Hoofdstuk 14


Vers 1

Dogmatiek en grondtekst.

De reformatorische theologie heeft geen oog voor het vrederijk. Dat vrederijk ziet men, in navolging van Augustinus, nú!!!

Deze theologie blokkeert met de dogmatiek de Hebreeuwse grondtekst en die probeert men zo naar de hand te zetten dat de dogma's overeind blijven. Men verbindt aan de woorden van Zacharia niet de gangbare betekenissen. Dat heet: allegorie. Men projecteert deze profetie op het verleden of, wat nog verwarrender is, wisselend op verleden of toekomst.

Veel teksten probeert men te vergeestelijken.

Men gelooft dus niet wat Zacharia in Gods naam zegt.

Dit leidt tot bedekking.


Zie er komt een dag.

Het gaat over de tijd van de wederkomst.

De dag van de HEERE is de periode van oordelen in de eindtijd.

Deze uitdrukking plaatst de hele profetie in toekomstperspectief.


Wat is "de dag van de HEERE?"

Buit, op u behaald.

Buit heeft meestal te maken met een militaire actie.


Welke buit?

Buit, behaald op de vijanden. Dus: uw buit.

Wie is "u"?

De buit van u (vrl) in het midden van u (vrl) wijst terug naar "het volk" van de vorige tekst.

In de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst is er geen scheiding tussen hoofdstuk 13 en 14.

Dat volk is het "geliefde ⅓ deel, het gelovige overblijfsel.



Vers 2

Jeruzalem wordt ingenomen.

Er zullen ook puinhopen ontstaan door deze aanval. Die puinhopen zijn er als de Jezus terugkeert. Jesaja spreekt over terugkeer naar Sion en over puinhopen.

Alle heidenvolken tégen Jeruzalem.

Vóór "alle" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Tijdens de Gazaoorlog keerden de heidenvolken zich massaal tegen de Joden. Er is een snelle opkomst van antisemitisme. We zien nu al een begin van de vervulling van deze profetie. B.v. Nederland boycot het songfestival omdat Israël meedoet.

(16 mei 2026)


Strijd tegen Jeruzalem.

Daar in de tempel zal het beeld van de antichrist, de gruwel, staan.

De volgelingen van de antichrist worden gemolesteerd.


Het overige van het volk.

Overige = overblijfsel, dus het gelovige deel van Israël.

Volk = am, ammi. Dat woord geeft een relatie aan, hier een relatie met God.

Dit gelovige overblijfsel zal NIET van Jeruzalem worden afgesneden. Kort hierna zullen ze hun Messias ontmoeten nadat Hij op de Olijfberg wederkwam.

Wie vluchten weg?

De handlangers van de antichrist. Een kloof door de Olijfberg geeft een vluchtweg.



Vers 3

De HEERE zal uittrekken.

De HEERE zal optrekken tegen de vijanden.

Dit staat ook in

De HEERE = JHWH

Zo staat het ook in vers 9.

Volgens Zacharia 6 komt Jezus met 4 hemelse legermachten, voorgesteld door 4 bespannen strijdwagens. De strijdwagen met de rode paarden blijft op de Olijfberg achter om Jeruzalem te beschermen.

David profeteert ook over deze strijd.

Jeremia spreekt over een vernietigend einde.

De dag van de strijd.

Deze uitdrukking verwijst naar veldslagen waarin de HEERE voor Israël streed. Zoals in de tijd van Jozua en in de tijd van de richters en David.

Hoe loopt het af met de heidenvolken?

Jeremia spreekt over een vernietigend einde.

De profeet Jesaja profeteert over Babylon in de eindtijd.

De heidenvolken komen gedecimeerd uit de strijd. Mensen zijn zeldzamer dan goud van Ofir.

Ook Psalm 110 spreekt erover.

Ook Jeremia vult de vreselijke afloop in.

Ook het bijbelboek openbaring spreekt over een enorm aantal doden onder de volken tijdens de oordelen in de grote verdrukking.

Eerst ¼ van de wereldbevolking.

Later nog eens ⅓. Dan zijn er wel 4 miljard doden op aarde.



Vers 4

Zijn voeten op de Olijfberg

Jezus komt fysiek terug op de Olijfberg. Dat is ook voorzegd in

Voeten-ceremonie.

Door het plaatsen van de voeten claimt Jezus het land Israël als Zijn bezit.

Hetzelfde zien we in

Het gaat daar ook over Jezus.

Daar claimt Jezus de hele aarde.

Door de schoen op een land te plaatsen verklaart men dat land tot eigendom.

In tweeën gespleten.

Precies onder de Olijfberg loopt de Jordan Rift Valley, een breuklijn vanaf Istanbul, via Noord-Israël tot in Kenia. Sinds 1927 is dit gebied weer actief. Ook in het verleden waren daar veel aardbevingen.


Er ontstaat een zeer lange kloof die oost - west loopt.

De Olijfberg gaat voor een deel naar het noorden en voor een deel naar het zuiden. Zo ontstaan 2 bergen met een dal er tussen.


4 strijdwagens.

Eerder zag Zacharia vier strijdwagens. Ze kwamen tevoorschijn van tussen twee bergen.

Mogelijk is dit de hemelse legermacht die tegelijk met Jezus verschijnt.



Vers 5

Azal.

Azal is géén plaats, maar betekent:

Dat kan erop wijzen dat de kloof weer toegesloten wordt, waardoor de goddeloze vluchtelingen omkomen. Zo wordt het ook verklaard in rabbinale commentaren.

Aardbeving ttv Uzzia.

Letterlijk:

dé aardbeving ttv Uzzia.

Die aardbeving in 754 v C. was wel heel zwaar.

Amos vermeldt ook deze ramp.

Dan zal de HEERE komen.

Parallel aan de wederkomst van Jezus op de Olijfberg zal ook de HEERE God teruggaan naar Jeruzalem. De heerlijkheid van de HEERE keert terug in de tempel.

Gods vertrek uit de tempel van Salomo staat in

Al de heiligen komen met Jezus.

Als de gelovigen met Jezus zullen wederkomen, dan moeten ze daarvóór al opgenomen zijn in de hemel. Ook de engelen komen mee.

Verschil opname en wederkomst.

Al de heiligen met U.

Wie is "U"?

Hier staat een vrouwelijk woord. De enige andere vrouwelijke woorden zijn:

Dat ⅓ deel wordt gevormd door de achtergebleven inwoners van Jeruzalem.


VdW:



Vers 6

Het kostbare licht zal er niet zijn.

Er zal geen fel licht zijn, maar er zal ook geen duisternis zijn. Zo schrijft ook de engelse KJV. Het zal net zo zijn als tijdens de woestijnreis van Israël. Toen gaf de wolkkolom overdag schaduw en gaf de vuurkolom 's nachts licht.

Jesaja profeteert dit ook en hij plaatst zijn profetie ook nadrukkelijk in de eindtijd als "De Spruit", de Messias, op aarde is.

Ook Openbaring beschrijft ditzelfde verschijnsel in de eindtijd.

Andere vertaling.

VdW:

(Letterlijk: het daglicht zal slinken)



Vers 7

Er zal één dag zijn.

Het grondwoord "echad" betekent

(Het betekent NIET uniek.)

In Genesis 1:5 staat hetzelfde woord echad: "eerste dag".

De afwezigheid van licht gaat vooraf aan de eerste schepping.

De afwezigheid van licht gaat ook vooraf aan de nieuwe schepping, dus gaat vooraf aan het vrederijk.

VdW:

Alléén de Vader weet van deze dag. Zelfs de Zoon weet die dag niet.

Geen dag en geen nacht.

De bedoeling is: geen normale dag en geen normale nacht. Het zal dus zijn zoals bij Israël in de woestijn. De wolkkolom nam het felle zonlicht weg en de vuurkolom verlichtte 's nachts.

In de avond licht.

VdW:

De grote verdrukking eindigt. Er is duisternis, maar God spreekt opnieuw: "Er zij licht". Dan breekt de wereldsabbat aan.

Jesaja 9:1-5 is hier zeker van toepassing en wordt vervuld.


Gods vier voorjaarsfeesten zijn precies vervuld in Jezus.

Dat zal zo ook zijn met Gods drie najaarsfeesten.

Dan is de wederkomst vervulling van de verzoendag. Jezus komt, maar ook de heerlijkheid van de HEERE verschijnt tegelijk.

Op de verzoendag branden de Joden een kaars die minstens 25 uur brandt, dus ook 's avonds en 's nachts. Dat beeld wordt straks werkelijkheid.



Vers 8

Op die dag.

Steeds is het die dag die in Zacharia 12 en Zacharia 13 wordt genoemd.


De tempelbeek .

Het levende water komt uit de tempel. Zacharia spreekt er ook over in

Ook andere profeten, Joël, Ezechiël, Johannes, spreken over de tempelbeek.

Er staan in Ezechiël 47 zoveel details, dat het onmogelijk is om deze profetie te vergeestelijken. Het is een echte rivier.

Eén aftakking stroomt naar de Dode Zee en de tweede aftakking stroomt naar de Middellandse Zee.

De zeeën worden weer schoon!!! en komen weer tot leven!

Ook Johannes ziet deze rivier.

's Zomers en 's winters.

Dus altijd zal er dit levende water stromen. Levenwekkend water is het.

De meeste beken drogen 's zomers uit in Israël. Deze tempelrivier droogt dus niet uit.



Vers 9

De HEERE wordt Koning.

Belangrijk!

In de grondtekst staat de letter lamed. Die letter wordt in vertalingen vaak genegeerd.

Als we de letter lamed wel vertalen wordt de vertaling duidelijker:

VdW:

Dus Jezus zal in deze theocratie in naam van Zijn Vader regeren. Dat koningschap van Jezus omvat de hele aarde.

De HEERE woont weer in de tempel in Jeruzalem en Jezus zit daar op de troon van David.

De HEERE wordt Koning.

Jezus is naar de hemel gegaan om het koningschap te ontvangen.

Johannes beschrijft het moment dat Jezus het koningschap ontvangt. Het gebeurt als de zevende bazuin wordt geblazen. Het is dus vlak voor de wederkomst.

God en Christus zijn nauw verbonden. God legt de wereld aan Jezus' voeten.

God regeert dmv. Zijn Zoon. Niemand stelt de macht van God nog ter discussie.

Uw wil zal geschieden. Als er één wil is, kan er vrede zijn.

De HEERE de Enige.

Jezus wordt de Koning over heel de aarde. Hij is de Overste van alle koningen van de aarde.

Wanneer is het koninkrijk?

Geestelijk is het koninkrijk er nu reeds. Gelovigen zijn de onderdanen.

Het aardse koninkrijk wordt geopenbaard in de laatste tijd.

Let op.

Er staat in 1 Petrus 1:5 niet: ná de laatste tijd of in de eeuwigheid. Het aardse koninkrijk van Jezus is dus iets van deze tijd en niet iets van de eeuwigheid.



Vers 10

Worden als de Vlakte.

Die vlakte is de Arabah, een vlakke landstreek ten zuiden van de Dode Zee. Een deel van het bergland van Judea zal dus een vlakte worden.


Geba.

Geba ligt 10 km ten noorden van Jeruzalem, dichtbij Mizpa.

Rimmon.

Zuidelijkste plaats van de toekomstige vlakte. Rimmon ligt bij Berseba.


De Benjaminpoort.
Die poort bevond zich aan de noordkant van Jeruzalem, zo genoemd omdat die in de richting van het stamgebied van Benjamin wees.

De vroegere poort. Waarschijnlijk een poort in de oostelijke muur van de stad; het precieze punt is onbekend, maar het verwijst naar een historische toegang tot de stad.

De Hoekpoort. Vermoedelijk op de noordwestelijke hoek van de stadsmuur.
  • 2 Kronieken 26:9.
Het was een bekende versterkte toegang.
  • Jeremia 31:38.
De Hananeëltoren.
Een toren in het noordoosten van Jeruzalem. Het was een belangrijk verdedigingspunt.
  • Nehemia 3:1.
  • Nehemia 12:39.
  • Jeremia 31:38.

De koninklijke wijnperskuipen. Deze perskuipen bevonden zich waarschijnlijk ten zuiden van de stad, waar druiven geperst werden voor wijn, en symboliseren hier de zuidelijke grens van Jeruzalem.


Uitleg.

Jeruzalem.

Jeruzalem zal bij al die geografische veranderingen gespaard blijven.



Vers 11

Zij.

Het gelovige overblijfsel van Israël.


Erin wonen.

Letterlijk:

Het zal er volkomen veilig zijn.

Ze zullen er niet meer weggaan.

Banvloek.

Geen oordeel van God bedreigt hen meer. Tot zegen zullen ze zijn.

Over die zegen spreekt Paulus ook. Die zegen, ook voor de heidenen, komt als Israël Jezus als Messias erkent.



Vers 12

De volken.

De plaag.

Er staat: dé plaag.

Van de vijandelijke legers blijft niemand over. We lezen er ook over in

Deze plaag doodt al het levende (zie ook vs 15), maar spaart het levenloze (vs 14).

Mogelijk gaat het over nucleaire wapens.

Het is zoals bijenwas smelt voor het vuur: daar blijft niets van over.



Vers 13

Op die dag.

Het is de dag des HEEREN, een dag van oordeel.

In Zacharia 12 en Zacharia 13 wordt ook steeds over "die dag" geschreven.


Tegen elkaar strijden.

Hier herhaalt zich de geschiedenis. De ene bondgenoot strijdt tegen de andere bondgenoot. Ze worden in de verwarring vijanden. Zo verloste God vaker.



Vers 14

Juda strijdt mee.

Nadat Mattheus 23:39 vervuld is, scharen de Joden zich achter de Messias.

Juda is Gods boog en Efraïm is Gods pijl.



Vers 15

Waar blijven al die lijken?

7 maanden zijn er nodig om het land Israël te reinigen.

Waar blijft al het wapentuig?

7 jaren zijn nodig om alles te verbranden.

Wordt het thuisland van de vijand getroffen?

Ezechiël spreekt over vuur waardoor ook het thuisland van de vijand wordt getroffen.



Vers 16

Jaarlijkse pelgrimstochten.

Dit zijn verplichte tochten.

Loofhuttenfeest.

Dat is de laatste van Gods feesten. Met dit feest eindigt het landbouwjaar. Waarschijnlijk is dit ook het feest, waarop Jezus als mens werd geboren.

Al Gods feesten worden door Jezus vervuld.

De vier voorjaarsfeesten heeft Jezus al vervuld.


Loofhuttenfeest.

Dat feest begon 15 Tisri.

Op elke dag van het Loofhuttenfeest werden stieren geofferd volgens

Dag 1: 13 stieren.

Dag 2: 12 stieren.

Dag 3: 11 stieren.

Dag 4: 10 stieren.

Dag 5: 9 stieren.

Dag 6: 8 stieren.

Dag 7: 7 stieren.


Totaal 70 stieren. Er zijn in Genesis 10 ook 70 volken.

Het Loofhuttenfeest is ook een feest voor alle volken.

Vertegenwoordigers van alle volken trekken jaarlijks op naar Jeruzalem als Jezus daar regeert. Ze vereren en aanbidden de Messias.



Vers 17

Zonde is nog niet weg.

In dit vers wordt duidelijk dat er in het vrederijk nog steeds zonde is.

Dat wordt bevestigd in

Daar is, aan het eind van het 1000-jarige vrederijk, weer een opstand van mensen o.l.v. satan.

Ook Jesaja profeteert dat er in het vrederijk nog zonde is.



Vers 18

Egypte.

Daar is men veel meer afhankelijk van de overstroming van de Nijl dan van de regen. Maar...de Nijl is opgedroogd.

Egypte zal zich bekeren en de Messias dienen. God noemt het zelfs "Mijn volk".

De plaag.

Dat is hier de droogte. Ook andere volken kregen geen regen.


Loofhuttenfeest.

Enige feest met 8e dag.

8e is altijd symbool van een nieuw begin.

Het nieuwe begin is het vrederijk. De sabbat van de wereldgeschiedenis breekt aan.

Het Loofhuttenfeest zal als zevende van Gods feesten in Jezus vervuld worden.



Vers 19

Dit zal de straf zijn.

Die straf is het uitblijven van de regen.



Vers 20

Heilig voor de Heere.

In de grondtekst staat: HEERE . Zie SV.

Deze tekst stond op de hoed van de hogepriester.

De aanwezigheid van God in Jeruzalem maakt alles heilig.

Al het vaatwerk in Jeruzalem wordt bruikbaar voor de dienst van God. Overal wordt God nu gediend.

Gods wil gebeurt nu hier op aarde net zoals in de hemel. Daar bidden we om in het Onze Vader.


Zullen er weer priesters zijn?

Ja zeker.

De priesters komen uit de lijn van Zadok.



Vers 21

Die willen offeren.

In de laatste tempel zal ook geofferd worden.

We lezen over brandoffer, dankoffer, graanoffer.

Kanaäniet.

Dat kan ook vertaald worden met handelaar.

Jezus verdreef de handelaren uit de tempel. Die handelaren maakten van de tempel een rovershol.

De tempel zal niet meer ontheiligd worden doordat er handelaren in de tempel hun waren verkopen.



<