Hoofdstuk 22


Vers 5

Bileam.

In 1967 ontdekte een Nederlands team van archeologen in het Overjordaanse restanten van een tekst. Er stond op: "Het geschrift van Bileam, de zoon van Beor".


Een zekere Bileam komt voor in het boek van de Oprechten 61:8 als jonge tovenaar in Egypte. Hij is raadgever van farao en hoort bij de hoge edelen. Hij voorzegt farao dat er een Israëliet zal komen, die Egypte zal vernietigen en Israël uit de macht van Egypte zal verlossen.

Farao vraagt raad.

Volgens Boek van de oprechten 67:49 gaf Bileam de raad om de jongetjes te verdrinken in de Nijl.

De zoon van deze Bileam heet Jannes, een Egyptische tovenaar, die zich tégen Mozes keerde. De kleinzoon van Jannes heet ook Bileam, de zoon van Beor.

Bileam -Jannes - Beor - Bileam (uit de bijbel).


Bileam.

Bala = verslinden.

Am = volk.

Bileam = verwoester van het volk.


Pethor.

De meeste geleerden identificeren Pethor met de stad Pitru, die bekend is uit Assyrische bronnen.
Pitru lag aan de Eufraat, in het huidige noorden van Syrië, dicht bij de grens met Turkije.

Dat klopt met wat Bileam zelf zegt.

Een valse profeet.

Bileam kent God. God spreekt zelfs een aantal keren tegen hem. Hij profeteert zelfs over de Messias. Toch spreekt het NT niet positief over hem.



Vers 6

De waarzegger.

Een ware profeet van God heet "Nebi".

Bileam heet " kozeen " in Jozua 13:22. Die doet precies het tegengestelde van een ware profeet. "Kozeen" is een valse profeet.


Vervloeken.

Mensen kunnen vloeken over andere mensen brengen. Satanisten vloeken de christenen in de Walpurgisnacht.

Vloeken zijn verderfbrengende uitspraken.

God verloste Israël van Bileam.

In Jozua 24:10 staat dat God Israël verloste van een kwaadwillende Bileam.

Hieruit blijkt wel, dat satanische banvloeken, waarin satan te hulp geroepen wordt, wel degelijk invloed kunnen hebben.



Vers 12

Jozua 24:10 Bileam vroeg of hij Israël mocht vervloeken.



Vers 18

Bileam had het loon van de ongerechtigheid lief.



Vers 20

Sta op.

Dit is niet in Gods gunst.

Dat lezen we ook in vers 22.



Vers 30

2 Petrus 2:16.



Vers 41

Baälhoogten.

Die bergen waren gewijd aan Baäl-Peor.



<