Vanwege 3, vanwege 4.
Zie Amos 1:3 aantekeningen.
Moab.
Zoon van Lot en zijn oudste dochter.
Vijand van Edom.
Opmerkelijk.
Hier wordt geen zonde genoemd die tegen Israël begaan is.
Beenderen verbrand.
Josafat, Joram en de Edomieten streden tegen koning Mesa van Moab. Die koning Mesa offerde zijn eigen zoon aan god Kamos om een gunstige wending in de strijd te krijgen.
Moab nam wraak door een Edomitisch vorst of meerdere vorsten te verbranden. Een grove schending van de koninklijke graftombe. Dit verhaal is gevonden op een steen.
Kerioth.
Kerioth=Ar-Moab, de hoofdstad bij de rivier Arnon.
Sterven onder oorlogsgedruis.
De definitieve ondergang kwam onder Nebukadnezar in 598 v C.
Rechter.
=koning.
De verwoesting beschreven.
Dit zal gebeurd zijn door Nebukadnezar.
Vanwege 3, vanwege 4.
Zie Amos 1:3 aantekeningen.
Juda's overtreding.
Juda heeft God verlaten. Het Sinaïtische verbond verbroken, dus echtbreuk gepleegd.
Deze breuk in de relatie is buitengewoon ernstig. Het treft Israël, maar ook alle mensen, want Israël had het heil moeten verkondigen.
Nieuw verbond.
Er komt een nieuw verbond.
Profetie in tijd van Uzzia.
Amos sprak in de tijd van Uzzia, een godvrezende koning.
Dat was geen garantie dat het volk ook de HEERE diende.
Vuur in Juda.
Dat is vervuld toen Nebukadnezar Jeruzalem veroverde.
Vanwege 3, vanwege 4.
Zie Amos 1:3 aantekeningen.
Israël.
Het 10-stammenrijk bestond nog in de tijd van Amos.
De ballingschap begon 722 v C.
De rechtvaardige wordt verkocht.
De rechters zijn omkoopbaar. Rechtvaardigen worden veroordeeld en als slaaf verkocht.
Armen worden verkocht.
In Israël mochten er géén armen bestaan. Als aan deze eis van God was voldaan, hoefde men ook niemand te verkopen.
Ze snakken ernaar dat...
Er is minachting voor mensen van een geringe stand. Ze hebben er plezier in als de zwakken lijden.
De samenleving is ontspoord.
Een man en zijn vader.
Met de afgoderij, kwamen ook heidense zeden in Israël binnen.
Een Hethitische wet stond toe dat vader en zoon met hetzelfde dienstmeisje sliepen.
Dit was in strijd met de Thora.
Kleren.
Het gaat om bovenkleding, mantels.
Die kleding werd wel in onderpand gegeven.
Een arme dagloner verpandde zijn jas.
Voor dat geld kocht hij voedsel of huurde hij gereedschap. Met het op die dag verdiende geld kocht hij zijn jas terug.
Hier slapen de rijken op de verpande jassen.
Het was verboden om de jas de nacht over in pand te houden!
Ze drinken wijn van boetelingen.
Mensen worden gedwongen om wijn af te staan of wijn als boete te geven.
De rijken drinken zich dronken en slapen op verpande jassen in de afgodstempels.
Van hun goden.
Goden = Ĕlôhîym.
Dit woord slaat nu op hun afgoden.
Afgoderij is "vreemd gaan" voor Israël, de vrouw van God.
Sihon en Og waren Amorieten.
Koning Og was een reus. Vandaar "ceder" en "eiken".
De Amorieten woonden in het Over-Jordaanse. Ze werden verslagen voordat Mozes stierf.
De Amorieten waren het belangrijkste volk van de volken die de Kanaänieten vormden.
De Kanaänieten heten soms ook Amorieten.
Vrucht van boven, wortels van onderen.
De Amorieten zijn met wortel en tak uitgeroeid, verbannen.
Zegeningen benoemd.
In de verzen 10 en 11 benoemt God de zegeningen die Hij gaf.
Nazireeër.
Over nazireeërs lees je in Numeri 6.
Simson.
Samuël.
Johannes de Doper.
Paulus.
Profeteer niet!
Ook Amos wordt het profeteren verboden.
Anders vertaald.
Welnu, Ik zal diepe sporen in u trekken, gelijk een boerenwagen, volgeladen met schoven, sporen (in de grond) trekt.
Dus:
Het komende oordeel zal diepe sporen nalaten in de samenleving.
Dan...
Als het oordeel komt, dan houdt niemand stand.