Hoofdstuk 7


Vers 1

Hij formeerde..

Dit staat er niet in het Hebreeuws.

Er staat:

Sprinkhanen.

Amos ziet één van de straffen van God.

Nagras.

Leqesh = late oogst, tweede oogst.

De late oogst wordt in de lente ingezaaid en komt nu juist op.

Als hier gras bedoeld is, dan is de eerste oogst het gras voor de koninklijke stallen. Dat is de belasting. De tweede oogst is voor het volk. Juist die oogst zal door de sprinkhanen worden opgegeten.


Amos gebed wordt verhoord.

Het blijft bij een vreselijk visioen. Amos bidt en God doet het niet volgens vers 3.



Vers 2

Het opeten van het gewas is voltooid.

Amos ziet de vraatzucht van de sprinkhanen in het visioen. Het is nog niet echt gebeurd.


HEERE, Heere, vergeef toch.

Amos stelt zich op als middelaar en voorbidder.

Jezus is véél meer. Hij is Middelaar en Voorbidder, maar Hij droeg Zelf onze zonden en verzoende ze.


Vergeef toch.

Een betere vertaling.

Toch :


Jakob i.p.v. Israël.

Israël is de verbondsnaam. Dat Sinaïtische verbond is verbroken.

Israël = God strijdt.

Voor Jakob geldt dat niet meer. God keert Zich tégen het volk.


Hij is klein.

Onbeduidend.

Er waren maar weinig ware gelovigen.



Vers 3

De HEERE kreeg berouw.

Nâcham laat zich in het Nederlands moeilijk vertalen.

Basisbetekenis:

Dus:

De HEERE laat Zich verbidden.

Voorbede van mensen kan God op andere gedachten brengen.



Vers 4

Een rechtzaak dmv vuur.

In dit 2e visioen ziet Amos een ongelofelijk vuur. Met dat vuur wil God het oordeel brengen over Israël.

Zelfs onbrandbare dingen, zoals water en aarde zijn tegen Gods vuur niet bestand. Het gaat hier zelfs over grote wateren.( tehôm)

In Genesis 7:11 heeft hetzelfde woord. Tehôm is de "oervloed".

Hoe zal het goddeloze volk dan staande blijven? Onmogelijk.


Het verslond de grote watervloed.

De tehôm is een plaats waar grote hoeveelheden water liggen opgeslagen. Voor mensen is die niet toegankelijk.

Deze wateren kunnen ten kwade gebruikt worden.

Ze kunnen ook ten goede gebruikt worden.

Ook de bron in de hof van Eden kreeg, onder Gods zegen, levenbrengend water uit de Tehôm.

De tehôm wordt waarschijnlijk niet verslonden, maar afgesloten.

Daardoor verloor de wereld een belangrijke bron van zegen. Deze bron is volgens Ezechiël, Joël, en Zacharia bestemd voor het vrederijk. Die is dus niet weg, niet verslonden.

Tehôm en satan.

Vóór de zondeval stond de Tehôm aan Lucifer ter beschikking.

Lucifer had toen een zegenrijke rol.

Hoogmoed leidde tot zijn val.

Een stuk land.

Het Hebreeuwse woord geeft aan een "toegewezen deel".

Het woord wordt gebruikt voor het erfdeel van Levi, van Kaleb enz.

Hier gaat het mogelijk om het beloofde land.


Gebed van Amos.

Amos bidt voor het volk en God volvoert Zijn plan niet volgens vers 6.



Vers 5

Houd toch op.

In het Hebreeuws staat achter "ophouden" het woordje "nâ".

VdW vertaalt: Ik smeek U.



Vers 6

De HEERE kreeg berouw.

Nâcham laat zich in het Nederlands moeilijk vertalen.

Basisbetekenis:

Dus:



Vers 7

Loodrechte muur. Hebreeuws is onzeker; anders:


Visioen van muur en paslood.

De HEERE staat bovenop de muur der zuchten.

God gaat met het paslood kijken of de muur loodrecht staat.

Zo gaat God het paslood houden langs het leven van Israël. Is het in Gods ogen in orde of niet?



Vers 8

HEERE en Heere.

Het 1e : Jahweh.

Het 2e : Adonai.


Paslood .

God legt de samenleving langs de meetlat van Zijn wet. De uitkomst is bedroevend.


Ik zal het niet langer voorbij gaan.

God stelt de straf niet langer uit. Als de muur uit het lood staat, moet die gesloopt worden.



Vers 9

Offerhoogten van Izak.

Hier staat: Yischâq.

Yischâq =

  1. Izak.
  2. Plezier.

Nergens elders in de bijbel heet het volk Israël naar Izak.

Immers tot de kinderen van Izak hoorde ook Ezau.

We moeten hier dus niet Izak lezen.

Yischâq kan ook vertaald worden:

Zo staat het ook in de Septuaginta. Izak richtte ooit in Berseba een altaar op.

Later werd daar een heiligdom gebouwd waar de aartsvaders werden vereerd.

God veroordeelt dat.

Offerhoogten van Izak.

Izak werd "geofferd" op het gebergte Moria. Dat is bij Jeruzalem.

Jeruzalem zal dus verwoest worden. In Amos 6:1 profeteert Amos ook tegen Jeruzalem.


Israëls heiligdommen.

Dat zijn de afgodstempels in het 10-stammenrijk, de heiligdommen in Dan en Bethel, waar Jerobeam I gouden kalveren maakte.

Ook de tempels van Baäl die er sinds Achab waren.

Ook in Gilgal en Berseba bedreef men afgoderij.


Huis van Jerobeam.

Het koningshuis van Jerobeam I bestond al lang niet meer.

Hier wordt het koningshuis van Jerobeam II bedoeld.

Zijn zoon Zacharia wordt vermoord door Sallum.

Zacharia was de vierde koning uit de dynastie van Jehu.



Vers 10

Amazia.

=sterk is de HEERE.

Jerobeam.

Dit is Jerobeam II.



Vers 11

Leugen van Amazia.

Amos had niet gezegd dat Jerobeam II door het zwaard zou sterven. Dat is ook niet gebeurd.

Jerobeam II doet niets met deze aanklacht.



Vers 12

Vlucht naar Juda.

Amazia had Amos van samenzwering beschuldigd. Maar... toch laat hij Amos niet gevangen nemen.

Ziet hij Amos mogelijk toch als Gods profeet en durft hij Amos daarom niet aan te pakken?



Vers 13

Heiligdom van de koning.

Dat was waarheid.

Het heiligdom in Bethel was door koning Jerobeam I opgericht.

Het was zeker géén heiligdom van God.


Huis van het koninkrijk.

Deze tempels in Dan en Bethel zijn dus rijksgebouwen.



Vers 14

Ik ben geen profeet.

Ik ben géén beroepsprofeet.

Amazia was dat wél. Hij was door de koning aangesteld.

Amos weet wél dat hij door God geroepen is.



Vers 15

Gods opdracht voert Amos uit.

Dus... Amos mag niet vluchten naar Juda en daar profeteren zoals Amazia hem aanraadt.



Vers 16

U zegt.

"U" is de valse profeet Amazia.


Tegen het huis van Izak.

Dan zou de vertaling hier kunnen zijn:



Vers 17

Hoererij bedrijven.

In de stad zal zo'n honger zijn dat de vrouw van Amazia door prostitutie zich in leven probeert te houden.

Amos spreekt hier een vloek uit.


Sterven op onreine bodem.

Waarschijnlijk wordt Amazia weggevoerd uit Gods heilige land. Hij sterft op onreine bodem in ballingschap.



<