Hoofdstuk 11


Vers 1

Wat ziet de profeet?

De profeten weten niets van de tijd van de gemeente. Dat was een geheimenis, een verborgenheid.

Ze zien Jezus' eerste komst nog direct verbonden met het vrederijk.

Doordat Israël Jezus niet als Messias erkende, werd ook de komst van het aardse koninkrijk uitgesteld. Er kwam wel een geestelijk koninkrijk.

Na Armagedon.

Als de eindstrijd wordt gestreden, wordt er veel verwoest. Bossen zijn weg, weidegronden verloren.

Ook de pracht van de Jordaan, bij de bronnen van de Jordaan, is verwoest.

Deuren open.

In Libanon zit Hezbollah en bij Basan (=Golan) zit Syrië, twee vijanden van Israël.




Vers 2

Basan.

Huidige Golan.


Ceders en eiken.

  1. Heidenvolken ten noorden van Israël? Dat past wel bij Zacharia 10:10-12. In 2024 schakelde Israël Hezbollah in Libanon uit. In maart 2026 is er opnieuw een hevige oorlog met Hezbollah, tegelijk met de oorlog tegen Iran. Israël schakelde toen veel kopstukken uit. Ook Syrië werd in 2024 aangevallen en de bufferzone op de Golanhoogte werd vergroot. Mogelijk herhaalt zich dat nog eens.
  2. Hoogmoedige Joden? In vers 4 gaat het ook over hoogmoedige leiders van Israël.



Vers 3

Herders.


Vijanden komen mogelijk naar Israël, zoals Gog in Ezechiel 38.

In Ezechiel 39 wordt deze legermacht door God vernietigd.

Is deze ondergang misschien de oorzaak van de vernietiging van de Libanon in het noorden en ten noorden van Israël?



Vers 4

Mijn God.

Mijn Ĕlôhîym = goden.

Dat kan ook Jezus zijn. Dan zegt God tegen Jezus, dat Hij de slachtschapen, het overblijfsel van Israël, moet weiden. Dat klopt met vers 7.

Let op:

Dan lezen we de tekst zo:

Zo zegt de HEERE: "Mijn God (=Jezus) weid die slachtschapen."


Ook Micha schrijft dat Jezus Zijn volk zal weiden.

De context bij Micha is ook de eindtijd. Israël zal veilig wonen (vs 3), Israël zal de machtigste natie zijn (vs 7), er zal vrede zijn. (vs 9)


Slachtschapen.

Letterlijk:

Vóór het woord "kudde" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Dus: het is Mijn geliefde kudde, gemerkt ter slachting.


Het zijn waarschijnlijk alle gelovigen in de grote verdrukking.

Dat is niet "de gemeente", want die is al opgenomen voordat de toekomstige toorn, de grote verdrukking, losbarst.



Vers 5

Hun kopers doden hen..

De vervulling van deze profetie is niet echt te plaatsen in de tijd van Zacharia. Vers 6 wijst naar de eindtijd. God rekent af met de goddelozen.


De kopers.

De kopers zijn de bezitters. De schapen zijn in hun macht. De kopers zijn waarschijnlijk de machthebbers tijdens de grote verdrukking, dus de antichrist en de valse profeet en hun handlangers.


De verkopers.

Mogelijk zijn dat verraders. Ze verdienen er goed aan om de gelovigen te verraden. Onder uitdrukkingen als:

zijn in het verleden de ergste misdaden gepleegd.

Het grootste gevaar ontstaat wanneer mensen denken, dat hun daden door God zelf goedgekeurd worden.


Zo zal het gaan in de grote verdrukking. Israël heeft geen beschermer. Er zijn slechte herders en verkopers en kopers die zich het lot van Israël NIET aantrekken.

De antichrist keert zich tégen de heiligen van de Allerhoogste.

Israël moet vluchten in de woestijn, want de draak, (de satan of de antichrist), wil hen ombrengen.

Ze voelen zich niet schuldig.

De kopers zijn de moordenaars, zegt de tekst. Ze doden de gelovigen, maar voelen zich niet schuldig, want het is voorschrift van de regering.

Waarschijnlijk zijn het handlangers van de antichrist.


Hun herders.

Hun regeerders, hun leiders, hebben ook geen medelijden.

Het zijn slechte herders.



Vers 6

Bewoners van het land.

Land = aarde

De goddeloze mensheid wordt in de grote verdrukking getroffen door de toorn van God en van het Lam.

God treft de aarde met grote oordelen en rampen:

De aarde wordt te gronde gericht, de één doet de ander kwaad. Koningen terroriseren hun eigen onderdanen. De antichrist regeert. De antichrist wordt ook een koning genoemd.

Ook Micha beschrijft die vreselijke maatschappij, nadat de gemeente, de goedertieren en oprechte mensen, zijn verdwenen.

Hoe zijn ze verdwenen? De ontslapen gelovigen zijn opgestaan en de levende gelovigen kregen een vernieuwd lichaam en ze worden opgenomen?



Vers 7

Ik.

Dit is Jezus.

Dit ondersteunt een andere interpunctie van vers 4.


Slachtschapen.

Letterlijk:

Vóór het woord "kudde" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Dus:

Dit is een déél van het volk Israël, het gelovige deel, in de grote verdrukking.

Het ongelovige deel wil Jezus niet weiden. Dat deel volgt de antichrist.

Omdat zij ellendige schapen zijn.

VdW:

Volgens recht zijn dat de verdrukten van de kudde.


Ik weidde de slachtschapen.

Ik = Jezus.

Deze profetie is niet vervuld toen Jezus op aarde was.

Jezus neemt het op voor het gelovige overblijfsel van Israël in de grote verdrukking. Hij beantwoordt zo de opdracht van God uit vers 4.

2 Staven.

Het gaat hier om 2 herdersstaven.

  1. Liefelijkheid.
  2. Samenbinding.

Jezus wil in "liefelijkheid" met Zijn gelovige volk omgaan en Hij wil het volk "samenbinden".



Vers 8

Herders.

In vers 5 gaat het over "hún herders", dus herders van Israël. Er staat over de herders dat ze Gods volk niet sparen. Het gaat over slechte herders.

Deze herders zijn dus tégen God.

Ezechiël spreekt ook over de ondergang van "herders" en plaatst dat in de eindtijd.

Ook Daniël schrijft over de strijd van de antichrist tegen de heiligen van de Allerhoogste. (De slachtschapen van Jezus). Ook Daniël plaatst dit doden van Gods volk in de eindtijd. Dit gebeurt totdat de "Oude van dagen" Zijn Zoon zendt.

Jezus brengt in de eindtijd het volk terug in het beloofde land en wordt Koning. David wordt Hij genoemd.

Ik roeide uit...

Het grondwoord betekent:

Bovendien staat, aldus G.A. v.d. Weerd, voor "drie" het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

VdW : Ik verborg 3 toegenegen herders in 1 maand.


Maar... wie zijn dat?


Drie herders uitgeroeid.

Veel verklaringen worden gegeven, maar ze kloppen niet met "1 maand". Als we lezen, zoals de HSV het vertaalt, dan staat er dat het vijandige herders zijn. Dan zouden die drie herders kunnen zijn:

  1. Antichrist.
  2. Valse profeet.
  3. Gog. (Dat was niet "één van Israëls herders, maar een "herder" van buitenaf.)

Jezus schakelt ze uit zodra Hij wederkomt.

Ook de rest van vers 8 kan zéker van toepassing zijn op deze 3 vijandige personen.


Veel verklaarders zien in deze "drie herders":

  1. Profeten.
  2. Priesters.
  3. Koningen.

De kanttekening SV noemt ook:

  1. Farizeeën.
  2. Sadduceeën.
  3. Essenen.

Ze menen dat God hier zegt dat Hij in korte tijd het leiderschap van Israël verwerpt of wegneemt, omdat het volk en de leiders niet luisteren.

In verband met Evangelie van Mattheüs 27 (waar Zacharia 11 wordt aangehaald) zien sommigen een verwijzing naar de tijd van Jezus:
religieuze leiders (Farizeeën, Sadduceeën, Schriftgeleerden) worden verworpen en
het oude leiderschap faalt bij de komst van de Messias.


De context.

In vers 12 gaat het over de dertig zilverstukken die Judas ontving voor zijn verraad van Jezus.

De profeet Zacharia ziet echter de eerste komst van Jezus nog samen met het vrederijk.

Het koningschap van Jezus ziet Zacharia in

en het vrederijk in het daarop volgende vers.

Zacharia weet nog niets van de verwerping van de Messias en de komst van de gemeente. Door het ongeloof van de Joden is jaarweek 70, de grote verdrukking, verschoven naar de eindtijd.

In Daniel 12:12 lezen we over 45 dagen na de wederkomst. 1235 Dagen wordt daar genoemd. In die 45 dagen is deze maand van vers 8 mogelijk inbegrepen, waarin Jezus afrekent met de drie grootste vijanden.



Vers 9

Ik zal U niet meer weiden.

"Meer" staat cursief, dus is ingevoegd door vertalers.

Er zullen ook veel Joden zijn die de antichrist volgen.

Jezus verwerpt hen en wil hun Herder niet zijn.


Uitgeroeid.

Letterlijk: verborgen.


Elkaars vlees verslinden.

De Studiebijbel spreekt bij de uitleg over kannibalisme.

De volgers van Gog zullen zich tégen elkaar keren.

Ook zal de antichrist strijden tegen de koning van het zuiden en de koning van het noorden.



Vers 10

Mijn stok liefelijkheid.

Vóór "Mijn stok" staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Volken.

Hier waarschijnlijk de Joodse stammen, of heidenvolken die verbonden zijn met de antichrist of met Gog.

God verbreekt Zijn verbond met hen. Nu vallen ze Israël aan. De "lieflijkheid" is kapot. Ze doden elkaar.

Micha beschrijft die tijd.

Verbond.



Vers 11

Ellendige onder de schapen.

Dit zijn de gelovige Joden tijdens de grote verdrukking. Jezus weidt hen.



Vers 12

Tegen hen gezegd.

Hen = volken.

Geef Mij Mijn loon.

Jezus vraagt aan de volken om Zijn loon. Jezus wil vruchten van bekering zien.

Ze moeten Hem erkennen als Messias-koning, maar ze verwerpen Hem.

God was Het Loon voor Abraham.

Jezus vraagt die beloning dat het volk Hem als Gods Zoon zal erkennen. Erken Mij als jullie koning.

Het is echter precies zoals bij Judas en het sanhedrin. Het sanhedrin verwierp Jezus ook. Dat bleek uit het bedrag van 30 zilverlingen voor Judas.

30 zilverstukken.

Dat is het bedrag dat men aan de eigenaar van een slaaf moest vergoeden als men schuldig was aan de dood van zijn slaaf.

Het Joodse volk stond schuldig aan de dood van de knecht van de HEERE.


Wat zag de profeet?

De profeten zien steeds Jezus' eerste komst gekoppeld aan het vrederijk. De christelijke gemeente was nog onbekend.

De intocht op de ezel en het loon van 30 zilverlingen voor Judas, zag de profeet dichtbij de komst van het vrederijk.



Vers 13

De HEERE zei tegen mij.

"Tegen mij" kan ook betekenen: God van mij.

Anders:

Pottenbakker.

Een pottenbakker in de tempel is vreemd. Ook in de context past pottenbakker niet.

Het grondwoord betekent:

VdW :

werp dat naar de Schepper.


Of: ze kopen voor dit geld de akker van een pottenbakker.


Een mooie prijs.

Dat is ironisch bedoeld. Het laat zien dat het een verachtelijke prijs was.



Vers 14

3x "eth".

Vóór de woorden " stok", "samenbinding" en " broederschap " staat het woordje "eth". Als we dat wél vertalen staat er:

Samenbinding.

Letterlijk:

De vervulling van de profetie over de verbreking van de stok vindt plaats nadat Jezus door Judas is verraden.

Jezus verbreekt de band met het ongelovige Jodendom, omdat ze Hem niet als Messias erkennen.


Broederschap.

De Joden waren immers broeders van Jezus.

Jezus heeft volgens vers 7 die 2 stokken. Als de Joden Hem verwerpen, verbreekt Hij de tweede stok, de broederschap, met de ongelovige Joden (Juda+Israël).

Totdat ze zeggen: Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des HEEREN.

Het gaat dus NIET over de verbreking van broederschap tussen het 2- stammenrijk en het 10- stammenrijk. Want dat was al na de dood van Salomo en dat is nooit goed gekomen.



Vers 15

Dwaze herder.

Dwaas = slecht, nietswaardig, eerloos.


Het "gereedschap van een dwaze herder" is geen letterlijk werktuig zoals een staf of stok, maar symboliseert de houding en het gedrag van een slechte leider: wreed, nalatig en zelfzuchtig. Hij gebruikt zijn "gereedschap" om te schaden in plaats van te beschermen.



Vers 16

In het land.

Als er géén lidwoord staat vóór "erets ", dan vertalen we met "aarde".


Een (eerloze) herder op de aarde.

Dat is de antichrist. De tekst laat zien dat hij een slechte herder is.

Israël verwierp Jezus, de goede Herder. Nu kiest het ongelovige deel van Israël voor een slechte herder, zoals Jezus heeft gezegd.

De jonge dieren.

Het grondwoord "na'ar' " kan ook betekenen:

De antichrist neemt afstand van hen die hem niet willen dienen.


Die nog overeind staat...

Het grondwoord "natsab" betekent:

Wie tégen de antichrist opstaat, zal hij niet helpen.


Vlees van de vette dieren.

"Dieren" staat niet in de grondtekst.

Dit is een metafoor.

Het gaat over rijke mensen, mensen die "vet geworden zijn". De antichrist gedraagt zich als een verscheurend dier, het Beest.

Afrukken van de hoeven.

Misschien betekent dit dat men niet meer kan vluchten.


Een slechte herder staat op.

Nadat ze Jezus verwierpen, krijgen de Joden een slechte herder. Dat zal de antichrist zijn. Paulus noemt hem "zoon van het verderf".

De profeet Zacharia ziet dit allemaal kort bij elkaar, want hij weet nog niet van de tijd van de gemeente en de verwerping van de Messias door de Joden.


Hoe is de antichrist?

Hij is precies de tegenpool van Jezus.



Vers 17

De herder van niets.

De juiste vertaling:

Dit wijst naar de antichrist in de eindtijd. Hij laat zich als een afgod vereren zegt Paulus.

Het zwaard treft zijn arm en oog.

Jezus strijdt met een zwaard.

Het is het zwaard van Jezus dat deze slechte herder machteloos maakt.

Als Jezus wederkomt, rekent Hij af met de antichrist en de valse profeet. Jezus werpt hen in de hel.

Rechteroog wordt blind.

Daardoor wordt men ongeschikt om de strijd aan te gaan.



<