Indeling van hoofdstuk 6
Luister toch...
Vs 1-5 God klaagt Zijn volk aan. God spreekt door Micha.
Bergen en heuvels moeten belangrijke getuigen zijn. Op hun hoogten waren de afgodstempels. Dat was zo in de tijd van Micha, maar
waarschijnlijk is dat ook aan het eind van de grote verdrukking.
Er volgt een oordeel over de ongelovigen en vijanden.
In Micha's tijd was er een voorvervulling. Ook Jeremia klaagt het volk voortdurend aan en roept op tot terugkeer.
Rechtzaak vd HEERE.
Of:
In de vertaling staat 3x het woord rechtzaak. De eerste twee woorden die met rechtzaak zijn vertaald zijn gelijk.
Het 3e woord is anders. VdW vertaalt met "aanklacht".
Er is dus een rechtzaak tegen Zijn volk, Juda. Bij een rechtzaak is nog verdediging mogelijk.
Er is een aanklacht tegen Israël, het 10-stammenrijk.
Vaste fundamenten.
Dat zijn de bergen. Ze staan al duizenden jaren. Ze zijn betrouwbare getuigen.
Het benadrukt ook de betrouwbaarheid van God als aanklager. De bergen weten dat God altijd dezelfde bleef.
Getuig tegen Mij.
God vraagt: "Welke reden heb Ik gegeven voor deze breuk?"
Gods vrouw is Hem ontrouw geworden, maar waarom?
Ik heb u...
Als de goede God niet had gered, dan waren ze nooit uit Egypte verlost.
3 profeten.
Mozes, Aäron en Mirjam waren Gods profeten.
Wat Balak beraamde.
Balak riep Bileam te hulp.
Bileam moest het volk vervloeken, wat God voorkwam. Een vloek kan geweldige gevolgen hebben.
Elisa vervloekte kinderen in Bethel en door 2 beren werden 42 kinderen gedood.
Van Sittim tot Gilgal :
Dat was o.a. de tocht door de Jordaan.
Waarmee zal ik..
Ik = Micha.
Vers 6-8. Micha spreekt als advocaat, als bemiddelaar.
Micha weet van de goedheid van God en van de slechtheid van het volk.
Eenjarige kalveren?
God wil liever gehoorzaamheid dan offers.
Grote offers schieten tekort.
Er bestaat geen offer dat groot genoeg is om de schuld van het volk weg te nemen. Dan plaatst het dit gedeelte naar de eindtijd. Velen volgen de antichrist en de valse profeet en satan.
N.B. alléén het offer van Jezus stelde God tevreden.
Dat offer is er ook om u te redden.
Moederschoot.
Dit woord klopt niet voor Micha. Hij is een man.
Beter: mijn lichaam.
Wat vraagt God van ons?
God vraagt geen uiterlijke dingen, geen extra offers.
God vraagt 3 dingen. Die gaan over ons innerlijk, over onze levenswandel.
God wil Zijn eigen beeld in ons herkennen.
God zelf is rechtvaardig en goedertieren en Hij ís Liefde.
Die drie eigenschappen wil God in ons terug zien.
Gods verborgen omgang vinden die mensen waarin Zijn vrees woont.
Niet voldaan aan Gods eisen.
Het volk had niet voldaan aan Gods eisen. Daarom komt de straf.
Rijmpjes.
Geen rijker les,
En meer van kracht,
Dan Micha zes,
En wel...vers acht.
Al wat God van u verwacht,
staat in Micha 6:8.
De roede komt.
Vers 9-12 gaat over een stad van verderf. Waarschijnlijk is het Jeruzalem dat diep gezonken is.
Die naam wordt verzwegen.
Het ziet naar de eindtijd. Dan staat daar in de tempel de "gruwel", het beeld van de antichrist.
"Uw naam ziet uit naar wat...."
VdW vertaalt:
Schatten van goddeloosheid.
In de grote verdrukking zullen de gelovigen worden vervolgd en gedood.
De ongelovige aanhangers van de antichrist verrijken zich met de achtergelaten bezittingen.
Een krappe efa.
Een efa is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 20 en 45 liter.
Een krappe efa heeft een onzuivere inhoud, te klein.
"Zou Ik rein zijn...."
= zal Ik vrijspreken vanwege...
Nee, dat kan een rechtvaardige God toch niet doen!
Geweld, leugen en bedrog.
2 Thessalonicenzen 2:8.
Vers 13-16: het oordeel van God.
Ik zal u ook ziek maken.
In het Hebreeuws verschillen "Ik maak ziek" en "Ik ben begonnen" heel weinig.
Dat leidt dus tot verschillende vertalingen.
VdW:
Gods oordelen komen
Gevoel van leegte.
Zaaien, maar niet maaien.
Die straf staat al in
Men houdt zich...
In de grondtekst staat
Het gaat over een persoon, iemand die de afgoden volgt.
Het gaat over de antichrist.
U gaat voort..
Dit stukje kan ook vertaald worden als:
"U" zijn de volgers van Omri en Achab en in de eindtijd de volgers van de antichrist.
Dan is de bedoelde afgoderij de cultus rond het beeld van de antichrist in de tempel.
Omri.
Koning van de tien stammen.
Vader van Achab.
Achab.
Zodat Ik u overgeef.
In de grondtekst geeft "Ik" (= God) zichzelf over.
VdW:
Daarom zal Ik Mij toewijden (=overgeven) aan uw ondergang / verwoesting.
Wat erg als God zich gaat "toewijden" om te verwoesten.
Ach, wie zal dan bestaan?