Hoofdstuk 13


Vers 1

Zacharia 13.

In Zacharia 13 ziet de profeet de eerste komst van Jezus

samen met het koningschap van Jezus. Dat is de tijd dat er geen valse profeet meer zal zijn.

Zacharia ziet de eerste komst van Jezus tegelijk met de bekering van Israël. Israël is dan Gods volk weer.

De tijd van de gemeente was voor Zacharia nog verborgen.


Op die dag.

"Op die dag" wijst steeds naar Zacharia 12 waar deze uitdrukking wel 6x wordt genoemd.

Het wijst steeds naar de eindtijd, de periode aan het eind van de grote verdrukking. De tijd dat Israël zich bekeert en tot een machtig volk wordt. Volken trekken op naar Jeruzalem.

Jezus komt als verlossende Messias.

Geloven en zonden afwassen.

  1. Paulus kwam tot geloof en Ananias zei tegen hem: "Laat jouw zonden afwassen". Handelingen 22:16.
  2. Israël komt tot geloof en ontvangt de Heilige Geest. Hun zonden zijn vergeven. Zacharia 12:10-14. Nu kunnen ze in deze bron te Jeruzalem hun zonden zichtbaar laten afwassen, precies zoals Paulus deed. Zacharia 13:1.

Een bron tegen zonde en onreinheid.

Het grondwoord "chatta'ah" (= zonde) wordt in Numeri 8:7 vertaald met ontzondigingswater. De NBV heeft reinigingswater.

Meestal wordt het vertaald met : zondoffer.

Het is dus als bij de doop. Er ís al geloof, de zonden zíjn vergeven op grond van het offer van Jezus, maar de zonden worden ook zichtbaar afgewassen door het doopwater. Dat is een getuigenis voor de omgeving. Laat uw zonden afwassen, zei Ananias tegen Paulus.

Er ontstaat een bron.

In het vrederijk ontstaat deze bron in Jeruzalem. Daaruit ontstaat een rivier met levenwekkend water. Verschillende profeten schrijven erover.

Uit de genoemde bron komt de tempelbeek, die er is tegen besmetting en verontreiniging.

Handelingen 22:16.


Voor wie is die bron?

De tekst zegt: deze bron is voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem. Juist deze mensen worden óók genoemd in

Daar lezen we hoe deze Joden vol van de Heilige Geest worden. Ze geloven nu in Jezus. Ze rouwklagen over hun verwerping van Jezus. Ze erkennen Hem als Messias zoals Jezus had voorzegd.

Mannen rouwen apart. Vrouwen rouwen apart.

Het huis van David rouwt apart.

Dan ontstaat er een bron waarin ze zich laten dopen. Ze laten zo zien dat hun zonden afgewassen zijn door het bloed van Jezus. Ze laten hun "zonden afwassen", zichtbaar voor iedereen. Precies zoals Paulus dat deed op advies van Ananias.



Vers 2

Op die dag.

Deze uitdrukking staat in dit hoofdstuk opnieuw 3x. Het wijst vrijwel altijd naar de eindtijd: "te dien dage".


Afgoden uitroeien.

De theocratie duldt geen andere godsdienst. Zelfs het gebruik van de namen van de afgoden is verboden. Ook andere profeten zeggen dat.

De onreine geest..

Occultisme is de grote zonde van de eindtijd. Er is dan een verfoeide Babylonreligie.

De satan, dé ergste van de onreine geesten, zal 1000 jaren worden opgesloten.

Ook satans handlangers, de antichrist en de valse profeet, werpt Jezus in de hel.



Vers 3

Iemand die toch profeteert.

Jezus is teruggekeerd op aarde. Hij is dé Profeet.

De andere "profeten", de valse profeten, zijn weggedaan.

De profeet die dan toch profeteert is een valse profeet. Dat blijkt ook uit vers 4.

Die valse profeet moet verdwijnen en gestraft worden.



Vers 4

Geen valse profeten meer.

Als het vrederijk aanbreekt, zal het afgelopen zijn met afgoderij en valse profetie.

Ook Ezechiël wijst daarop.

Haren mantel.

Het uniform van een profeet.



Vers 5

Maar hij zal zeggen.

Hij = Christus.

Het moet dus "Hij" zijn.

Jezus bouwt het land Israël weer op. Jesaja profeteert ook dat Jezus de stammen van Israël zal oprichten.

Die het land bewerkt.

SV heeft "land bouwt".

Is dat...

  1. bebouwen?
  2. opbouwen?

Jezus is géén akkerbouwer, die het land bebouwt.

Het gaat hier over opbouwen!

Om Gods land op te bouwen, is Jezus door God aangesteld als Koning over Israël. Hij is dan geen profeet, zegt de tekst. Hij is Koning.

Dit gebeurt in het vrederijk.

Aan Zijn wonden ziet men dat deze Messias-Koning de verworpen Jezus is.

De Joden herkennen Jezus en erkennen Hem nu als Messias.

Want iemand heeft Mij..

Die "iemand" is God.

Dus: Iemand.

God stelt Jezus aan als Messias-Koning om het land Israël op te bouwen, om de stammen van Israël op te richten.

Die taak om de stammen van Israël op te richten, kreeg Jezus al vanaf Zijn jeugd, zegt Zacharia.



Vers 6

Als men tegen hem zegt...

Is hem wel goed?

Het moet Hem zijn!

Hem = Jezus.

Daarvoor pleit ook het volgende vers, dat Jezus later op zichzelf toepast.

Men herkent Hem aan de wonden in Zijn handen. Die wonden kon Thomas ook in Jezus' verheerlijkte lichaam zien.

In het huis van hen die Mij liefhebben.

Deze vertaling klopt niet.

Jezus werd uit haat overgeleverd.

De Joden hadden Jezus niet lief, maar Jezus had hén wél lief.


Betere vertalingen.

  1. In het huis van hen die Ik lief heb.
  2. In het huis van hen die Mij lief zijn.

Uitleg kanttekening SV.

De kanttekening ziet deze valse profeet als dezelfde profeet uit vers 3. Die wonden hebben zijn ouders veroorzaakt doordat ze hem sloegen.

Deze uitleg klopt niet, want de ouders zouden hem niet sláán, maar doorstéken, dóden dus, volgens vers 3.



Vers 7

Zwaard ontwaak.

Jezus past deze tekst op zichzelf toe. Dat pleit ervoor, dat ook de vorige tekst, vers 6, op Hem betrekking heeft.

Mijn Metgezel.

Jezus is de Metgezel van Zijn Vader.


Sla de Herder.

Vóór het woord "Herder" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

Kleinen = geringen.

  1. Het ⅓ deel, het gelovige overblijfsel van Israël. Zacharia 13:8.
  2. De gemeente uit de heidenen.

Israël verwierp Jezus toen Hij op aarde was. Toen ging Jezus een gemeente verzamelen uit de heidenwereld. Veel gelovigen zijn "geringen, kleinen."



Vers 8

In heel het land.

Haéretz =

In Zacharia 14:9 wordt het woord vertaald met aarde. Dat zou hier ook kunnen.


Deel wordt uitgeroeid.

In de grondtekst staat:

Waarom monden?

Deze monden hebben God gelasterd en deze goddeloze mensen stoppen er niet mee.

Dus ⅔ van de Joden, de groep godslasteraars, wordt uitgeroeid. Zij volgden de antichrist.


Als hier "land" vertaald wordt met "aarde", dan is al ⅔ deel omgekomen. Het overblijvende ⅓ deel wordt in het vuur gebracht om hen te louteren zoals een goudsmid goud zuivert.


Wat zijn die 3 delen?

  1. Heidenen, dus niet-Joden, die de antichrist volgen. Dat zijn dus godslasteraars.
  2. Joden die de antichrist volgen. Dat zijn ook godslasteraars.
  3. Gelovige Joden, het overblijfsel. Dat is het ⅓ deel dat overblijft.

⅔ deel.




Vers 9

Ik zal dat derde deel.

Vóór "derde" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Het gaat dus over het gelovige Joodse overblijfsel.


Ook vóór "goud" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Dus: de laatste ongelovigen worden uit hun midden verwijderd. Zo blijft er "gezuiverd goud" over. Die goddelozen mogen het vrederijk niet binnengaan.

Het zal Mijn Naam aanroepen.

"Het" = het Joodse overblijfsel, de gelovige Joden.

Letterlijk:

Dus: het overblijfsel van het Joodse volk zal collectief God gaan dienen.

Ík zal het verhoren.

Letterlijk: Ik,Ik.


Dit is Mijn volk.

Letterlijk:

Zij zullen zeggen.

Letterlijk:

Dus:

Dan gaat Hosea 2:22 in vervulling. God ontfermt Zich weer. Israël is weer Ruchama.



<