Toekomst of allegorie?
Alle exegeten die géén oog hebben voor het toekomstperspectief vinden hoofdstuk 7 een allegorie.
De blindheid kan veroorzaakt worden door de dogmatiek.
Als men deze profetie op de tijd van Micha wil toepassen, dan zijn er veel details die het toenmalige gebeuren ver overstijgen. Dat ziet men dan als dichterlijke vrijheid van Micha.
De grondtekst is erg complex en dat leidt tot "verlegenheidsvertaling"en men snapt niet was de profeet bedoelt.
Wee mij.
Dus: wat een ellende overkomt mij.
"Inderdaad" is verdwenen.
In de grondtekst staat het woord "inderdaad" na "want".
Dat verbindt de verschrikkingen van hoofdstuk 6 met hoofdstuk 7.
Dus:
Nalezing vd wijnoogst.
In Openbaring 14:18 lezen we over de wijnoogst. De wereld wordt "gemaaid". De overrijpe druiven gaan in de wijnpersbak. Na een nalezing is er echt niets meer over.
Verdwenen.
De grondtekst wijst op een plotselinge gebeurtenis.
Een goedertieren mens.
Letterlijk:
Die gelovige mensen, die vromen, zijn verdwenen.
Op nog 3 plaatsen spreekt de bijbel daarover.
Dit moet direct ná de opname van de gelovigen zijn. Dan zijn er even geen oprechten meer op aarde. Later, in de grote verdrukking, komt er nog weer een grote menigte tot geloof.
Vreselijke tijd.
Vs 2-4 beschrijven de toestand in de grote verdrukking. Er is geen liefde meer. Het is een vreselijke tijd.
Vorst.
Dit woord staat in het enkelvoud. Dat zou de antichrist kunnen zijn.
Wie groot is..
Dat is een machtige, invloedrijke persoon.
Zo verdraaien zij de zaak.
De vorst, de rechters en de machtigen zweren samen en verdraaien de zaken in hun voordeel.
De dag van Uw wachters.
In Daniel 4:17 lezen we over een besluit van de wachters.
De wachters zijn waarschijnlijk de aartsengelen. De zeven engelen met de zeven schalen die in Gods oordelen gaan afrekenen.
De dag van de vergelding is aangebroken. De ontreddering van de vijanden is groot.
De "dag van de wraak", de toorn van Het Lam is gekomen.
Wachters als herders en verlossers.
Waarschuwing.
De gelovigen in de grote verdrukking krijgen hier een ernstige waarschuwing: vertrouw niemand. Zelfs de eigen gezinsleden zijn niet te vertrouwen.
Geloof een vriend niet.
Rēa = boezemvriend.
Zelfs het gezin is geen veilige plaats meer.
Ik zie uit naar de HEERE.
De profeet Micha is hier de spreekbuis voor de vervolgde gelovigen. Ná de opname van de gelovigen komen er, tijdens de grote verdrukking, nog veel mensen tot geloof. Velen sterven de marteldood.
Van God is hun heil.
Ik wacht op de God van mijn heil.
Dit is het uitzien van de gelovigen in de grote verdrukking.
De God (=elohim) kan ook Jezus zijn. Ze zien uit naar Zijn spoedige wederkomst. Dan worden zij ook verlost.
Vijandin.
De vertaling kan ook zijn
Dat is de antichrist met achter hem de satan.
Hij zal oorlog voeren tegen de heiligen en hen overwinnen.
Gods volk (=ik) zal dus wel vallen door de vervolging van de antichrist , maar dat zal niet blijvend zijn. Gods gelovigen zullen opstaan. We lezen dat in
De ondergang van de vijanden is nabij.
Ik zal Gods toorn dragen.
Gods toorn = de oordelen tijdens de grote verdrukking.
De mensen die in de grote verdrukking tot geloof komen, maken Gods toorn mee.
Hier spreekt het gelovige overblijfsel
woorden van ootmoed en bekering. Het overblijfsel van Israël zal de Messias erkennen. De bedekking van Israël verdwijnt dan.
Want ik heb gezondigd.
Als deze personen Gods woorden eerder hadden geloofd, dus nog vóór de grote verdrukking, dan waren ze bij de opname van de gelovigen van de aarde verdwenen.
Echter... ze waren toen ongelovig, ze zondigden tegen God. Daardoor moeten ze nu Gods toorn dragen.
Werk van Gods Geest.
Ik zal zijn gerechtigheid zien.
Het vrederijk komt direct ná de grote verdrukking.
In Jeremia 23:6 heet Jezus:
Hem zullen deze vervolgde of gedode gelovigen spoedig zien.
Ze zien ook Zijn gerechtigheid als Zijn rijk van vrede en gerechtigheid aanbreekt. Er wordt recht gedaan over al het onrecht. Ze leven tijdens "de dag van de wraak".
Wie spreekt hier?
Micha spreekt voor het gelovige overblijfsel.
Mijn vijandin zal dat zien.
De doelgroepen waar God mee omgaat, hebben allen een vrouwelijke identiteit.
De volgende vertaling is ook goed:
"Zij" is dan ook één van Gods doelgroepen, vrouwelijk dus.
Hier kan dat dus ook de antichrist zijn.
Die tegen mij zei.
2 Vertalingen mogelijk.
De tegenwoordige tijd (zegt) staat sterker.
Op haar neerzien.
Neerzien is echt fout.
Het grondwoord betekent: aanschouwen.
Dus:
De vijand = antichrist, valse profeet en satan.
"Op die dag....verspreiden ". wordt door VdW vertaald:
Het land wordt zo groot als God bedoelde.
Hier gaat het dus over het begin van het vrederijk.
Naar u...
U = Jeruzalem.
Het is een dag...
Nauwkeuriger:
Tot aan de steden van Egypte.
Beter:
Tot aan de rivier.
Dat is:
Van berg tot berg.
Dat staat NIET in de grondtekst.
Er staat een crescendo, het gaat over hoogte.
Dus: en van de hoogste der bergen.
Uitleg.
Hier wordt gesproken over afvaardigingen uit omliggende landen.
Ze komen naar Jeruzalem.
Egypte en Assyrië waren de grootmachten in de tijd van Micha. Deze namen staan waarschijnlijk voor de machtige naties in de eindtijd.
Van "zee tot zee" en "van de hoogste bergen" wijst erop dat de delegaties uit heel de wereld komen.
Een verwoeste aarde.
Ernstig. De aarde gaat te gronde. Dat komt door de goddeloze daden van de mensheid. Die mensen wekten Gods oordelen op. Die oordelen staan beschreven in
Na die vreselijke oordelen (7 zegels, 7 bazuinen, 7 schalen) is de helft van de wereldbevolking dood en veel van de aarde verwoest.
Weid uw volk.
De Messias wordt hier vergeleken met een herder.
Het land is weer een vruchtbaar land. Dat beschrijft
Kudde van Uw eigendom.
Israël is Gods persoonlijke eigendom.
Die alléén in een woud woont.
VdW :
Basan en Gilead.
Dat waren vanouds vruchtbare streken. Ze liggen in het Over-jordaanse.
Uitleg.
Gods volk Israël zal onaantastbaar en toonaangevend zijn. Andere volken scharen zich rondom Israël, zoals weiden rond een woud. Jeruzalem is hét centrum van de wereld.
Vanuit Jeruzalem zal Gods wet over de hele wereld uitgaan.
Wonderen.
Volgens vers 13 is de aarde een woestenij. God laat nu wonderen gebeuren om de aarde te vernieuwen.
Heidenvolken zullen het zien.
Beschaamd worden.
Dit betekent:
De hand op de mond.
De volken moeten nu erkennen dat God bestaat, dat Hij de Almachtige is, dat Hij regeert en dat zij moeten buigen.
De oren doof.
Voortaan zullen ze niet meer luisteren naar tegenstanders van God.
Zij.
= resterende vijanden.
De oordelen gingen over de aarde. De toorn van God is geluwd.
De resterende heidenen komen sidderend tot de Messias. Ze moeten Hem erkennen.
Stof likken.
Zij zullen voor U bevreesd zijn.
Is het U of u?
De heidenen zullen U (=Messias) en u (= volk Israël) vrezen.
Israël is als een leeuw tussen schapen.
Loflied voor God.
Vs 18-20 is een loflied voor God.
Micha spreekt namens het gelovige overblijfsel.
Joden lezen dit loflied op het bazuinenfeest, Rosh Hasjanah.
Dat is het eerste najaarsfeest.
Die de zonden vergeeft.
God vergeeft. God maakt een nieuw begin met het vrederijk.
10 geduchte dagen.
Met het bazuinenfeest, Rosh Hasjanah, beginnen de tien dagen van bekering. Het Boek van God gaat open. Je moet met God en naaste in het reine komen.
Men gaat naar de zee of naar de rivier en schudt de zakken leeg. Men schudt de zonden af.
De nieuwjaarswens is:
Wie is een God als U?
Bisschop Muskens van Breda stelde in augustus 2007 voor om onze God ook Allah te noemen.
Jahweh of Allah.
In de zee werpen.
Psalm 103:12 spreekt over het wegdoen van onze zonden, zover het oosten van het westen is verwijderd.
De polen zijn bekende punten, maar waar zijn oosten en westen precies?
90⁰ oosterlengte en 90⁰ westerlengte , gemeten op de evenaar, zijn de verst van elkaar gelegen punten op aarde. Beide punten liggen in een oceaan.
Bijzonder toch! Onze tekst spreekt over het verdwijnen van de zonden in de zee.
God denkt niet meer aan de vergeven zonden.
Hij zál. God houdt Zijn woord.
Het bazuinenfeest.
Na de godsdienstoefening op de morgen van het bazuinenfeest gaan de Joden naar plaatsen met stromend water.
Ze schudden daar kruimels (beeld van de zonden) uit hun zakken. De zonden zullen vergeven worden, zoals de kruimels wegdrijven.
Jakob.
Dat is heel Israël. Het is weer een eenheid van alle stammen.
Trouw.
Het wordt ook vertaald met "waarheid."
Abraham.
Met Abraham sloot God Zijn verbond.
Hier ligt de oorsprong van het volk. Aan dit verbond blijft God trouw.
God zwoer de landbelofte aan de aartsvaders en Hij vervult Zijn woord.
Landbelofte.
Goedertierenheid.
=verbondstrouw.
Volgens Van Dale:
Dat is de wil van God om goed te doen en om genadig te zijn.
HSV vertaalt het in NT ook met vriendelijkheid.