Profetie over Messias.
700 Jaren voor Christus opgeschreven en precies vervuld. Wat nog niet vervuld is, zal ook precies vervuld worden.
Vs 1-5 gaan over de komende Messias. Het
2e deel moet nog vervuld worden. Het "heerser zijn" had in Jezus' leven moeten gebeuren, maar Israël verwierp de Messias. Toen ging eerst het heil naar de heidenen en het koninkrijk werd geestelijk en het aardse rijk werd uitgesteld.
Bethlehem = broodhuis.
Efratha = vruchtbaar.
Uit u zal Mij voortkomen.
Hij komt om Gods wil en welbehagen te doen.
Heerser in Israël.
Dit is nog onvervuld.
De Messias Jezus zal dus Koning zijn, regeren.
De engel Gabriël zegt in Lukas 1:32-33 dat Jezus
Andere profeten onderstrepen dit.
Goddelijke oorsprong.
De oorsprong van Jezus is van de dagen der eeuwigheid dus van Goddelijke oorsprong.
Van eeuwige dagen af.
Het gaat hier om vóórwereldse tijden.
We noemen dat: eeuwigheid.
Hen.
Dat zijn de Joden in de tijd dat Jezus geboren wordt.
Overgeven.
= Prijsgeven.
God spreekt een oordeel uit.
Dat oordeel zal dus eindigen op twee tijdstippen.
Zij, die baart...
Na het jaar 70 worden de Joden opnieuw "prijsgegeven". Wie is "zij, die baren zal" in de toekomst? Dan is "zij" = Israël.
Het baren wijst naar "weeën". Jezus spreekt ook over de weeën en bedoelt dan de oordelen in de grote verdrukking. Daarna komt Jezus terug op de Olijfberg.
VdW:
Dit laatste deel gaat over de tien stammen.
Daarmee is de profetie in de eindtijd gekomen.
Hij zal staan..
Dit is een beschrijving van de 1000-jarige regering van de Messias.
Weiden.
Zij zullen veilig wonen.
Israël komt terug in het beloofde land. Sinds 1948 is de staat Israël een feit.
Ze zullen niet meer uit Gods land weggaan.
Nú zal Hij groot zijn.
Dat is vanaf het moment dat Hij wederkomt en op Davids troon zit.
Hij is de Koning van de koningen.
Groot tot aan de einden van de aarde.
Hij zal groot zijn.
Ieder zal Hem eren.
Hij zal Vrede zijn.
Het woord "hij" wordt afwisselend vertaald met:
De zinsbouw geeft aanleiding om hier "dit" of "deze" te gebruiken en niet te vertalen met "hij".
Het woordje slaat op "vrede". Het gaat niet direct over een persoon.
Dan moeten we lezen:
Dan gaat het over het vrederijk. Dan sluit het goed aan bij vers 3.
Wanneer Assur....
Beter: wanneer dan Assur.
Dan zullen wij doen opstaan.
"Wij"???
Micha spreekt niet over zichzelf.
"Wij" = God.
7 herders.
Dit is het moeilijkste deel. Ook de uitleg. Er is veel verschil in vertaling.
In de grondtekst staat het woordje "zelfs" of "juist" tussen 7 herders en 8 vorsten. Dat wordt gewoonlijk niet vertaald. Doordat het niet vertaald wordt, ontstaat er een tweedeling tussen 7 herders en acht vorsten.
Door het wel te vertalen horen deze stukjes bij elkaar.
Acht of achtste?
Niet duidelijk is of er "acht" of "achtste" staat.
Uit verwante talen begrijpen we dat de "achtste" verheven is boven de "zeven".
N.B. ook David was de achtste zoon van Isaï en hij werd verheven boven de anderen. Type van Jezus!!
N.B. ook de antichrist is de achtste, verheven boven zeven koningen
volgens
VdW vertaalt:
In Openbaring 5:6 staat het Lam, de Messias, ook met 7 ogen en 7 hoorns (bij Zich).
Dat zijn de zeven assistenten, de zeven aartsengelen. Het zijn de zeven geesten van God, die vóór Zijn troon staan.
Ze worden ook genoemd in
Ze zijn de uitvoerders van Gods besluiten. Zij dwingen die vrede af.
Over Gods strijdwagens lezen we in
Kunnen met herders wel strijders bedoeld zijn?
Ja, Jeremia spreekt ook over herders en dan bedoelt hij de generaals van Nebukadnezar.
Ook Jeremia spreekt over afweiden, net zoals
Obadja spreekt ook over verlossers, die de berg Sion opgaan. Daarna wordt Jezus koning.
Zeven aartsengelen.
In de bijbel heet Michaël een aartsengel.
Waarschijnlijk is Gabriël er ook één, want hij zegt dat hij vóór God staat. Hij is dus een aangezichtsengel.
De joodse traditie noemt de andere vijf namen:
Satan, naäper van God.
Satan is een naäper van God. De antichrist is de achtste koning en heeft ook 7 assistenten.
Deze achtste is ook de meerdere van die zeven assistenten.
Satan heeft zijn synagoge.
Satan heeft zijn leer.
Satan heeft zijn geheimen.
Satan heeft zijn troon.
Satan heeft zijn koninkrijk.
Satan heeft zijn macht.
Satan heeft zijn aanbidders.
Satan heeft een duivelse drie-eenheid.
Satan heeft engelen.
Satan doet wonderen.
Satan heeft zonen.
Satan krijgt offers.
Satan heeft een tafel en een beker.
Satan heeft heerlijkheid.
Satan heeft legers.
Zij zullen Assur weiden.
Die 7 herders, de zeven aartsengelen, zullen o.l.v. de Messias, de achtste Vorst, met het zwaard heersen over Assur. Israël zal verlost worden. De profeet Zacharia beschrijft het uittrekken van de hemelse legermachten.
Assur en land van Nimrod.
Dit zijn mogelijk de landen waaruit de verslagen coalitie van heidenvolken voortkwam.
In Zacharia 6:6 trekken Gods strijdwagens naar het noorden, westen en zuiden.
De wagen met de rode paarden trekt niet uit. Deze wagen blijft in Jeruzalem waar hij ook aankwam. Deze wagen, deze hemelse legermacht, hoort waarschijnlijk bij Michaël, de beschermengel van Israël.
Nimrod.
Als de dauw.
Vs 6-8 spreekt over herstel van Gods volk.
Israël krijgt grote invloed. Israël zal tot grote zegen zijn. Zegen, zoals dauw en regen, die niet van mensen afhankelijk is, maar alleen van God.
Overblijfsel van Jakob.
Jakob duidt op 12 stammen.
Uit alle stammen komen gelovige Joden. Dat is het overblijfsel.
De tempel als belangrijk middelpunt.
Israël ,een machtig volk.
Israël is de leeuw.
De heidenen zijn de schapen.
Dit ziet dus op de macht van Israël in de toekomst, maar ook op oordeel over de volken. Dat blijkt ook uit
Zacharia spreekt daar ook over.
Uw hand zal verhoogd zijn.
De hand van Israël.
Israël heeft de overhand. De vijanden worden verslagen. Dat zijn de vijanden uit de grote verdrukking:
Op die dag.
Dat is de dag van Jezus' wederkomst en de tijd van het vrederijk daarna.
Dat is in de wereldgeschiedenis de sabbat, de zevende dag.
Uw paarden...
Vs 9-14 Oordeel over Gods vijanden.
In het vrederijk is er geen oorlogstuig meer. Geen strijdwagens meer.
Ik zal de steden...
Het gaat hier om versterkte vestingen, vestingsteden en forten.
Die zijn niet meer nodig in het vrederijk. Er is geen oorlog meer.
Het occulte zal verdwijnen.
Het goddeloze Babylon valt.
Ook toverij en waarzeggerij en alle goddeloosheid worden uitgeroeid.
Alles valt nu onder Gods wet. Die wet gaat uit vanuit Jeruzalem.
Jeruzalem is het regeringscentrum van Jezus.
Gewijde stenen.
Stenen waaraan men magische kracht toeschrijft.
Geneeskrachtige stenen.
Het kan ook zien op afgodische altaren.
Gewijde palen.
Astarte is de vrouwelijke Baäl, afkomstig uit Babel.
Het is de vergoddelijkte Semiramis, de vrouw van Nimrod, de moeder van Thammuz.
Wat herinnert aan afgoderij moet weg.
Gods toorn.
Gods toorn gaat over de aarde in de grote verdrukking. We lezen over de toorn van het Lam in
Over die wraak (toorn) van God lezen we ook in: