Hosea.
Zoon van Beëri = Mijn bron.
Ongeveer 65 jaar profeet geweest.
Tijdgenoot van Jesaja, Jona, en Amos
De genoemde koningen beslaan een tijd van 105 jaren. De periode van Jerobeam II was 29 jaar.
In 2 Koningen 17:8-23 lees je hoe Israël was, hoe ze het Sinaïtische verbond verbraken.
Hoer.
= ontrouwe Israël.
Calvijn + kanttekening menen dat dit een visioen is. Dat is vast onjuist.
God gaat spreken door Hosea.
Hosea geeft aanschouwelijk onderwijs door dit huwelijk.
Gomer.
= volmaakte.
Dochter van Diblaïm.
Dochter van Diblaïm kan ook zijn: meisje van 2 vijgenkoeken (hoerenloon).
Dat was een gering loon. Waarschijnlijk was Gomer als (tempel)prostituee niet erg in trek.
Ze baarde hem (profeet) een zoon, Jizreël. Dat staat bij de volgende kinderen niet. Die volgende kinderen zijn kinderen van hoererij.
Jizreël
Jizreël was de residentie van de dynastie van Jehu.
Daar begon het bloedvergieten. Jehu doodde Joram, Izebel, Ahazia.
Voor Ahazia, de koning van het 2-stammenrijk, had Jehu géén opdracht. Hiermee legde Jehu de basis voor de moorden die Athalia uitvoerde. Jehu bracht zo het huis van David in groot gevaar. Om die reden had Jehu bloedschuld op zich geladen. Met de moord op Zacharia, zoon van Jerobeam II wordt de bloedschuld gewroken.
Jehu had het volk tot de dienst van God terug moeten voeren.
Dal van Jizreël.
Plaats van veel strijd:
Lo-Ruchama.
= niet ontfermen.
Wegvoeren.
Het 10-stammenrijk zal worden weggevoerd door de Assyriërs.
Ontferming voor Juda.
Juda wordt nadrukkelijk uitgezonderd. Onder Hizkia was er nog een terugkeer tot God.
God verlost hen van Sanherib. 185.000 dode Assyriërs.
Zogen duurde vaak jaren. Dus dan zitten er tussen Jizreël en Lo-Ammi heel wat jaren. Al die jaren was Gomer ontrouw. Ook de ontrouw van Israël was heel lang. Toch bleef God trouw.
Lo-Ammi.
Lo-Ammi betekent: niet Mijn volk.
Ik zal er voor u niet zijn.
VdW:
Kinderen van de levende God.
Eigenlijk zonen van de levende God.
Dit is de zevende keer dat deze uitdrukking in OT voorkomt.
Nu gaat het over op toekomstprofetie. Het komt weer goed tussen God en Zijn volk. Ze worden kinderen van God.
Ondanks alle ellende, gloort er toch hoop.
Bijeengebracht.
Juda en het 10-stammenrijk zullen weer één worden.
Eén Hoofd.
Dat ene Hoofd is Christus.
De "dag van Jizreël ".
= dag van Gods wraak op de vijanden.
Over die wraak schrijven de profeten.
Hier staat een opdracht. Het heil moet onder Israël verkondigd worden.
De naam van Israël verandert.
De kinderen van Hosea heetten Lo- Ammi (niet Mijn volk) en Lo- Ruchama (niet ontfermd). Zo was de verhouding tussen God en Israël.
Dat zal in de verre toekomst veranderen.
Israël wordt: