Hoofdstuk 3


Vers 1

In die dagen.

Dat zijn de dagen waarmee Joel 2 eindigt. De laatste dagen. De Dag van de wraak breekt aan.


Omkeer in de gevangenschap.

Die gevangenschap begon in 70 n C. met de verwoesting van Jeruzalem.

De diaspora, overal werden de Joden verspreid onder de volken.

Als de gevangenschap eindigt, komt Israël weer "thuis". We zien dat thuiskomen nu gebeuren, al een eeuw lang.

Als het volk er is, kan Jezus ook Koning van de Joden worden.

Israël is Gods persoonlijk eigendom. Het is Gods oogappel.



Vers 2

Dal van Josafath.

Dal van Josafath= het dal waar de Heere oordeelt.

Dit is niet het Kedrondal, want émeq=dal wordt nooit voor zo'n smal dal als het Kedrondal gebruikt.

Mijn land verdeeld.

Alle landen die een 2 statenoplossing voorstaan, die halen een ernstig oordeel over zich. Gods land mag niet verdeeld worden. Gods stad ook niet. Op Zijn heilige berg Sion komt God weer wonen als het vrederijk aanbreekt. Dat beschrijft Ezechiel 43:4-5.

De volken worden bijeen vergaderd, zoals we ook lezen in Zacharia 14:1-2.


Rechtzaak.

De zaak is:



Vers 3

Zeer veel Joodse slaven.

Zo was het na 70 n C.

De slavenprijs was erg gedaald door de vele Joden die op de slavenmarkt kwamen.



Vers 4

Tyrus, Sidon, Filistea.

Keizer Hadrianus bedacht de naam Palestina.

Tyrus en Sidon en Filistijnen zijn nú Libanon en de Palestijnen, de directe vijandige buren van Israël.

Als ze zich willen wreken aan Israël, dan loopt dat slecht af met hen.


Mij Mijn handelswijze vergelden.

God heeft onbegrijpelijk gehandeld. Vlak na de holocaust werd de staat Israël gesticht in 1948.

6 Landen vallen Israël aan:

Hoewel Israël veel minder bewapend was, wint het deze oorlog.

Ook alle volgende oorlogen wint Israël. God heeft een plan met Israël. Zijn volk is weer in Zijn land, woont weer in Zijn stad en wacht op de komst van Zijn en hun Messias.



Vers 5

Ontheiliging vd tempel.

Personen die de tempel van God ontheiligden werden

steeds op een opmerkelijke manier gestraft.



Vers 6

U hebt..

Dat deden de Romeinen na de val van Jeruzalem in 70.

Ver weg te voeren.

Zo begon na 70 de verstrooiing van de Joden over de hele wereld.



Vers 7

Ik wek hen op uit de plaats...

God brengt de Joden weer thuis. Uit alle werelddelen keren ze terug.

Meer dan de helft van alle Joden woont al in Israël.

God werkt naar Zijn einddoel.

De vijgenboom is aan het uitbotten .

Als je deze dingen ziet gebeuren, hef dan je hoofd omhoog.

Uw vergelding.

Het Romeinse Rijk verkocht de Joden.

Het Herstelde Romeinse Rijk zal in de eindtijd staan o.l.v. de antichrist. Ook die keert zich tégen Israël. Maar... voordat de Messias komt, zal er de grote verdrukking zijn, de " dag vd wraak" over de goddelozen. Jesaja 61:2.

God vergeldt de goddelozen en Hij redt Zijn volk.



Vers 8

Israël wordt een machtige natie.



Vers 9

Gods oproep.

God roept de heidenen op tot een laatste strijd. God spot en zegt: "Wapen u goed!"



Vers 10

Smeed ploegen tot zwaarden.

Hier is het een oproep tot de láátste strijd.

In Jesaja 2:4 staat het tegengestelde. Daar gaat het over de tijd ná de laatste strijd, de tijd van het vrederijk.



Vers 11

HEERE laat Uw helden afdalen.

Joël ziet de machtige vijanden die zich verzamelen voor de laatste strijd. De schrik slaat hem om het hart. Hij roept tot God om hulp van engelen.

Die engelen verschijnen ook. Zacharia ziet 4 strijdwagens, waarvan er 3 uittrekken voor de strijd: naar noorden, westen en zuiden. Zacharia 6:1-6.



Vers 12

Dal van Josafath.

= dal vh oordeel, dal vd beslissing.

God roept de heidenvolken om zich klaar te maken voor de laatste strijd. In Openbaring 19:11-21 lezen we over die eindstrijd. Ook Zacharia 14:1-4 spreekt erover. Daarna komt het oordeel over de volken, de scheiding tussen schapen en bokken.



Vers 13

Sla de sikkel erin.

De maat van God is vol.

De vijanden worden vernietigd als druiven in een wijnpers.

De perskuip loopt over.

Jezus treedt deze wijnpers.

De wijnpers treden heeft niets te maken met het lijden en sterven van Jezus. Het heeft juist alles te maken met Zijn wederkomst en overwinning.

Jezus vertrapt de vijanden in Zijn toorn. De toorn van het Lam is er in de grote verdrukking, volgens Openbaring 6:20. Het treden van de wijnpers is de afsluiting van de toorn van Het Lam. Daarna begint het vrederijk.



Vers 14

Dal van de dorsslede.

Valley of decision staat er in de King James Version. Dus:

Een dorsslede gaat kaf en koren scheiden. Jezus komt ook met de wan in de hand om kaf en koren te scheiden.

Israël als dorsslede.

Er zullen veel vijanden komen, maar God neemt het op voor Israël.

Israël zal een puntige dorsslede zijn en de vijanden dorsen .



Vers 15

Zon, maan en sterren.

Jezus noemt deze tekenen in

Mattheus 24:29. Daar gaat het over de eindtijd.

Jezus zegt dat dit meteen ná de grote verdrukking zal gebeuren.

Dus als Hij op de Olijfberg wederkomt.



Vers 16

De HEERE is een Toevlucht.

Als Mijn volk zich bekeert, kunnen ze bij Mij veilig wonen.

De Leeuw van Juda is ook Het Lam. Dit is Het Lam van God. Voor wie in Hem gelooft, is God een Toevlucht.


De Heere brult:

God keert zich tegen de vijanden.

Een brullende leeuw heeft prooi volgens Amos 3:4 .

Zo heeft God de goddelozen als prooi.

Als de leeuw brult zijn de welpen veilig. Het gelovige Israël is veilig bij God.



Vers 17

Uw God.

Sinds Hosea 1:11 is Israël "lo-ammi = Mijn volk niet.

Nu is het weer "Mijn volk=Ammi" en "uw God".


God woont weer op Sion.

De heerlijkheid van God is weer in Jeruzalem terug. Dat gebeurt als de 3e tempel er is.

God woont weer op Sion. Zo is Jeruzalem weer een heiligheid.

Geen vreemden meer.

Dit is duidelijk toekomstprofetie. Tot 1948 heersten vreemden over Jeruzalem.

Als Gods heerlijkheid terug is in Jeruzalem, dan zijn de tijden van de heidenen voorbij.

Die tijden begonnen toen Nebukadnezar Jeruzalem verwoestte.

Israël was toen onderworpen aan de wereldmachten:



Vers 18

Het vrederijk met grote vruchtbaarheid.

De bergen druipen van wijn.

Daarover lezen we ook in Amos 9:13.


Levend water uit Jeruzalem.

De bron in de tempel voedt de tempelrivier. Die heeft levenwekkend water. De rivier splitst zich. Eén rivier gaat naar de Dode Zee en daar komt alles tot leven. De tweede rivier gaat naar de Middellandse zee.



Vers 19

Egypte en Edom verwoest.

Dit oordeel treft de landen vóór het vrederijk, dus in de grote verdrukking.

We lezen over Egypte ook positieve berichten in

Daar gaat het over de toestand in het vrederijk.



Vers 20



Vers 21

Ik zal hun bloed voor onschuldig houden.


Franse bijbel: Ik zal hen reinigen vh bloed, waarvan Ik hen niet gereinigd had.


Naardense B: hun bloed zal Ik wreken. Ik laat het niet ongewroken.


NIV: Hun bloedschuld, die Ik niet heb vergeven, zal Ik vergeven.


God woont op Sion.



<