Hoofdstuk 2


Vers 1

Bazuin blazen.

Numeri 10:9-10.

Wanneer blies men op de bazuin?

Alarm op Sion.

De bazuin wordt in Jeruzalem geblazen. Daar dreigt het grootste gevaar.



Vers 2

Dag van de HEERE.

Amos 5:18.

Zie ook aantekeningen bij Joel 1:15.


Een machtig volk.

Welke opties zijn er?



Vers 4

Het uiterlijk van paarden.

Hetzelfde beeld lezen we in Openbaring 9:7.

Daar zijn het demonen die uit de afgrond komen. Ze pijnigen de ongelovigen 5 maanden lang.

Dat vindt plaats in de grote verdrukking, bij de 5e bazuin.



Vers 10

Zon en maan verduisteren.

In Mattheus 24:29 voorzegt Jezus dit ná de grote verdrukking.

In Openbaring 7:2 is er ook een verduistering van de zon door de rook uit de afgrond, als de sprinkhanen, de demonen, losgelaten worden.

Maar... mag dit het leger van de HEERE heten, zoals vers 11 doet?



Vers 11

Zijn leger

Deze macht = met Zijn leger gaat God zijn oordeel uitoefenen.

Het is wel Zijn leger.

Joël 2:25

Zo was ook Nebukadnezar een zwaard in Gods hand.

God is liefde, ook als er straf volgt.

1 Kronieken 21:13


Wending in de profetie

Zijn leger.

Christus verschijnt op de wolken en al Zijn heiligen met Hem. Dan rekent Hij af met de antichrist en de valse profeet. Ook met Gog.

Een overblijfsel van Israël zal zich bekeren.

Daar wordt ook toe opgeroepen in de volgende verzen.



Vers 13

De situatie is niet hopeloos. Bekeer je.


Zo is God.

Exodus 34:6-7



Vers 14

Gods berouw.

God heeft géén berouw over foute daden, zoals wij.

Hij kan berouw, verdriet, hebben over de gevolgen van Zijn daden.

Genesis 6:6.

Exodus 32:14.

1 Samuel 15:29.

1 Samuel 15:35.

Jeremia 18:7-8.

Jeremia 26:3.

Jeremia 26:13.

Jeremia 26:19.

Amos 7:3-6.



Vers 15

Bazuin blazen

Bazuin blazen wordt beschreven in Numeri 10:7-10.

We lezen nu een herhaling van Joel 1:14.

Het volk moet zich verzamelen.

Ze kunnen geen offers meer brengen. Daarom samenkomen.

In Joel 2:17 bidden priesters in deze samenkomst.


Bekering van Israël.

Er is hier weer toekomstperspectief. Zicht op de eindtijd.

Romeinen 11:25-26 spreekt ook over de nationale bekering.



Vers 16

2 bazuinen.

  1. De laatste bazuin hoort bij het bazuinenfeest, het 5e feest van God, het 1e najaarsfeest.
  2. De grote bazuin wordt geblazen op de verzoendag.

Met de grote bazuin (verzoendag) komt Jezus, de Bruidegom uit Zijn kamer in het vaderhuis. Ook de bruid komt uit de bruidskamer en gaat met Jezus mee naar hun eigen woning. Jezus wordt Koning in Jeruzalem.

Jezus komt met al Zijn heiligen.

Hij komt om Zijn volk Israël te verlossen. Daar wordt om gebeden in vers 17.


In Jesaja 27:13 gaat de bruid juist in haar bruidsvertrek. Daar blijft ze, met de Bruidegom, 7 jaren, de tijd van de grote verdrukking.


Uit de slaapkamer.

De Joodse bruidegom maakte een bruidskamer in het huis van zijn vader. Ook Jezus beloofde datzelfde toen Hij terug ging naar Zijn Vader.

Na zeven dagen hield het bruidspaar een afsluitende maaltijd en ging daarna naar hun eigen woning.

Zo lezen we ook van de maaltijd van de bruiloft van Het Lam in

Daarna gaat Koning Jezus, met Zijn vrouw, naar Zijn nieuwe woonplaats, Jeruzalem.



Vers 17

Geef Uw erfelijk bezit niet over.

De vijandige heidenen vallen Jeruzalem aan. Israël is in groot gevaar. We lezen dat in Zacharia 14:1-4.

Jezus verschijnt dan op de Olijfberg om Zijn volk Israël te bevrijden en er Zijn vrederijk te stichten.



Vers 18

Op hun gebed hoort God.


Vrederijk.

De zegeningen en beloften, die genoemd worden in de verzen 19 en 20, passen precies bij het vrederijk.

  1. Vers 19 : zegen in de opbrengst vd gewassen. Amos 9:13.
  2. Vers 19 : geen versmaadheid meer door de heidenen.
  3. Vers 20 : verdrijven van de vijand uit het noorden, Gog. Ezechiel 39:11-12.



Vers 20

Vijand uit het noorden

is beschreven in Joel 1:6.


Als dit Gog betreft, dan lezen we over zijn ondergang in Ezechiel 39:11-12.

Zijn hele geschiedenis staat in Ezechiel 38 en 39.


Zijn stank stijgt op.

7 maanden doen de Joden erover om alle gesneuvelden van Gog te begraven.

Ezechiel 39:14-15.



Vers 23

De leraar ter gerechtigheid.

Er zijn 2 vertalingen mogelijk.

  1. = regen om je te verkwikken , vroege (herfst) en late (voorjaar) regen.
  2. Of: God geeft het volk nu hun Messias Jezus, de Leraar ter gerechtigheid.

Hosea 6:3.

Jesaja 53:11.

Wij moeten rechtvaardig worden, maar daarna ook als rechtvaardigen leven.



Vers 24

Gods zegen in het vrederijk.

God geeft rijke zegen in het Messiaanse rijk. Ook andere profeten spreken daarover.



Vers 25

4 verschillende sprinkhanen.




Vers 26

Mijn volk.

Het is weer " Mijn volk"=ammi

In Hosea 1:9 was het " lo-ammi " = niet Mijn volk.


Voor eeuwig niet beschaamd.

Dit zal pas vervuld worden lang ná 1948.

De vervulling gebeurt in het vrederijk.

Dan is Israël als een leeuw tussen de schapen, volgens Micha 5:7.



Vers 27

God is in hun midden.

De heerlijkheid van God is weer op Sion. (Sjechina)

In Ezechiel 43:5 komt Gods heerlijkheid weer in de nieuwe tempel.

God zal daar voor eeuwig bij Zijn volk wonen, volgens Ezechiel 43:7.



Vers 28

Daarna.

Petrus noemt het "laatste van de dagen".

Dat is het tijdperk vanaf Jezus geboorte.

Duizend jaren zijn als 1 dag. Zoals de week 7 dagen heeft, zo heeft de wereldgeschiedenis 7 millennia. De "laatste dagen" zijn dan de dagen 5 en 6. Daarna breekt dag 7 aan, de sabbat, de tijd van de rust, het vrederijk.


"Daarna" is ook ná de ondergang van de antichrist, de valse profeet en Gog.

Dan wordt de Geest opnieuw uitgestort.

Uitstorten van de Geest.

Dat gebeurt als Messias komt.


Op álle vlees.

Dit stuk van de profetie is op Pinksteren NIET vervuld. Toen werd de Geest uitgestort op een kleine groep Joden.

"Op álle vlees" zal vervuld worden als Jezus wederkomt en heel Israël zal zalig worden.

Wel komt de Geest nu in alle gelovigen. Dat was in het OT anders.

In Numeri 11 komt Gods Geest op zeventig Joden, maar niet op iedereen.


Dochters en dienaressen.

De vrouwen worden nadrukkelijk genoemd.

Ook in het OT waren er profetessen.

Ook in het NT profeteren er vrouwen.



Vers 30

Bloed en vuur.

Letterlijk: een hagel van vuur, gemengd met bloed.

Openbaring 8:7 spreekt over hetzelfde oordeel.



Vers 31

Tekenen van zon en maan

In Mattheus 24:29-30 zet Jezus deze tekenen ook ná de grote verdrukking.

Openbaring 6:12.

Joel 3:15.

In Handelingen 2 noemt Petrus deze tekenen wel, maar toen, op de pinksterdag, waren die tekenen er nog niet.



Vers 32

Hen die ontkomen zijn. =Joden na de grote verdrukking.

Ze ontkwamen aan de vervolging door de antichrist, Gog en de heidenvolken.

Spreuken 18:10.

Obadia 1:17.



<