Hoofdstuk 3


Vers 1

Toen zei ik.

Er wordt geen andere spreker geïntroduceerd. De spreker is God. Hij spreekt via Micha.


Luister toch.

In de grondtekst staat het dwingend: Luister! Nù!


Jakob én Israël.

Deze 2 namen wijzen erop dat er gesproken wordt tegen 12 stammen.

Dat is dus toekomstperspectief.


Hoofden én leiders.

Het grondwoord "leiders" wordt vaak gebruikt in militaire zin, commandanten, heersers.

Dit doet vermoeden dat met dit woord op een andere groep wordt gedoeld dan "hoofden".

In de eindtijd is de Joodse regering (=hoofden) ondergeschikt aan de heersers, de leiders, de antichrist en de valse profeet.


De leiders. (de heersers)



Vers 2

Zij = leiders.

Er is een voorvervulling in de tijd van Micha, maar ook in de eindtijd zal het opnieuw vervuld worden.


Die leiders vormen het ongelovige deel van Israël, dat de kant van de antichrist kiest. Deze leiders zijn erg kwaadwillig naar gelovigen.

Een soortgelijke profetie staat in



Vers 3

Verschillend vlees.

In vers 2 en 3a staat hetzelfde grondwoord voor vlees. Het ziet op de mens, de uitwendige kant van zijn bestaan.

Het grondwoord voor vlees in 3b wijst op consumptievlees, denk aan stoofvlees. Het gaat over gruwelijke gebeurtenissen die plaatsvinden. Wie het beeld van het Beest niet aanbidt, zal gedood worden.

Waarschijnlijk worden zelfs hun lichamen vernietigd.

Vlees van Mijn volk.

Dit gaat over het ombrengen van gelovige Joden.

Dit lijkt veel op

De meeste exegeten veronderstellen dat de Micha gebruik maakt van uitdrukkingen uit het dagelijkse leven.

De beschrijving is hier echter veel heftiger dan bij het bereiden van een maaltijd.



Vers 4

Zij.

Dat zijn de slechte leiders.


Tot de HEERE roepen.

Dit is uitschreeuwen.

Een emotionele kreet om hulp, opgewekt door extreme nood.


God hoort niet.

  1. God hoort niet. Dat is vreemd, want in de bijbel lezen we vrijwel altijd dat God luistert als Zijn volk tot Hem roept.
  2. Hier wordt géén bekering van de leiders gemeld.
  3. Voor hen die vóór de antichrist kozen, is het al te laat. Ze kiezen voor satan. God breekt met deze personen.

In Micha's tijd was er zeker een voorvervulling.


Zijn aangezicht.

In de grondtekst staat:

In die tijd.

Of: te dien dage.

Dat is een specifieke eindtijdterm. Dat wijst ons wel in een goede richting.



Vers 5

Profeten.

Hier heeft de grondtekst een ander woord dan in

Daar staat: nâṭaph

In dit vers vinden we de gangbare versie: nâbı̂y. Zo wordt bv. Elia genoemd: nâbîy Elia.


Als zij met hun tanden kunnen bijten.

De betekenis is duister voor veel vertalers en exegeten.

De meeste zeggen: deze profeten verkondigen vrede als ze iets te eten krijgen.

Maar... het lijkt erop dat "eten" en "vrede verkondigen" tegelijk plaats vinden.


Wie hun echter niets in hun mond geeft.

VdW:

"Hij" en "Hem" (=God) zijn, gezien de straffen in de volgende verzen, logischer dan "hij" en "hem" (= antichrist).


Deze profeten zijn de antichrist en zijn helpers en de valse profeet.

Ze verleiden Gods volk tot dwaling.

De valse profeten keren zich fel tegen hun tegenstanders.



Vers 6

Het zal nacht worden.

Dit is een oordeel.

Het wordt een zeer donkere tijd.

Toekomstperspectief.

Profeten waren er tot in het Nieuwe testament:

Profeten worden in het vrederijk ook verboden.

Over deze toekomstige tijd gaat de tekst van Micha.

Er komt geestelijke duisternis.



Vers 7

Geen antwoord van God.

Ĕlôhîym is een meervoudsvorm. Het wordt vertaald met God of goden.

Hier is "goden" beter. Er komt geen antwoord van de goden. Dat zijn hier:

  1. satan.
  2. antichrist. Die laat zich zelfs als een god vereren.
  3. valse profeet.

Het gaat over de ondergang van de (valse) profeten. Er komt een einde aan de tijden van deze profeten. Dat kan dus niet op de tijd van Micha slaan. In Zacharia 13:2-4 lezen we er ook over.

Hier wordt , in vers 6, geschreven over "duisternis". Zie ook:



Vers 8

IK.

Letterlijk: ik, ik.

Er klinkt door het dubbele "ik" een tegenstelling.


Wie is "ik"?

  1. Micha, Gods profeet tegenover de valse profeten.
  2. Jezus, tegenover de valse profeten van de eindtijd.

Vol kracht van de Geest van God.


Recht en heldenmoed.

Anders:

Dat zijn eigenschappen die beter bij de Messias passen dan bij Micha.



Vers 9

Samenvatting.

Vs 9-12 richt Micha zich tegen de leiders. De belangrijkste zonden worden samengevat. De boodschap heeft zijn voorvervulling in de tijd van Micha. Maar de letterlijke tekst spreekt ook over de eindtijd.

De cultus rond het beeld van het Beest.


Jakob en Israël. Eindtijd.

Als de 12 stammen weer 1 volk zijn, dan zijn we in de eindtijd.


Afschuw.

Het laatste deel van deze tekst spreekt van verloedering en rechtsverkrachting.

In de tijd van Achaz (2 Kronieken 28) en Manasse ( 2 Koningen 21) is er zeker een voorvervulling.

De antichrist zal in de eindtijd oorlog voeren tegen de heiligen. In Openbaring 7:9-14 lezen we over een "menigte die niemand kan tellen". Die martelaren komen uit de grote verdrukking.



Vers 10

Die Sion bouwen.

Dit kan ook vertaald worden met:



Vers 11

Hun of haar?

Hier is 3x "hun" geschreven, maar in de grondtekst staat 3x "haar".


Priesters vragen loon.

Priesters mogen geen loon vragen. Zij leven van de inkomsten van de tempel.


Ze steunen op de HEERE.

Dat is de buitenkant. Ze gaan niet in de weg van de HEERE.



Vers 12

Akker.

Het Hebreeuwse woord dat hier vertaald is met "akker" betekent eigenlijk: landstreek of zelfs land als staatkundige eenheid.

VdW:

Berg van dit huis.

Letterlijk: heuvel van de tempel.


Jeruzalem geploegd.

In 132-135 was de Joodse opstand onder Bar Kochba.

600.000 Joden werden door de Romeinen gedood.

De tempelberg werd geploegd en die heette daarna Aelia Capitolina.

Jeruzalem werd: Verboden voor Joden.

Hoogten in het woud.

VdW:



<