Hoofdstuk 12


Vers 1

Cusjitische vrouw.

Mogelijk hoorde ze bij het gemengde volk dat ook met Israël meetrok.

God had deze verbintenis niet verboden.

Israël mocht geen verbintenis aangaan met Kanaänieten.

Aäron zelf was gehuwd met een vrouw uit de stam van Juda.


Mirjam.

In de grondtekst blijkt dat Mirjam begon.

Het "ik" komt in het spel en dat is duivels.



Vers 4

Tent van ontmoeting.

Volgens Exodus 33:7 zette Mozes de tent buiten het legerkamp. Dat gebeurde ná de zonde met het gouden kalf.

Dit was waarschijnlijk NIET de tabernakel, want die was nog niet gemaakt.

En als de tabernakel er wel was, dan stond die in het midden van het legerkamp.



Vers 7

Hoe spreekt God tot Mozes?

Niet zoals normaal gebeurt bij profeten. God spreekt tot Mozes niet door een visioen of droom. God spreekt tegen Mozes van mond tot mond, veel directer.

Dit 2e huwelijk maakt de positie van Mozes niet anders.


Getrouwe dienaar.



Vers 9

God is heel boos.

Dit zal voor Mirjam en Aäron een heel moeilijk moment zijn geweest.


Hij ging weg.

Vreselijk!!! God is boos en Hij gaat weg.



Vers 12



Vers 13

Mozes bidt.

Dit is een krachtig gebed van een rechtvaardige.



<