Ongeloof overheerst.
Mozes.
Volgens Deuteronomium 1:29-31 probeerde Mozes het volk nog moed in te spreken.
Waren wij maar...
Het volk roept een "vloek" over zich af. Die komt ook in vers 28.
Een hoofd aanstellen.
Ze verwerpen Mozes, de door God aangestelde verlosser.
Zo deden hun nakomelingen later met Jezus, de Verlosser. Dat verwijt Stephanus het volk.
Hun schaduw is weg.
Als er géén lichaam is, dan is er ook geen schaduw.
Dus de bevolking bestaat in de ogen van Mozes al niet meer.
De vijanden staan ook niet onder de "schaduw" (= bescherming) van God.
De heerlijkheid van God verschijnt.
God beschermt Mozes en Aäron.
God wordt verworpen.
Het volk keert zich tégen Mozes, maar eigenlijk tegen God zelf.
Met pest treffen.
Omdat Israël God door de zonde met het gouden kalf heel erg bedroefde, wil God nu gaan straffen. De maat is vol.
Mozes als voorbidder.
Mozes bidt voor zijn vijanden. Hij is een type van Jezus.
Mozes heeft grote liefde voor het volk, maar nog meer gaat hem de eer van God aan het hart.
God laat Zich verbidden.
Dit gebed van Mozes is een krachtig gebed van een rechtvaardige.
God doet een eed.
Deze eed zal vervuld worden in het vrederijk.
Ook Jesaja 11:9.
Het volk had zoveel heerlijkheid van God gezien, dagelijks, maar niet gewaardeerd.
Dat zal in de toekomst anders zijn.
Mij nu al 10 keer...
In de grondtekst staat achter "Mij" een onvertaald woordje "eth".
VdW vertaalt dan: Mijn genegenheid nu al 10 keer beproefd.
10x.
Na 10 plagen kwam verlossing.
Na 10 verzoekingen kwam straf.
Keer om.
De blik was gericht op Kanaän. Nu 180⁰ draaien. Dan is de Schelfzee de Golf van Akaba.
Amalekieten en Kanaänieten.
Amalekieten woonden in het zuiden en de Kanaänieten langs de kust en langs de Jordaan.
Numeri 13:29.
Zoals u gesproken hebt.
Numeri 14:2-3.
Uw dode lichamen vallen.
In Psalm 106:26-27 gaat de straf van God veel verder.
Niet alléén sterft elke Israëliet, die ouder is dan 20 jaar, in de woestijn, maar er wordt zelfs gesproken over de verstrooiing onder de heidenen.
40 jaar.
De 1½ jaar inbegrepen die ze al in de woestijn geweest waren.
Dagen...jaren.
De 40 dagen worden gestraft met 40 jaren.
Zo is dat ook bij de 70 jaarweken . De 490 dagen worden 490 jaren.
Waarom overtreedt u het bevel?
Dat bevel staat in Numeri 14:25.
Horma.
De stad heette Zefath en werd later Horma (=ban) genoemd.