Klaaglied.
De hoofdstukken 5+6 zijn één klaaglied, een traditionele dodenzang.
Het overziet verleden, heden en toekomst.
Israël, het 10-stammenrijk is als een dode.
De breuk in het Sinaïtische verbond geldt voor Israël en Juda. Juda krijgt nog 136 jaar uitstel, misschien door de reformaties van Hizkia en Josia.
Dit woord.
"Dit" heeft extra nadruk.
Letterlijk:
Waarom overkomt dit Israël?
Dat staat samengevat in
Vallen en opstaan.
Normaal is dat men opstaat nadat men viel.
Israël viel in de afgodendienst, maar stond daaruit niet op.
God had gewaarschuwd. Nu valt Israël door de vijand en nu zal ze voor straf ook niet meer opstaan.
Zij is gevallen.
Amos brengt dit woord alsof het oordeel al is voltrokken.
Het oordeel staat bij God vast.
Mozes had het al voorzegd.
Maagd Israël.
Hoe de liefdesrelatie was tussen God en Israël lezen we in
Daar lezen we helaas ook over de ontrouw van Gods vrouw Israël.
God is diep gekrenkt.
Het Sinaïtische verbond, het huwelijksverbond, is verbroken.
Maagd.
Bethûwlâh =
Ze ligt verlaten.
Door God, haar Beschermer, verlaten.
Satan grijpt dan zijn kans en gebruikt het Assyrische rijk om Israël te straffen.
Van 100 naar 10.
Er zal 90% van de soldaten van een stad sneuvelen.
We praten dan over mannen in de leeftijd van 16 tot 50 jaar.
Wreedheid van de Assyriërs.
Gevonden op een inscriptie.
Zoek Mij en leef.
Ieder die God zoekt, wordt door God gered. Dus 100% van de Godzoekers.
Dit in tegenstelling met de 90% doden die het gevolg zijn van het verlaten van God.
Amos richt zich hier niet meer tot de leiders, maar tot de individuen. Het gaat om een persoonlijke bekering. Het oordeel over het volk is nauwelijks nog af te wenden, maar het kan volgens vers 15.
Zoek niet, zoek wel.
Zoek niet bij de afgoden, maar zoek de HEERE.
Bethel.
Daar stond één van de gouden kalveren, dus het was een plaats van afgoderij. Wie God gaat zoeken, moet definitief breken met de afgoderij.
Gilgal.
= kring van stenen.
Het is een "heilige" plaats van de heidenen. Ook afgoderij.
Berseba.
In Amos 8:14 gaat het over een pelgrimstocht naar Berseba. Daar was dus ook een afgodisch heiligdom. Daar werden voorouders vereerd.
Zoek de HEERE en leef.
Hier kijk je God in Zijn hart.
Het volk zal ondergaan, maar God wil de individuen redden als ze zich persoonlijk tot Hem bekeren.
Huis van Jozef.
Hiermee bedoelt God het 10-stammenrijk. Efraïm was daar de belangrijkste stam.
Alsem.
Alsem smaakt bitter.
Het gaat hier over bitter onrecht. Recht wordt onrecht.
Recht en gerechtigheid.
De regenten van de 10 stammen zijn zo anders dan David was. Die regeerde in "recht en gerechtigheid". Zo was hij ook een man naar Gods hart.
De grote God.
Amos stalt de grote macht van God uit. Hij is de Schepper van het heelal. Deze machtige God gaat jullie straffen. Vrees voor Hem.
Schaduw van de dood.
Dat is diepe duisternis, pikdonker.
Hij die..
Hier is eigenlijk een vervolg van vers 6.
Hij = God.
Zevengesternte en Orion.
God is de Schepper.
Deze sterrengroepen horen bij het wisselen van de seizoenen. De winter gaat over in het voorjaar.
Ook die overgangen bewerkt de machtige God.
Zevengesternte =Plejaden.
Het is een sterrengroep waarin voor het blote oog 7 heldere sterren zijn.
Ze waren 7 dochters van de Titaan Atlas en de nimf Pleione. Zeus plaatste hen als sterren aan de hemel om hen te vrijwaren voor de jager Orion.
Wee hun.
Wee hun, zegt vers 7.
Wee, want als jullie in de goddeloze weg blijven volharden, weet dan dat je zondigt tegen een almachtige God. Hij zal jullie straffen.
Die het water vd zee roept.
85% van de neerslag op de aarde komt door verdamping van zeewater. God maakte die waterkringloop allang voordat de mens die begreep.
Heel veel verwarring.
Deze tekst is heel moeilijk te vertalen.
VdW.
Een machtig leger is voor God geen probleem en een versterkte stad is voor God geen belemmering.
Zij haten..
De regenten hebben er gruwelijke hekel aan mensen die voor het recht opkomen en die de waarheid boven tafel willen hebben.
Het werk van de regenten kan het daglicht niet verdragen. Ze zoeken eigen voordeel.
In de poort.
Dat is de plaats van de rechtspraak.
Rechtvaardigheid en waarheid zijn bij de rechters onbekende begrippen.
De rijkdom van de regenten.
Ze leggen de armen heffingen op of willen alleen tegen flinke betaling rechtspreken.
Met die oneerlijke inkomsten bouwen ze hun paleizen en leggen ze grote wijngaarden aan.
Veel zonden.
Opnieuw 3 zonden concreet genoemd.
Zwijggeld.
Het gaat hier om onrecht, om omkoping, om steekpenningen.
Het zwijgen opgelegd.
Een eerlijk en wijs en rechtvaardig mens moet zwijgen, anders zwaait er wat.
In die tijd.
Letterlijk:
Dit is de tijd dat het oordeel over Israël zal beginnen.
Het woordje "kên".
De meeste vertalers laten het woordje "kên" (=zo) weg in de vertaling.
Degenen die "kên" wel vertalen, komen dan tot:
Dan zal God met u zijn.
Romeinen 12:9.
Handhaaf het recht.
God wil dat wij zijn zoals Hij.
Hij is rechtvaardig.
Ook Jezus is de Rechtvaardige.
We moeten Zijn beeld laten zien in deze wereld.
Jezus voldeed Gods gerechtigheid en daarom kan God ons rechtvaardig verklaren.
Overblijfsel van Jozef.
Het woord "overblijfsel" wijst erop dat er al een groot deel is omgekomen
Misschien zal God genadig zijn.
In de poort.
Bij de poort was het handelsgebied.
Bij de poort werd recht gesproken.
Bij de poort werden afspraken gemaakt.
Helaas waren er bij de poorten ook afgodische offerhoogten.
Op alle straten.
De grondtekst wijst eigenlijk naar plaatsen buiten de stad, openbare pleinen.
Akkerbouwers opgeroepen.
In het strafgericht zullen er veel slachtoffers zijn. De beroepsklagers kunnen de begrafenissen niet aan. De akkerbouwers worden te hulp geroepen om mee te klagen.
Rouwklacht in de wijngaard.
Normaal is er vreugde als de druivenoogst is aangebroken. Nu zal er rouwklacht zijn.
Door uw midden trekken.
Dit betekent niet veel goeds. Zo deed God ook bij de tiende plaag in Egypte.
Verlangend uitzien.
Dit is verlangend uitzien naar het moment dat God op wonderlijke manier gaat afrekenen met de vijanden van Israël.
Wat zal voor u de dag van de HEERE zijn?
De Dag van de HEERE is de tijd dat God wreekt. Het is de tijd van oordeel over de goddelozen.
Israël ziet verlangend uit naar die dag, in de hoop dat God de vijanden zal treffen met Zijn wraak.
Maar... God zegt dat die wraak niet de vijanden, maar Israël zal treffen. Het wordt voor hen niet licht, maar juist duister.
Leeuw en beer en slang.
Het ene kwaad (=leeuw) probeert men te ontvluchten, maar men rent het volgende kwaad (=beer) juist tegemoet. En als men dat 2e kwaad toch nog ontloopt en thuis komt, dan grijpt het 3e kwaad (=slang) hen.
Zo zullen ze Gods wraak niet kunnen ontlopen.
De Dag des Heeren zal duisternis voor Israël zijn.
Ik versmaad uw feesten.
Het gaat om godsdienstige feesten, Gods feesten. Ze staan in
Dat zijn Góds feesten.
Niet luchten.
Er is nu géén aangename geur voor God. God kan nú de geur van de offers niet verdragen.
God walgt van de offers.
Het gaat om de offers die gebracht werden in
De geestelijke liederen noemt God lawaai in vers 23.
Weg met die muziek.
Israël zingt wel godsdienstige liederen, maar even later staan dezelfde mensen in afgodstempels te zingen.
Dat gehuichel kan God niet verdragen.
Beter dan offers.
Recht en gerechtigheid.
Wie recht en gerechtigheid doet is een man naar Gods hart. Zo leefde David.
Wie zo leeft, lijkt op Jezus.
God wil zo graag Zijn Zoon in ons herkennen.
Hebt u Míj..
De klemtoon moet staan op Mij. In de woestijn brachten ze God offers, slechts 40 jaar, maar eenmaal in Kanaän werden al snel afgoden gediend.
In de tijd van Amos is het nog erger. De afgoden worden openlijk vereerd en krijgen offers en hebben tempels.
Afgoden.
Handelingen 7:42.
In ballingschap.
Ze werden gedeporteerd, verder dan Damascus. Ze gingen naar Medië, een landstreek in Perzië (Iran)