over het land verdeeld.



<