Hoofdstuk 5


Vers 1

Luister..

3 groepen leiders:

  1. Priesters.
  2. Stamhoofden (huis van Israël).
  3. Koning.

Zij zijn de hoofdschuldigen.


Een strik.

Het beeld van Hosea wordt waarschijnlijk ontleend aan het vangen van trekvogels.



Vers 3

Letterlijk: Ik, Ik ken Efraïm.

Israël is voor God geen geheim, dus God kent hem als een open boek.

Israël heet nu Efraïm, het Sinaïtische verbond is verbroken. Lo-ammi (= niet Mijn volk).

Hoewel de tien stammen eeuwen niet terug keerden uit ballingschap, zal het Messiaanse rijk niet zonder hen tot stand komen. Het wordt weer: Ammi (=Mijn volk).



Vers 5

Ook Juda struikelt.

De tien stammen zijn een onmisbaar onderdeel van Gods volk. Ze zijn weggevoerd, opgegaan in de naties. Er is geen zicht op een spoedige hereniging als volk. Het hele volk struikelt, dus Juda struikelt mee.



Vers 6

Zij zullen Hem niet vinden.

Het Sinaïtische verbond is verbroken. Ze vinden God niet meer, ze zijn Zijn volk niet meer. Nu wordt Deuteronomium 32:20 vervuld.



Vers 7

Trouweloos handelen.

Moeilijk te vertalen.

Vers 7a staat niet in de v.t.t.

Dus:

Bastaardkinderen.

Zûwr, hier vertaald met bastaard, betekent eigenlijk :

Nieuwe maan.

hdš wordt gevocaliseerd tot chôdesh=nieuwe maan. Dan ontstaat een vreemde zin. Je kunt ook vocaliseren tot hādāš =

Dan gaat het over het oordeel van God. Assyrië, de andere, eet hun land op en verteert hun land.



Vers 8

Beth-Aven.

= huis van de afgod.

Daar wordt eigenlijk Bethel mee bedoeld.

Bethel = huis van God.

Mogelijk wordt het 2-stammenrijk gewaarschuwd. Assyrië bedreigt ook Hizkia. Benjamin moet acht slaan op de bazuin. Alarmsignaal.

Gibea en Rama zijn steden van Benjamin, Bethel lag in het 10-stammenrijk.



Vers 9

"Wat zeker is"

= wat vast besloten is.

Precies vervuld. De Assyriërs lieten na de val van Samaria een verwoest land achter.

2 Koningen 18:10-12

2 Koningen 17:23-24



Vers 10

Grenzen verleggen.0

Grensstenen gaven de grootte van het bezit aan. Vorsten van Juda gaan hun grondgebied vergroten in het voormalige 10-stammenrijk. In het licht vd profetieën over het toekomstige heil, het Messiaanse rijk, maakte men inbreuk op Gods beloften.



Vers 11

VdW: "Als Efraïm verdrukt geweest is en vertrapt in het oordeel, ( de wegvoering door Assyrië) dan zullen zij besluiten, de voorschriften van God, na volgen."

Er komt een bekering, maar pas in de eindtijd. Dit is nog onvervulde profetie.



Vers 12

God wil niet meer beschermen

Tot aan de bekering helpt God niet. Geen bescherming voor wie God verwerpt.

Deze profetie ziet ook de ondergang van Juda.



Vers 13

Efraïm en Juda zien ws niet hun zonden, maar wel de gevolgen van Gods straf. Ze keren zich niet tot God, maar tot de vijand. Zo worden de gevolgen nog erger.


Stuurde boden naar de koning

Yârêb= pleiten, pleiter, smekeling.

VdW:" en ging als smekeling naar de koning"



Vers 14

God zal als een leeuw zijn

Zowel Efraïm als Juda zijn heel zondig. God gaat streng straffen. God verscheurt. Beide rijken worden weggevoerd.


Ik ga

God gaat weg uit de tempel. De sjechina, de wolk van Gods heerlijkheid vertrekt.

Ezechiel 11:23

God komt pas in de 3e tempel terug.

Ezechiel 43:2



Vers 15

Ik ga

God gaat naar de hemel terug. Dat duurt tot op heden. Maar... als ze schuld erkennen dan zullen ze Gods aangezicht zoeken en vinden. Dat gebeurt in de grote verdrukking.

Daarna keert de heerlijkheid van God ook weer terug.

Ezechiel 43:2



<