"Zij is mijn vrouw niet en ik.."
Dit is een traditionele echtscheidingsformule. De aanklagers zijn de kinderen. De aanklacht is de laatste kans op bekering.
Laat zij alles wegdoen.
Ze moet haar amuletten of sieraden wegdoen, de opmaak van een hoer.
Neusring en halssieraad worden genoemd.
Geboortedag:
Kinderen van de hoererij.
Hosea had 3 kinderen:
Alleen Jizreël was waarschijnlijk kind van Hosea. Dat kind werd hem gebaard.
Minnaars.
Die minnaars zijn de grootmachten, Egypte, Assyrië, Babel.
Israël gaat ook de afgoden van deze volken dienen.
Israël meent dat ze de welvaart aan de afgoden te danken heeft.
Weg met doorns omheinen.
God geeft een zware straf. Ze krijgen een moeilijke weg. Het zicht naar buiten wordt ook geblokkeerd, dus naar toekomst. Israël zal verborgen leven. Mogelijk ziet dit ook op de bedekking van hun gezicht.
Mijn vorige Man.
Dat is God, met wie het volk een huwelijksverbond had.
God gaf al het goede.
Letterlijk:
God neemt Zijn gaven weg.
Graan, wijn, wol, linnen neemt God op korte termijn weg. De voorspoed zal verdwijnen. In 722 v C komt de verwoesting van Samaria door Assyrië.
Feesten zullen ophouden.
Gods feesten en de sabbat onderscheidden Israël van heidenvolken
Ze staan uitgebreid beschreven in
Die feesten stoppen nu.
De vreugde verdwijnt.
Het wordt een vreselijke tijd.
Ballingschap breekt aan.
Grote ontrouw aan God
De huwelijksband tussen God en Israël wordt hier verbroken. Later ook met Juda. Daarover moet Ezechiël klagen.
Ezechiel 21:6
Ezechiel 21:12
Toekomstprofetie.
Hosea ziet in de toekomst. Dan verandert het lot van Israël. Dan gaan heilsprofetieën in vervulling.
Israël zal in de woestijn vluchten.
Dan komt Israël tot geloof en erkent Jezus als hun Messias.
In de woestijn.
Als het in een huwelijk fout gaat, dan moeten we het proberen goed te maken. Dan moeten we terug naar het punt waar het fout ging. Na de "huwelijkssluiting" tussen God en Israël bij Sinaï, ging het al snel fout in die woestijn. Israël maakte een gouden kalf. Ze hadden ook nog andere afgoden. Nu moet het volk terug naar de woestijn. Daar ging het fout.
Achor.
Dat is het dal waar Achan werd gestenigd toen hij uit Jericho had gestolen.
Achor =
Israël moet door het dal van ongeluk, een dieptepunt, de grote verdrukking. Maar dan komt er hoop. Dan gaat Israël zich bekeren.
VdW zegt:
dan zal zij aldaar Mijn liefde beantwoorden als in de dagen van haar jeugd...
Op die dag zal het gebeuren.
In de eindtijd zal er weer een liefdesrelatie zijn tussen God en Israël. God is weer hun God en Israël weer Zijn volk.
Israël zal een volk van rechtvaardigen zijn.
Baäl = heerser, eigenaar, meester.
Weg afgoden.
Na de grote verdrukking zal Israël zich bekeren. Heel Israël zal zalig worden.
Dan breekt het vrederijk aan. Dan wordt de aarde vol van de kennis van de HEERE.
Dan dient men géén afgoden meer.
"Op die dag".
= eindtijd.
Verbond met de dieren.
Er komt een vrederijk, vrede tussen dieren en mensen. Geen oorlog meer.
De wapens verdwijnen.
Hosea profeteert over het vrederijk. Jesaja zegt hetzelfde.
Bruid van God.
Liefdesverklaring van God aan Israël.
Israël de bruid van God. God trouwde met Israël bij Sinaï.
De gemeente is de bruid van Jezus.
Eenzijdige liefde van God.
God blijft trouw, ondanks dat Israël van God walgde.
God strafte streng, maar Israël blijft toch Zijn volk.
Dit staat prachtig in
In trouw.
Liefdesverklaring van God aan Israël.
Hoewel Israël ontrouw was, bleef God trouw aan Zijn verbond.
Op Zijn woord kunnen ook wij aan. Daarop vestigt onze hoop zich.
De HEERE kennen.
Als Israël de bruid van God wordt, zal héél Israël gelovig zijn.
Rijke zegen in het vrederijk.
De hele schepping zucht op dit moment, maar God gaat verhoren.
Er komt in het vrederijk ook al een nieuwe schepping. Zie maar
God belooft grote vruchtbaarheid.
Als Israël zich bekeert, komt het Messiaanse rijk. In die 1000 jaren zal er grote vruchtbaarheid zijn.
Ook Amos profeteert daarover.
Lo-Ruchama.
God gaat Zich weer over Zijn volk ontfermen.
Dan is het Ruchama.
Haar voor Mij zaaien...
"In de aarde" kan beter vertaald worden met:
God brengt Israël terug in Zijn land, voorgoed.
De eens niet-geliefde (Lo-ammi) wordt geliefde. (Ammi) Het afgewezen volk wordt weer Gods eigendom.
Het is nu wederzijdse liefde en die blijft.