Hoofdstuk 3


Vers 1

Bemin een vrouw.

Het gaat dus over Gomer.

Gomer = voltooiing.

De relatie tussen Hosea en Gomer was beëindigd door overspel van Gomer. Gods huwelijksrelatie met Israël is ook beëindigd. Hosea moet de overspelige Gomer weer terughalen. God gaat ook opnieuw beginnen met ditzelfde goddeloze Israël. God gaat haar lokken. Dat is taal van de liefde.


"Houden van rozijnenkoeken."

= het samengeperste.

VdW: en de persing van druiven beminnen.

Het gaat waarschijnlijk over de tweede persing van druiven. Uit de schillen werd het restant vocht geperst. Er ontstond wijn van veel mindere kwaliteit. Die werd vaak nog verdund met water en werd niet gefilterd.

"Genot" van slechte kwaliteit.



Vers 2

Een homer.

Een homer is een korenmaat van vermoedelijk tussen de 200 en 450 liter.


De prijs voor Gomer.

Gomer was waarschijnlijk tempelprostituee in tempel van Ishtar geworden. Hosea moest haar vrijkopen. Zo bevrijdt God Israël uit de heidenvolken.

Kostprijs: 15 zilverstukken en 550 liter gerst.

Een slavin kostte 30 zilverstukken.



Vers 3

Gomer in afzondering.

Hosea moet haar liefhebben (vers 1). Hij zal haar dus niet hebben opgesloten, maar op afstand voor haar hebben gezorgd. Er is echter geen seksueel contact.

Zo komt ook Israël in afzondering. Geen vreemde volken die als minnaars optreden, maar ook geen omgang met God.



Vers 4

Hosea profeteert over verre toekomst.

Alles wat Israël tot natie maakte zal er heel lang niet meer zijn. Eeuwen zal Israël zonder koning zijn. De eerstvolgende koning is de Messias Jezus.


Vele dagen.

= zeer lange tijd. Nog steeds zijn er stammen verloren.


Zonder koning.

De laatste koning was Zedekia. Dan volgen 2500 jaren zonder koning. De eerstvolgende Koning ná Zedekia is Messias Jezus.


Zonder offer.

In 70 n C. is de tweede tempel verwoest. Dus nu zijn er al bijna 2000 jaren géén offers.

In het vrederijk zal er een nieuwe tempel zijn. Ook zijn er dan weer priesters en Levieten volgens:

Zonder afgodsbeelden.

VdW heeft:

Dus zonder efod en zonder uitleggers. Dat laatste slaat waarschijnlijk op Urim en Tummim, 2 stenen in de borstlap van de hogepriester, waardoor God uitleg gaf.

Véél schriftuitleggers vocaliseren het Hebreeuwse woord "terafim" tot afgoden. VdW vertáált het:



Vers 5

Daarna.

Dus ná de tijd dat Israël leefde zonder offers, zonder koning enz.

Deze toestand duurt tot nu toe voort.


De Joden zullen zich bekeren.

Dat geldt niet voor Jezus' eerste komst. Toen bekeerden ze zich niet en verwierpen ze Jezus. Die bekering komt wel als Jezus wederkomt. Dan bekeert Israël zich en nemen de Joden David (= Messias Jezus) als hun Koning aan.

David

= geliefde.

Deze is Mijn Geliefde...Mijn David. Zo sprak God zelf.

Ook andere profeten spreken over "David", de Messias.

In later tijd.

Letterlijk:

Het gaat hier over de laatste dagen. Dan zullen ook de tien stammen in Israël terug zijn.

Silo = Jezus zal over alle volken regeren.



<