Hoofdstuk 3


Vers 1

Wie is "Hij"?

In Zacharia 2:13 is "Hij" God.

Hier wordt "Hij" herhaald en zal daar ook God mee bedoeld zijn.


Satan.

Er staat dé satan.

Satan in eigen persoon.


Jozua.

Wie is Jozua?

Samen met Zerubbabel is hij als hogepriester de leider van het uit Babel teruggekeerde volk.

Jozua = Jesua.

Deze hogepriester is de vertegenwoordiger van het teruggekeerde Juda.

Juda is nog steeds schuldig en zondig. Toch beloofde God in het vorige visioen dat Hij bij het volk zal wonen. Dé satan zelf klaagt Jozua en Juda aan. Hij vindt dat God ze moet straffen. Een heilige God kan toch nooit bij een onheilig volk wonen!


Geliefde Jozua.

Vóór Jozua staat het woordje "eth", dat nooit wordt vertaald.

Als we het wel vertalen staat er:

Eindtijdvisioen.

Jozua vertegenwoordigt de Joden.

Satan wil niets liever dan dat Israël van de aarde verdwijnt. Dan komen Gods beloften niet uit en dan kan het koninkrijk van Jezus er ook niet komen.

Satan wil God en Israël van elkaar losmaken. Satan / antichrist zal, volgens Openbaring 12, Israël fel vervolgen.

Maar... God redt hen, in grote liefde, als een brandhout uit het vuur en gaat bij hen wonen.


Aan te klagen.

Het kan ook vertaald worden met:



Vers 2

Tegen de satan.

Het grondwoord, dat met "tegen" is vertaald, heeft een brede betekenis.

VdW vertaalt:

God verkiest Jeruzalem.

Brandhout uit het vuur.

Door Gods genade is een klein deel van Israël gered uit de ballingschap. Jozua is als hogepriester de vertegenwoordiger van de Joden.

Een brandend hout uit het vuur halen is niet eenvoudig. Daar heeft God alles voor over gehad. Daaruit blijkt Zijn grote liefde voor Israël. Die liefde geeft God nooit op.


De HEERE bestraft satan.

God is de enige die satan kan bestraffen. Zelfs de aartsengel Michaël durft satan niet te bestraffen.



Vers 3

Vuile kleren.

Beeld van zondigheid en falen. Onreinheid.

De gelovigen worden gekleed in smetteloos fijn linnen.

Engel.

Volgens vers 1 de Engel des HEEREN.


Staande voor de Engel.

Het is hier a.h.w. een rechtbank.



Vers 4

Toen nam Hij het woord.

Hij =

Hij reageert.


Hen, die vóór Hem stonden.

  1. Er zijn engelen rondom de troon. Openbaring 5:11.
  2. Er zijn engelen vóór de troon. Zij zien Gods aangezicht. Dit zijn "aangezichtsengelen", dus aartsengelen.

Deze tweede groep krijgt de opdracht om Jozua reine kleding te geven.

Vuile kleren wegdoen.

Vuile kleding is beeld van de zonde. Die vuile kleren scheiden Jozua af van de HEERE. Weg ermee, anders is Jozua geen goede "middelaar" tussen God en het volk.

Dus: God doet de zonden van Israël weg. Er is verzoening om het offer van Christus. In de eindtijd zal, volgens

héél Israël zalig worden en zal God bij hen wonen.

Van u weggenomen.

Letterlijk:

Feestkleren aantrekken.

In dit stukje staat vóór "u" het woordje "eth". Dat wordt nooit vertaald.

Als we het hier wel vertalen is het genegenheid of goedgunstigheid.

VdW:

Het gaat hier over het hogepriesterlijk gewaad.

Zo wordt Jozua weer een boegbeeld voor de dienst aan de HEERE. Deze kleding zondert hem af van de wereld en van satan.


Herstel van de priesterdienst.

In Ezechiel 8 lezen we over verschrikkelijke afgoderij in de tempel. Priesters waren daar schuldig aan.

In de tijd van Zacharia werd de tweede tempel gebouwd. Daarvoor werd nu de priesterstand (vertegenwoordigd door Jozua) ook gereinigd.

In de eindtijd is er ook een derde tempel en zijn er priesters , afstammelingen van Zadok.

Zij worden in de eindtijd door Jezus gereinigd volgens



Vers 5

Wie is "ik"?

Er staat geen "ik" in de grondtekst.

Er staat: "en zeggende". Dat verwijst terug naar vers 4. De sprekende persoon is dan de Engel des Heeren.


Tulband.

Op de tulband van de hogepriester zat een gouden plaat waarop de woorden stonden:



Vers 7

Als u in Mijn wegen..

Jozua moet een getrouwe hogepriester zijn en dan zal hij na dit leven altijd bij de engelen leven.

Uw taak.

Vóór "uw taak" staat in de grondtekst het woordje "eth". Dat wordt eigenlijk nooit vertaald.

Als we dat wél vertalen, dan staat er: uw geliefde taak of uw liefdedienst aan Mij.

Hetzelfde geldt voor "Mijn voorhoven". Als we "eth" ook daar vertalen, dan krijgen we:

En Ik zal...

Beter: dan zal Ik...


Díe hier staan.

Waarschijnlijk aanwezige (aarts)engelen, die de reine tulband opzetten enz.

De (aarts)engelen horen bij het gevolg van de Engel des HEEREN. Ze zijn Zijn zeven ogen. Ze zijn Zijn zeven hoorns.

Waarschijnlijk zijn dat de zeven aartsengelen.

Jozua krijgt dus een geweldige beloning in het vooruitzicht gesteld.



Vers 8

Wonderteken.

Jozua zit daar met mede-priesters. Die zijn zijn leerlingen. Ze zitten aan zijn voeten. Jozua is leider en docent op de priesterschool. Het is een wonderteken dat de priesterstand nog bestaat en dat ze weer in de tempel dienst doen.


Belangrijke boodschap.

De Messias zal komen. Hij heet hier Spruit. De Messiaanse verwachting leefde sterk.

Voor deze Spruit werd door de profeet Zacharia een kroon gemaakt, die in de tempel werd bewaard.

Als de priesters Hem die kroon hadden opgezet, dan hadden ze Hem als Messias erkend. Dan hadden ze Hem gezegend vanuit het huis van de HEERE.

Hij is geboren in Bethlehem, maar werd helaas verworpen. Het volk bekeerde zich niet en dat was wel een vereiste voor de komst van het koninkrijk van God.

Daardoor verschoof het Messiaanse rijk opnieuw en kwam eerst de tijd van de gemeente.


De Spruit.

Vóór het woord "Spruit" staat het woordje "eth". Dat is hier onvertaald. Als we het wél vertalen staat er: geliefde Spruit , of toegenegen Spruit.


Waar komt "Spruit" nog meer voor?

Merk op dat als er over "Spruit" geschreven staat, het steeds in de context van het Messiaanse rijk is.



Vers 9

De Spruit en de steen.

De Spruit wordt afgebeeld door een steen. Zo zag ook Daniël het Messiaanse rijk als een steen.

De steen is...

  1. De hoeksteen. Jesaja 28:16.
  2. De sluitsteen. Zacharia 4:7.
  3. Jezus, de Hoeksteen.

Mijn Knecht, De Spruit uit vers 8 is Jezus.

De Spruit is dus dezelfde als Het Lam.

In Openbaring 5:6 staat Het Lam met 7 ogen.

In onze tekst heeft de steen 7 ogen.

Jezus heet "De Hoeksteen".

Aan het eind van onze tekst staat: Ik zal de ongerechtigheid van dit land op één dag wegnemen.

Dat is precies wat Jezus deed.

Conclusie: met deze Steen kan Jezus bedoeld zijn.


Op die steen zijn 7 ogen.

In Openbaring 5:6 staat Het Lam met 7 ogen. Die 7 ogen zijn de zeven geesten van God, die over de aarde gaan.

Dat laatste wijst naar personen.

Die 7 ogen zitten NIET ín het Lam, maar die 7 ogen heeft Hij náást zich. Dat zijn de zeven aartsengelen, die de bevelen van Jezus uitvoeren.

In 2 Kronieken 16:9 lees je ook over "Gods ogen" die over de aarde trekken en dat in verband met bijstand die God wil geven aan gelovigen.

Zacharia zegt óók dat de "ogen" personen zijn, ze gaan over de aarde.

In onze tekst houden die "zeven ogen", dus de zeven aartsengelen, de Hoeksteen Jezus goed in de gaten en staan Hem in alles bij.


Op deze (Hoek)steen zijn 7 ogen gericht.

De zeven aartsengelen letten goed op en bewaken de (Hoek)Steen.


In Zacharia 4:10 lezen we dat die 7 aartsengelen, Gods ogen, blij zijn als ze de vorderingen bij de tempelbouw zien.

Het "blij zijn" geeft aan dat het hier om personen gaat.


God legt een steen in Sion.

In Jesaja 28:16 legt God ook in Sion een Steen, net als hier in Zacharia 3:9.

Jozua is de vertegenwoordiger van Israël. God geeft Jozua / Israël een Hoeksteen, Jezus, de Spruit.

God spreekt over een nieuw tijdperk, een nieuw koninkrijk. Pas over eeuwen wordt deze belofte ingelost als Jezus wordt geboren. De tekst in Jesaja 28:16 eindigt met: VdW:" Hij Die getrouw is, haast Zich niet".


Een gravering aanbrengen.

Als God graveert, dan is dat Zijn Naam of Zijn wet.

Ongerechtigheid wegnemen.

Vóór "ongerechtigheid" staat het woord "eth" dat altijd onvertaald blijft.

Als we het wél vertalen staat er: de ongerechtigheid volledig wegnemen.


Op één dag wegnemen.

Dit wordt direct gevolgd in vers 10 door "op die dag". Vers 10 is Messiaans en wijst naar de toestand in het vrederijk. Dan zal het hier, in vers 9, ook wel gaan over de eindtijd.

Zacharia zag de verzoening door Jezus en de komst van het vrederijk nog als één geheel. De scheiding tussen verzoening en vrederijk kwam pas toen Israël ongelovig bleef en zich niet bekeerde.

Voor Israël had "het is volbracht" en het zalig worden van het volk kunnen samenvallen.

De ongerechtigheid van Israël wordt weggenomen, maar nu in de eindtijd, heel Israël wordt zalig. Dat gebeurt aan het eind van de grote verdrukking.

Dan breekt spoedig het vrederijk aan en zal iedere Jood in rust en vrede wonen en zitten onder zijn wijnstok en vijgenboom volgens vers 10, precies zoals in de tijd van Salomo. (type van de vredevorst)



Vers 10

Wijnstok en vijgenboom.

Deze woorden wijzen terug of vooruit naar een tijdperk van vrede.

Zo'n tijd was er in de tijd van Salomo.

Zo'n tijd komt als het vrederijk aanbreekt. Micha schrijft daarover.

Op die dag.

"Op die dag" wijst terug naar vers 9, de dag dat God de ongerechtigheid gaat wegnemen.

De profeten zagen de eerste komst van Jezus samen met de komst van het vrederijk. Dat zou zo ook gebeurd zijn als Israël zich had bekeerd en de Messias niet had verworpen.

Het heil ging toen eerst naar de heidenen en het koninkrijk werd geestelijk.



<