12 verspieders.
Toch: verschillende conclusies.
In Jozua en Kaleb was een "andere geest", een andere gerichtheid. Zij hielden vast aan Gods beloften.
In Deuteronomium 1:22 is het Israël dat om het uitsturen vd verspieders vraagt. Hier geeft God de opdracht.
Kaleb.
Hij was toen 40 jaar.
Jozua 14:7.
In hem was een andere Geest, volgens Numeri 14:24.
Hosea.
Dit is Jozua. Hij bracht later Israël in Kanaän.
Hosea = Heere redt.
Jozua = Jaweh redt.
Rehob.
Dat is een plaats in het noorden, vlak bij de stad Dan.
Amos 2:9.
Dal Eskol.
= druivensap.
Nog vindt men daar trossen van 4 tot 6 kg.
De druiven benaderen de grootte van pruimen.
In het zuiderland.
Met de Amalekieten had Israël al eerder gevochten o.l.v. Jozua.
Zuiderland is hier de Negev.
Kaleb.
In Kaleb was een andere Geest. Numeri 14:24.
Hij vertrouwde op Gods beloften.
Hij dacht ook zeker terug aan de overwinning op de Amalekieten.
Kwaad gerucht.
Ze gaan alles nog weer overdrijven.
Ongeloof rekent niet met God.
Inwoners verslindt.
De meningen zijn verdeeld over de betekenis.
Reuzen.
Grondwoord: nephilim = gevallenen.
Ook vóór de zondvloed waren er reuzen, geweldenaars. Dat waren ook nephilim. God roeide hen uit. Zij waren nakomelingen van vrouwen en "zonen van God". Die laatsten ziet men wel als demonen.
Hebben de demonen dit opnieuw gedaan om te voorkomen dat Israël het beloofde land in bezit zou krijgen?